fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Overweging

De barre reis van de drie koningen

Andre Roes 2 januari 2022
image
James Tissot, The Magi Journeying (c. 1890) Foto: wikipedia

Als kind voelde ik me altijd wat ongelukkig, wat ontheemd, de dag na Driekoningen, als de kersttijd voorbij was, met haar warmte, de wijding van die dagen. Dan begon “de slechtste tijd van het jaar”, dagen van leegte, waar de grote Engelse dichter T.S. Eliot over schrijft in De reis van de drie koningen (Journey of the Magi, 1927).

Een ellendige tocht

Het gedicht gaat niet over de aankomst bij de stal van Bethlehem, om de idylle van het Kind dat daar ligt, om wat de engelen uitzingen, maar over later, over een barre zoektocht, in een vijandige, heidense wereld. Een koude tocht. Unheimlich, zegt het Duits.

https://www.us12.list-manage.com/subscribe/post?u=d22144bf286104d517b638301&id=b3f10e4ed1

De wegen zijn modderig, het weer guur, zo vertaalt Martinus Nijhoff, de kamelen onhandelbaar, met kameeldrijvers die vloeken, dienst weigeren en roepen om brandewijn en vrouwen. De steden waren vijandig, de gehuchten smerig. Wij dachten met spijt terug aan onze zomerpaleizen op bloeiende berghellingen, aan meisjes in zijde gehuld, die gekoelde wijn ronddienden. Het was een ellendige tocht. Alles schreeuwt: deze onderneming is waanzin!

Het witte paard

In het gedicht klinkt de preek door van de anglicaanse bisschop Lancelot Andrewes (1555-1626), die Eliot goed kende. De reis naar Christus toe is onveilig. De wegen zijn rotsig, je komt overal weerstand, vijandigheid tegen, in een wereld die toen al leefde alsof God niet bestaat. Doe niet zo dwaas, this was all folly.

Maar dan, eindelijk, toen het licht werd, daalden we af in een luw dal, geurend naar nieuw leven, paradijselijk. Is dit wat wij zochten, of toch niet? Er waren drie bomen onder een bewolkte lucht, en een oud wit paard galoppeerde door de weide. Eliot verwijst naar het kruis van Christus, en naar de geopende hemel in het boek Openbaring (19), naar een wit paard met Christus als ruiter, als overwinnaar.

Een onrustige reis

Bij Eliot is het paard oud, en galoppeert het in een verlaten, eenzaam land. De koningen zoeken verder. Niemand kon ons inlichtingen geven. De wereld weet van niets, is onverschillig. Toen bereikten wij in de avond de plaats van bestemming. Finding the place! Dit alles is lang geleden, zegt Eliot. Wat dreef ons, geboorte of dood?

https://www.kn.nl/abonnementen/

Wij waren getuige van een geboorte, een onverbiddelijk einde voor ons. Wij keerden terug naar onze koninkrijken, maar voelden ons niet meer thuis in de oude orde tussen vreemde mensen die hun goden omklemmen. Niet meer at ease here,  zegt het Engels. Geloof is een onrustige reis, de gelovige is een vreemdeling.

Bewogen

De Schriftgeleerden konden mooi zeggen waar de Messias geboren zou worden. Zelf bleven ze veilig in Jeruzalem. Ze gingen zelf niet mee om Hem te zoeken. Dat zegt Gerhard Tersteegen, de Duitse mysticus (1697-1769).

Sören Kierkegaard, bestrijder van een rustig, gearriveerd christendom, overweegt Tersteegens woorden en voegt daar aan toe: “Ach, wat een verschil: de heilige drie koningen gingen slechts op een gerucht af – maar dat bewoog hen om die lange weg af te reizen. De Schriftgeleerden wisten het heel wat beter, zij zaten in de Schrift te studeren als professoren – maar het zette hen niet in beweging. Was er nu meer waarheid in die drie koningen, die achter een gerucht aanliepen, of in de Schriftgeleerden, die ondanks al hun weten bleven zitten?”

André Roes is kerkhistoricus. Hij schrijft in KN de tweewekelijkse rubriek 'Levende traditie'. Kennismaken met KN? Klik hier.