<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

‘Heer, leer ons bidden’

KN Redactie 6 december 2018
image
CNS Photo - Paul Haring

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Vandaag beginnen we een reeks catecheses over het Onzevader.

De evangelieverhalen geven ons een heel levendig beeld van Jezus als man van gebed: Jezus bad. Ondanks de dringende noodzaak van zijn missie en de urgente vragen waarmee de mensen bij Hem kwamen, voelde Jezus de behoefte om zich alleen terug te trekken en te bidden.

Het Evangelie volgens Marcus vertelt vanaf de eerste pagina in detail over het openbare leven van Jezus (vlg. Mc. 1,35). De eerste dag van Jezus in Kafarnaüm was in triomf geëindigd. Na zonsondergang komt een massa zieke mensen samen voor de deur van het huis waar Jezus verblijft: de Messias predikt en geneest. De oude profetieën en de verwachtingen van talloze lijdende mensen gaan in vervulling: Jezus is God met ons, de God die ons bevrijdt.

Maar deze menigte is klein, vergeleken met andere mensenmassa’s die zich om de profeet uit Nazareth verzamelen; op bepaalde momenten gaat het om zeeën van mensen die samenkomen. En Jezus is het centrum van dit alles, degene op wie de mensen hebben gewacht en de verwezenlijking van Israëls hoop.

De echte Messias

En toch maakt Hij zich los; Hij laat zich niet gijzelen door de verwachtingen van de mensen die Hem inmiddels tot hun leider hebben verheven. Dat is een risico voor leiders: je teveel aan de mensen binden en geen afstand nemen. Jezus is zich daarvan bewust en laat zich niet gijzelen door de mensen.

Vanaf de eerste nacht in Kafarnaüm, laat Hij zien de echte Messias te zijn. Aan het einde van de nacht, wanneer de zonsopgang zich al aankondigt, gaan de leerlingen weer naar Hem op zoek, maar ze kunnen Hem niet vinden. Waar is Hij? Totdat Petrus Hem eindelijk terugvindt op een afgezonderde plek waar Hij compleet is opgegaan in gebed. En hij zegt Hem: “Iedereen zoekt U!” (Mc. 1,37). Die uitroep lijkt een bewuste voorwaarde te zijn voor een gezamenlijke prestatie, het bewijs van het welslagen van een missie.

Geen gemakkelijk gebed

Maar Jezus zegt tegen de zijnen dat Hij ergens anders heen moet gaan; dat het niet de mensen zijn die Hem zoeken, maar dat het veeleer Hij is die de anderen zoekt. Daarom kan Hij zich nergens vestigen, maar moet Hij blijven pelgrimeren op de wegen van Galilea (vlg. Mc. 1,38-39). En ook blijven pelgrimeren naar de Vader, ofwel: blijven bidden. Biddend onderweg zijn. Jezus bidt.

En dat alles gebeurt tijdens een nacht van gebed.

Op een aantal pagina’s van de Schrift lijkt het bovendien het gebed van Jezus te zijn, zijn intimiteit met de Vader, dat regeert boven alles. Dat zal vooral het geval zijn tijdens de nacht in Getsemane. Het nut van het laatste deel van Jezus’ weg (absoluut het moeilijkste deel van de weg die Hij tot nu heeft afgelegd) lijkt te vinden te zijn in het voortdurende luisteren van Jezus naar zijn Vader. Zeker geen gemakkelijk gebed, integendeel een ware strijd, in de zin van de strijd die atleten leveren, en toch een gebed dat in staat is om zijn weg naar het kruis te ondersteunen.

Zie hier het essentiële punt: daar bad Jezus.

Intensief gebed

Jezus bad intensief tijdens zijn openbare optredens. Hij deelde de liturgie met zijn volk, maar zocht ook plekken die ver weg waren van het wereldse tumult, plekken die Hem de kans gaven in het geheim van zijn ziel af te dalen: Hij is de profeet die de stenen van de woestijn kent en hoog de bergen in gaat. De laatste woorden van Jezus, voordat Hij sterft aan het kruis, zijn woorden uit de psalmen, ofwel van gebed, het gebed van de Joden: hij bad met de gebeden die zijn moeder Hem had geleerd.

Jezus bad zoals elke mens ter wereld bidt. En toch lag er in zijn manier van bidden ook een mysterie besloten, iets dat zijn leerlingen zeker niet was ontgaan, aangezien we in het Evangelie dat eenvoudige en dringende verzoek vinden: “Heer, leer ons bidden” (Lc. 11,1). Zij zagen Jezus bidden en zij wilden graag leren bidden: “Heer, leer ons bidden”. En Jezus ontzegt het hun niet, Hij houdt zijn intimiteit met de Vader niet voor zichzelf, maar Hij is juist gekomen om ons binnen te leiden in zo’n relatie met de Vader. En zo wordt Hij voor zijn leerlingen de leermeester in het gebed, zoals Hij dat ongetwijfeld ook voor ons allemaal wil zijn. Ook wij zouden moeten zeggen: “Heer, leer mij bidden, leer het mij.”

Leren beter te bidden

Ook als we misschien al jaren bidden, kunnen we altijd nog leren! Het gebed van de mens, dat verlangen dat op zo’n natuurlijke wijze vanuit de ziel komt, is misschien wel een van de meest ondoordringbare mysteries van het universum. En we weten ook niet of de gebeden die wij tot God richten wel degene zijn die Hij wil horen.

De Bijbel geeft ons ook voorbeelden van ongepaste gebeden die uiteindelijk afgewezen worden door God: denk maar aan de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. Alleen die laatste ging vanuit de tempel gerechtvaardigd naar huis, want de Farizeeër was trots; hij vond het fijn als de mensen hem zagen bidden en deed net alsof hij bad: zijn hart was koud. En Jezus zegt: dat is niet gerechtvaardigd, “want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden” (Lc. 18,14).

Nederig zijn

De eerste stap bij het bidden, is nederig zijn, naar de Vader gaan en zeggen: “Kijk, ik ben een zondaar, ik ben zwak, ik ben slecht”. Iedereen weet wel wat te zeggen, maar je moet altijd beginnen vanuit nederigheid en de Heer luistert naar je. Het nederige gebed wordt door de Heer gehoord.

Aan het begin van deze catechesereeks over het gebed van Jezus, is daarom het mooiste en beste wat we kunnen doen, het verzoek van de leerlingen herhalen: “Heer, leer ons bidden!” Het is mooi dat in deze tijd van Advent te herhalen: “Heer, leer mij bidden”. We kunnen allemaal nog leren om beter te bidden; maar vraag het de Heer: “Heer, leer mij bidden”. Laten we dat in deze adventstijd doen en Hij zal onze smeekbede zeker horen. (Vert. SvdB)