Diaken

Niet weten wanneer iets gebeurt, kan eng zijn. Wat we wél weten, is de dag waarop we de geboorte van Jezus vieren. Tijdens de Advent mogen we ons daarop voorbereiden.
“Gij weet niet op welke dag uw Heer komt”, waarschuwt het Evangelie ons komende zondag. Jezus vergelijkt die dag met de dagen van Noach. Dat was de tijd waarin God kwaad was toen Hij zag hoe verdorven de aarde was en hoe alle mensen verkeerde wegen gingen.
Niemand wist wat er zou gaan gebeuren. God zei tot Noach: “De dagen van de mensen zijn geteld, want zij zijn er de schuld van dat de aarde vol gewelddaden is. Ik ga hen met de aarde vernietigen” (Gen. 6,12-13).
Van dit niet-weten gaat een dreiging uit. Toch is niet-weten niet altijd zwakte, het kan het begin van kennis zijn. Over “de dag die je wist dat zou komen” was veel te doen. Deze zin riep weerstand op bij neerlandici bij de introductie ervan in het Koningslied.
Maar inmiddels blijkt hij zo ingeburgerd dat hij in de Dikke Van Dale is opgenomen. Alleen verschoof de aandacht nu van het woord dag naar het werkwoord weten, en werd de betekenis: de lang verwachte dag.
‘Weten van de dag’ wordt door bijbelse profeten niet alleen beschreven als verkondiging van onheil, angst, duisternis en natuurrampen, maar ook van een tijd waarin God zijn volk weer zal helpen en herstellen. Eens komt de dag waarop alle volkeren naar Jeruzalem trekken om onderricht te krijgen, zegt Jesaja.
In de dagen van de Advent neemt de duisternis toe en zoeken we geborgenheid en steun bij elkaar. We weten niet hoe lang het duurt en wat er nog moet gebeuren voordat alle mensen op aarde tot bezinning komen en de juiste weg zullen gaan. Niet voor niets is het lied Als het avond is van Suzan & Freek een bestseller. Dit lied getuigt van “stukjes toekomst”.
Aan het begin van de Advent stemmen we af op de Heer om te wandelen in zijn licht.
Wat we wel weten is de dag waarop we de geboorte van Jezus in deze wereld en zijn wederkomst vieren. Zoals Paulus plechtig en kernachtig schrijft: “De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.”
Weten van die nieuwe dag is niet genoeg. Pas als we iets met dat weten doen, wordt het een factor van betekenis. Vandaar de oproep op deze adventszondag tot waakzaamheid. Dat houdt in dat we uitzien naar die dag, wakker blijven, onze ogen open houden en rondkijken naar wat er om ons heen gebeurt, attent zijn voor mensen die ons nodig hebben en niemand vergeten.
Daarom stemmen we aan het begin van de Advent af op de Heer om te wandelen in zijn licht. Dat veronderstelt dat we niet blijven toekijken, maar in beweging komen.
Want grote veranderingen komen niet van één groot besluit, maar van de herhaling. Waakzaamheid is weten dat de nacht ten einde loopt en weten van de dag die je wist dat zou komen.
Er zijn geen artikelen gevonden