<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Je bidt nooit voor jezelf alleen

KN Redactie 14 februari 2019
image
CNS Photo - Paul Haring

Tijdens de algemene audiëntie van 13 februari legde paus Franciscus uit dat er geen ruimte is voor individualisme in de dialoog met God.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We gaan verder op onze weg om steeds beter te leren bidden zoals Jezus het ons heeft geleerd. We moeten bidden zoals Hij het ons heeft geleerd.

Geen hypocrisie

Hij zei: als je bidt, ga dan binnen in de stilte van je binnenste, trek je terug uit de wereld en richt je tot God door Hem Vader te noemen. Jezus wil dat zijn leerlingen niet zijn als de hypocrieten die op de pleinen staan te bidden om bewonderd te worden door de mensen (vlg. Mt. 6,5). Jezus wil geen hypocrisie.

Het ware gebed vindt plaats in de verborgenheid van je geweten, van je hart: ondoorgrondelijk en alleen voor God zichtbaar. God en ik. Daardoor vermijden we leugens: voor God kun je onmogelijk iets verhullen. Dat is onmogelijk bij God. Er is geen truc die werkt, God kent ons zo, met ons naakte geweten, en je kunt dat niet verhullen.

Stille dialoog

Het fundament van de dialoog met God is een stille dialoog, als de elkaar kruisende blikken van twee mensen die van elkaar houden: de blikken van de mens en God kruisen elkaar, en dat is gebed. Naar God kijken en je laten bekijken door God: dat is bidden. “Maar vader, ik zeg niets….” Kijk naar God en laat je door Hem bekijken: dat is een gebed, een mooi gebed!

En toch, ook al is het gebed van de leerling geheel vertrouwelijk, vervalt het nooit in een op zichzelf gericht zijn. In de verborgenheid van zijn geweten, verlaat de christen nooit de wereld buiten de deur van zijn kamer, maar brengt hij alle mensen, alle situaties, alle problemen, alle dingen in gebed.

Omissie

Er is een indrukwekkende omissie in de tekst van het Onzevader. Als ik jullie zou vragen wat die indrukwekkende omissie is, zou het niet gemakkelijk zijn daarop te antwoorden. Er ontbreekt een woord. Jullie denken nu allemaal: wat ontbreekt er in het Onzevader? Jullie denken: wat mist er? Een woord. Een woord dat iedereen in onze tijd – maar misschien altijd al – grote waarde toedicht.

Wat is het woord dat ontbreekt in het Onzevader dat we elke dag bidden? Om tijd te besparen zal ik het zeggen: het woord ‘ik’ ontbreekt. Er wordt nooit ‘ik’ gezegd. Jezus leert ons te bidden door vooral het woord ‘U’ in de mond te nemen, want het christelijk gebed is een dialoog. “Uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede.” Niet mijn naam, mijn rijk, mijn wil. Nee, ‘ik’ is niet goed.

Wijze les

En dan gaat het verder met ‘ons’. Heel het tweede gedeelte van het Onzevader staat in de eerste persoon meervoud: “Geef ons ons dagelijks brood, vergeef ons onze schulden, breng ons niet in beproeving, verlos ons van het kwade.” Zelfs de meest elementaire vragen van de mens – die om brood om de honger mee te stillen – staan allemaal in het meervoud.

In het christelijk gebed vraagt niemand om brood voor zichzelf alleen: geef me mijn dagelijks brood; nee, geef ons, ik smeek erom voor iedereen, voor alle armen in de wereld. We moeten dit niet vergeten: het woord ‘ik’ ontbreekt. Je bidt met u en met wij. Dat is een wijze les van Jezus, vergeet die niet.

Geen individualisme

Waarom? Omdat er geen ruimte is voor individualisme in de dialoog met God. Geen uiteenzetting van je eigen problemen alsof wij de enige in de wereld zouden zijn die lijden. Er is geen gebed dat opgaat naar God dat geen gebed is van een gemeenschap van broeders en zusters, ‘wij’: we leven in gemeenschap, we zijn broeders en zusters, we zijn een volk dat bidt, ‘wij’.

Een gevangeniskapelaan stelde me ooit een vraag: “Zeg me eens vader, wat is het tegenovergestelde van ‘ik’?” En ik zei hem argeloos: “Jij.” – “Dat is het begin van een oorlog. Het tegenovergestelde van ‘ik’ is ‘wij’, waar vrede heerst, allemaal samen.” Dat is een wijze les die ik van die priester kreeg.

Versteend hart

Een christen brengt alle moeilijkheden van de mensen die hem nabij zijn in gebed: wanneer de avond valt, vertelt hij God over het leed dat die dag zijn pad is gekruist. Hij brengt heel veel gezichten in gebed bij God: vrienden, maar ook vijanden; hij jaagt die niet weg als gevaarlijke afleidingen.

Als iemand niet in de gaten heeft dat er om hem heen heel veel mensen lijden, als hij niet geraakt wordt door de tranen van de armen, als hij onverschillig is voor alles, dan betekent dit dat zijn hart…wat is? Opgedroogd? Nee, erger nog: versteend. In zo’n geval is het goed om de Heer te smeken dat Hij ons met zijn Geest aanraakt en ons hart verzacht: “Verzacht mijn hart, Heer.”

Compassie

Dat is een mooi gebed: “Heer, verzacht mijn hart, opdat ik alle problemen en alle pijn van anderen kan begrijpen en me erom kan bekommeren.” Christus is geen brandschoon verleden naast de ellende van de wereld: elke keer dat Hij eenzaamheid zag, of lichamelijke of geestelijke pijn, voelde Hij heel veel compassie, als het binnenste van een moeder.

“Compassie voelen”: laten we dat zo christelijke woord niet vergeten. Compassie voelen is een van de sleutelwoorden van het Evangelie. Het is dat wat de barmhartige Samaritaan ertoe brengt om de gewonde man aan de kant van de weg naderbij te komen, in tegenstelling tot de anderen die een verhard hart hebben.

Misverstand

We mogen ons afvragen: als ik bid, stel ik me dan open voor de schreeuw van zoveel mensen in mijn beurt en ver weg? Of zie ik het gebed als een soort slaapmiddel, iets om rustig van te worden? Ik leg de vraag maar gewoon neer en jullie mogen die allemaal beantwoorden.

In dat geval zou ik het slachtoffer zijn van een verschrikkelijk misverstand. Mijn gebed zou dan zeker geen christelijk gebed meer zijn. Want dit ‘ons’ dat Jezus ons heeft geleerd, verhindert dat ik me in mijn eentje goed voel, en zorgt ervoor dat ik me verantwoordelijk voel voor mijn broeders en zusters.

God houdt van iedereen

Er zijn mensen die ogenschijnlijk niet naar God zoeken, maar Jezus laat ons ook voor hen bidden, omdat God naar die mensen nog harder op zoek is. Jezus is niet gekomen voor de gezonden, maar voor de zieken, voor de zondaars (vlg. Lc. 5,31). Ofwel voor iedereen, want wie denkt gezond te zijn, is dat in werkelijkheid niet.

Als we vechten voor gerechtigheid, laten we ons dan niet beter voelen dan anderen: de Vader doet zijn zon opgaan boven de goeden en de kwaden (vlg. Mt. 5,45). De Vader houdt van iedereen! Laten we van God leren, die altijd goed is voor iedereen, in tegenstelling tot ons, die alleen maar goed kunnen zijn voor iemand die we aardig vinden.

Concrete liefde

Broeders en zusters, heiligen en zondaars, we zijn allemaal geliefde broeders en zusters van dezelfde Vader. En aan het einde van ons leven, worden we beoordeeld op de liefde, op hoeveel we hebben liefgehad.

Niet alleen een sentimentele liefde, maar een meelevende en concrete liefde, volgens de evangelische regel. Vergeet dat niet! “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan” (Mt. 25,40). Dat zegt de Heer. Bedankt. (Vert. SK)