
Tijdens de algemene audiëntie van 10 december sprak paus Leo XIV over de dood en waarom wij die dankzij Jezus’ verrijzenis niet hoeven te vrezen.
Het mysterie van de dood heeft bij de mens altijd diepe vragen opgeroepen. De dood is namelijk het meest natuurlijke en tegelijkertijd het meest onnatuurlijke dat er bestaat.
De dood is natuurlijk omdat elk levend wezen op aarde sterft. Maar hij is onnatuurlijk omdat het verlangen naar leven en eeuwigheid dat wij voor onszelf en voor de mensen van wie wij houden voelen, ons de dood doet zien als een veroordeling.
Veel oude volkeren hebben rituelen en gebruiken ontwikkeld die verbonden zijn met de cultus van de doden, om hen te begeleiden en te gedenken. Tegenwoordig zien we echter een andere tendens.
De dood lijkt een soort taboe, een gebeurtenis die men op afstand wil houden. Iets waarover men zachtjes spreekt, om onze gevoeligheid en rust niet te verstoren. Vaak vermijdt men daarom zelfs het bezoeken van kerkhoven, waar zij die ons zijn voorgegaan rusten in afwachting van de verrijzenis.
Wat is de dood dan eigenlijk? Is zij werkelijk het laatste woord over ons leven? Alleen de mens stelt zichzelf deze vraag, omdat alleen hij weet dat hij moet sterven. Maar dit bewustzijn redt hem niet van de dood; integendeel, in zekere zin ‘bezwaart’ het hem in vergelijking met alle andere levende wezens.
Dieren lijden, zeker, en beseffen dat de dood nabij is, maar zij weten niet dat de dood deel uitmaakt van hun bestemming. Zij stellen zich geen vragen over de zin, het doel of de uitkomst van het leven.
De verrezen Heer is ons voorgegaan in de grote beproeving van de dood en is er als overwinnaar uit tevoorschijn gekomen
Weten dat de dood bestaat en vooral daarbij stilstaan, leert ons te kiezen wat we werkelijk met ons bestaan willen doen. Bidden, om te begrijpen wat nuttig is met het oog op de hemel, en het overbodige loslaten dat ons bindt aan vergankelijke dingen, is het geheim om authentiek te leven, in het besef dat onze tocht op aarde ons voorbereidt op de eeuwigheid.
Christus’ verrijzenis toont ons dat de dood zich niet tegen het leven verzet, maar er een wezenlijk onderdeel van is, als doorgang naar het eeuwige leven. Alleen dit gebeuren kan het mysterie van de dood ten volle verlichten. In dit licht, en alleen daarin, wordt waar wat ons hart verlangt en hoopt: dat de dood niet het einde is, maar de overgang naar het volle licht, naar een gelukkige eeuwigheid.
De verrezen Heer is ons voorgegaan in de grote beproeving van de dood en is er als overwinnaar uit tevoorschijn gekomen dankzij de kracht van de goddelijke liefde. Zo heeft Hij voor ons de plaats van eeuwige verkwikking bereid, het huis waarin wij worden verwacht. Hij heeft ons de volheid van het leven geschonken, waarin geen schaduwen of tegenstrijdigheden meer bestaan.
Dankzij Hem, die uit liefde gestorven en verrezen is, kunnen wij met de heilige Franciscus de dood “zuster” noemen. Haar verwachten met de zekere hoop op de verrijzenis behoedt ons voor de angst om voor altijd te verdwijnen en bereidt ons voor op de vreugde van een leven zonder einde. (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden