
In de lezingen van deze zondag staat de dankbaarheid centraal. De Syriër Naäman wil de profeet Elisa iets schenken voor zijn genezing, maar deze neemt niets aan. De profeet zoekt niet zijn eigen eer: hij is een instrument van God en verwijst naar Hem terug. Maar Naäman wil leren hoe hij God kan danken.
Hij vraagt de tussenpersoon van de profeet om aarde van Israël mee te nemen, zodat hij daarmee een altaar kan bouwen in zijn thuisland. De profeet helpt hem danken.
Uit deze passage leren wij dat we elkaar nodig hebben voor de dankbaarheid. Gepaste eredienst en lofzang volgt op het vraaggebed van Naäman aan de profeet Elisa. God werkt met en door mensen. Naäman weet niet hoe hij God moet danken en prijzen: daarom vraagt hij de hulp van Elisa.
In ons leven hebben ouders, familie en vrienden, maar ook heiligen en geestelijke leidsmannen ons geleerd hoe wij kunnen danken. Dat kunnen we niet uit onszelf; daarom leren we van anderen en van God zelf hoe wij Hem dank kunnen brengen.
Het is gemakkelijk te danken wanneer ons genezing en troost ten deel vallen. Maar hoe zit het met de dankbaarheid als we van God niets merken?
In het Evangelie zien we dat alleen de verachte Samaritaan zijn dank betuigt voor de genezing van zijn melaatsheid. Jezus zegt: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” Vervolgens bevestigt Jezus de kracht van zijn geloof.
In beide lezingen staat de dankbaarheid na een grote genezing centraal. Het is gemakkelijk te danken wanneer ons genezing en troost ten deel vallen. Maar hoe zit het met de dankbaarheid als we van God niets merken? Ook dan roept het geloof ons op om te prijzen en te loven voor het bestaan wat wij van Hem ontvangen. Het is noodzakelijk om in periodes van geestelijke droogte die dankbaarheid te blijven beoefenen. Dit behoedt ons voor navelstaarderij en egoïsme.
Dankbaarheid geldt niet alleen voor grote momenten, maar juist ook voor de kleine momenten. God draagt ons bestaan. Juist daarom zijn wij uitgenodigd in een stille dankbaarheid alles uit zijn hand te aanvaarden. Paulus beperkt de dankbaarheid niet tot grote gebeurtenissen, maar roept ons op om God te danken voor alles (1 Tess. 5,18).
Maar de hoogste vorm van dankbaarheid is wanneer wij een persoon ontvangen zoals deze persoon eenvoudigweg is. Niet vanwege wat deze persoon ons geeft (zoals genezing) maar vanwege wie hij of zij is. Met God is het net zo. Dat geldt ook voor de Eucharistie (dankzegging!) waarin we God ontvangen zoals Hij is, niet alleen vanwege wat Hij ons geeft.
Dank u, Heer, dat Gij God zijt en ik Uw geliefde kind.
Er zijn geen artikelen gevonden