<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Onze God heeft geen offers nodig

KN Redactie 4 januari 2019
image
CNS - Paul Haring

Tijdens de algemene audiëntie van 2 januari hervatte paus Franciscus zijn catecheses over het Onzevader.

Wij gaan door met onze catechese over het Onzevader, verlicht door het mysterie van Kerstmis, dat we kort geleden hebben gevierd.

Het Evangelie van Mattheus plaatst de tekst van het Onzevader op een strategisch punt, centraal in de Bergrede (vgl 6,9-13). Laten wij bekijken wat er gebeurt: Jezus gaat de heuvel op naast het meer en gaat zitten. Om hem heen in een cirkel zijn naaste leerlingen, en dan een grote menigte van anonieme gezichten. Deze heterogene groep krijgt voor het eerst het Onzevader overgeleverd.

De revolutie van het Evangelie

Zoals gezegd is de plek van deze tekst heel betekenisvol. Tijdens deze lange leer die Bergrede heet (vgl. Mt 5,1-7,27), verstevigt Jezus de fundamentele aspecten van zijn boodschap. Het begin ervan is als een feestelijk versierde boog: de Zaligsprekingen. Jezus noemt een serie mensen gelukkig die in zijn tijd – maar ook in onze!- niet erg geacht waren. Zalig de armen, de zachtmoedigen, de barmhartigen, de nederigen van hart….

Dat is de revolutie van het Evangelie. Waar het Evangelie is, is er revolutie. Het Evangelie laat ons niet met rust, maar drijft ons voort: het is revolutionair. Alle mensen die in staat zijn lief te hebben, de vredebouwers die tot dan toe tot de rafelranden van de geschiedenis behoorden, zijn juist de bouwers van het Rijk Gods. Het is alsof Jezus zegt: naar voren jullie die in jullie hart het mysterie van God dragen, die zijn almacht heeft geopenbaard in de liefde en in de vergiffenis!

De liefde heeft geen grenzen

Via deze weg, die de waarden van de geschiedenis op zijn kop zet, stroomt het nieuwe van het Evangelie binnen. De wet moet niet afgeschaft worden, maar heeft een nieuwe interpretatie nodig, die terugleidt naar haar oorspronkelijke betekenis. Als een mens een goed hart heeft, dat open staat voor de liefde, begrijpt hij dat ieder woord van God vlees moet worden tot het uiterste toe.

De liefde heeft geen grenzen: je kunt je eigen man of vrouw liefhebben, je eigen vrienden en zelfs je eigen vijanden vanuit een totaal nieuw perspectief. Jezus zegt: “Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” (Mt 5,44-45).

Een zondaar, net als iedereen

Zie hier het grote geheim dat de basis vormt van de hele Bergrede: wees kinderen van uw Vader in de hemel. Deze teksten van Mattheus lijken ogenschijnlijk op een morele toespraak. Ze lijken op te roepen tot zo’n veeleisende ethiek, dat ze niet in de praktijk te brengen zijn. Maar we ontdekken juist dat het bovenal om een theologische toespraak gaat. Een christen is niet iemand die zich inzet om beter te zijn dan de ander: hij weet dat hij een zondaar is, net als iedereen.

Een christen is een mens die de nieuwe brandende braamstruik aanschouwt, de openbaring van een God die geen onuitspreekbare naam heeft, maar die aan zijn kinderen vraagt om hem als ‘Vader’ aan te roepen. Om zich te laten vernieuwen door zijn macht en om een straal van zijn goedheid te weerspiegelen in deze wereld, die dorst naar het goede en in afwachting is van goed nieuws.

Dat is een schande!

Zo introduceert Jezus het gebed van het Onzevader, door afstand te nemen van twee groeperingen uit zijn tijd. Allereerst de schijnheiligen: “Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen” (Mt 6,5). Er zijn mensen die in staat zijn atheïstische gebeden uit te spreken, zonder God, en ze doen dat om bewonderd te worden door de mensen.

Maar al te vaak zien we mensen die naar de kerk gaan en daar de hele dag doorbrengen, of iedere dag naar de kerk gaan, maar ondertussen anderen haten of slecht over ze spreken. Dat is een schande! Je kunt dan beter niet naar de kerk gaan, want je leeft alsof je een atheïst bent. Maar als je naar de kerk gaat, leef dan als kind, als broeder of zuster, en geef een waar getuigenis, niet een antigetuigenis. Het christelijk gebed heeft daarentegen geen andere geloofwaardige getuige dan het eigen geweten. Daar vindt een zeer intense dialoog met de Vader plaats: “Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader die in het verborgene is” (Mt 6,6).

Spreken, spreken en nog eens spreken

Vervolgens neemt Jezus afstand van het gebed van de heidenen: “Gebruik dan geen omhaal van woorden (…) want deze menen dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden” (Mt 6,7). Hier verwijst Jezus wellicht naar de captatio benevolentiae die vereist was bij vele oude gebeden: de goddelijkheid moest op een bepaalde manier gerustgesteld worden door een lange serie van lof, ook gebeden.

Denk maar aan het tafereel op de Berg Karmel, toen de profeet Elia de priesters van Baäal uitdaagde. Zij schreeuwden, dansten, en vroegen om talloze dingen, opdat hun God naar hen zou luisteren. Maar Elia was stil, en de Heer openbaarde zich aan hem. De heidenen denken dat door je bidt door te spreken, spreken, spreken, en nog eens spreken.

God is geen papegaai

Ik denk ook aan de talloze christenen die geloven dat bidden betekent -neem mij niet kwalijk- ‘tot God spreken als tegen een papegaai’. Nee! Bidden gebeurt vanuit je hart, vanuit je binnenste. Als je bidt – zegt Jezus – wend je dan tot God als een kind tot zijn vader, die weet welke dingen we nodig hebben, al voordat wij ze vragen (vgl Mt. 6, 8).

Het zou ook een stil gebed kunnen zijn, het Onzevader: het is uiteindelijk enkel nodig om je in het zicht van God te plaatsen, door je zijn vaderlijke liefde te herinneren. Dat is genoeg om verhoord te worden. Het is mooi te bedenken dat onze God geen offers nodig heeft om zijn gunsten te verkrijgen! Onze God heeft niets nodig: in het gebed vraagt hij slechts dat wij een communicatiekanaal openlaten voor Hem, om steeds te ontdekken dat we zijn zeer geliefde kinderen zijn. En Hij heeft ons heel erg lief.