
Op zondag 7 juni viert de Kerk het hoogfeest van het Lichaam en Bloed des Heren, ofwel Sacramentsdag. Het waren de visioenen van een Belgische zuster die ons dit feest gaven.
In het begin van de dertiende eeuw gingen gelovigen niet ter Communie. Het was niet zo dat zij niet toegewijd waren aan de Eucharistie, maar zij geloofden dat zij onwaardig waren om het lichaam van Christus te ontvangen — een overtuiging die door veel geestelijken niet werd ontmoedigd.
Dit artikel is niet gevonden
Er ontstond een soort afstand tussen de geestelijkheid en de leken, die in veel kerken zelfs tot een fysieke scheiding leidde; hekken en schermen werden geplaatst tussen de gelovigen en het priesterkoor.
Mensen ontvingen de Communie niet, maar wilden wel de geconsacreerde hostie aanschouwen als die omhoog geheven werd tijdens de Mis. Soms gingen ze van kerk naar kerk, waarbij ze precies aankwamen wanneer dat moment plaatsvond.
Sommige priesters kregen geld aangeboden om de geconsacreerde hostie langer omhoog te houden. Deze ‘aanschouwende aanbidding’ was een soort vervanging voor het ontvangen van de Communie.
De ontstane situatie bracht de Kerk ertoe tijdens het Vierde Lateraans Concilie in 1215 onder meer een decreet aan te nemen over de plicht jaarlijks tenminste met Pasen ter Communie te gaan. Maar het was de heilige Juliana van Cornillon die door God als instrument werd gebruikt om zijn volk terug te brengen naar het regelmatig ontvangen van de Communie. Haar visioenen zouden leiden tot de instelling van Sacramentsdag, ook wel bekend als Corpus Christi, ‘het lichaam van Christus’.
Paus Benedictus XVI zei ooit over Juliana: “Zij is weinig bekend, maar de Kerk staat diep bij haar in het krijt. Niet alleen vanwege de heiligheid van haar leven, maar ook omdat ze met haar grote ijver heeft bijgedragen aan de instelling van een van de belangrijkste plechtige liturgieën van het jaar: Corpus Christi.”
Juliana werd geboren in 1192 in het Belgische Retinne, nabij Luik, en werd op vijfjarige leeftijd wees. Ze werd daarop ondergebracht in het augustinessenklooster op de Mont Cornillon in Luik, waar ze het grootste deel van haar leven doorbracht.
Vanaf haar tienertijd had ze meerdere jaren achtereen een bijna voortdurend visioen van een heldere maan met een donkere vlek eroverheen. Uiteindelijk kreeg ze een droom waarin de Heer haar uitlegde dat de maan het kerkelijk jaar met al zijn feesten voorstelde.
De vlek stond voor het ontbreken van een speciaal feest ter ere van de Eucharistie. Christus vroeg Juliana om een feestdag in te stellen waarop de gelovigen de Eucharistie zouden aanbidden en vergeving zouden vragen voor de momenten waarop zij zich van Jezus in dit sacrament hadden verwijderd.
Juliana twijfelde eraan of ze deze opdracht kon volbrengen en vroeg meerdere keren of de taak aan iemand anders kon worden gegeven. Ze bad: “Heer, bevrijd mij en geef de taak die U mij hebt toevertrouwd aan grote geleerden die stralen van kennis, die weten hoe zij zo’n grote zaak moeten bevorderen. Want hoe zou ik dit kunnen doen?”
‘Juliana is weinig bekend, maar de Kerk staat diep bij haar in het krijt.’
“Ik ben niet waardig, Heer, om de wereld iets zo edels en verhevens te verkondigen. Ik kan het niet begrijpen, noch volbrengen.” Maar Hij had zijn keuze gemaakt en zou bij haar zijn, haar leiden en anderen op haar pad brengen om haar te helpen.
Juliana wachtte bijna twintig jaar, totdat ze tot overste van het klooster in Cornillon was gekozen, om haar visioenen bekend te maken. Ze vertrouwde haar geheim toe aan haar biechtvader, kanunnik Johannes van Lausanne, die de visioenen vervolgens aan anderen buiten het klooster bekendmaakte.
De reacties waren verdeeld, maar een van degenen die Juliana geloofde en de waarde inzag van een feestdag ter ere van de Eucharistie was Robert de Thorete, bisschop van Luik. Hij gaf opdracht om een dergelijk feest rond 1246 in zijn bisdom in te voeren. Helaas stierf De Thorete voordat het feest werd ingevoerd en werd het niet opgenomen in de diocesane kalender.
Het idee werd min of meer terzijde geschoven. Sommigen voerden aan dat Witte Donderdag al het feest van de Eucharistie was, omdat op die dag de instelling van de Eucharistie door Jezus wordt herdacht.
Maar Witte Donderdag maakt deel uit van het paastriduüm, een droevige periode die gericht is op het lijden van Christus. Het vierde Jezus’ aanwezigheid in de Eucharistie niet als zodanig.
In de tijd dat Juliana haar visioenen bekendmaakte, was er in het bisdom Luik een aartsdiaken met de naam Jacques Pantaléon. Ook hij was een voorstander van een feestdag gewijd aan de Eucharistie. In 1261 werd Pantaléon gekozen tot paus Urbanus IV en in die hoedanigheid vaardigde hij later een decreet uit waarin hij de feestdag ondersteunde en tegelijk het argument verwierp dat Witte Donderdag de Eucharistie al voldoende erkende.
Hij vaardigde een pauselijke bul uit om het feest op te nemen in de universele kerkelijke kalender, maar ook hij stierf voordat het feest werd ingevoerd. Het was aan paus Clemens V (1305-1314) en paus Johannes XXII (1316-1334) om het feest van Sacramentsdag in de gehele Kerk in te stellen.
In veel landen wordt Sacramentsdag gevierd op de tweede donderdag na Pinksteren en is het een verplichte feestdag. Onder meer in Nederland en België wordt het kerkelijk feest meestal gevierd op de zondag daarna, dit jaar op 7 juni.
Deze pagina is niet gevonden
Door de eeuwen heen, en voortkomend uit Juliana’s inspiratie, zijn er vele rituelen en devoties ontstaan waarin gelovigen de Eucharistie openlijk eren, bijvoorbeeld via sacramentsprocessies en de uitstelling van het Allerheiligste. Natuurlijk wordt dit alles bekroond door het ontvangen van Jezus in de Communie. (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden