
Van Pasen tot Petrus en Paulus: alle grote kerkelijke feesten zijn weer achter de rug. Maar daar hoeven we niet om te balen: uit de lezingen van deze zondag schijnt namelijk drie keer het licht van God voor onze ogen.
Wat een serie kerkelijke topfeesten hebben we toch gevierd. Het kon niet op: de Goede Week, de Paas- en Pinkstertijd, de hoogfeesten van de Heilige Drie-eenheid en het Heilig Sacrament, van Jezus’ en Maria’s Hart, van Petrus en Paulus.
Maar het is echt op! Geen goud, wit of rood meer, maar gewoon groen, zoals het groen van deze zestiende zondag door het jaar. Maar wacht! Onverwacht straalt een groot licht op uit de drie lezingen van deze zondag: een goddelijk licht, zichtbaar voor ieder die het wil zien.
Lang geleden zit Abraham in de schaduw van zijn tent en suft hij in de hitte van de dag. Dan knippert hij met zijn slaapogen en ziet drie mannen. Gasten? Daar gaat Abraham voor zorgen, maar hij ziet niets.
De Joodse verhaalschrijver wel. Die ziet drie engelen, nee, hij ziet God.
Zo zag ook de Russische monnik Andrej Roebljov dat tafereel; rond 1400 schilderde hij de beroemde icoon van de Heilige Drie-Eenheid. Laten wij dan kijken met de ogen van de apocalyptische Johannes, en buigen voor het hemels licht op aarde, en zingen met de cherubijnen en serafijnen: “Heilig, Heilig, Heilig” (Jes. 6,3).
Vele eeuwen na Abraham kwam eindelijk diegene die in het Credo van Nicea zo mystiek wordt omschreven als “Licht uit Licht, ware God uit de ware God”. Helaas, de meeste Joden die naar de timmermanszoon uit Nazareth keken, zeiden slechts: “Het licht is in zijn hoofd uitgegaan. Hij is van Beëlzebub bezeten.”

Ook vandaag in Bethanië herkent eigenlijk maar één persoon werkelijk Gods licht in deze man uit Nazareth: Maria, zus van Martha en Lazarus. Zij zit aan de voeten van Jezus en geniet stil van Jezus’ licht en liefde.
Tenslotte de schrijver van de Kolossenzenbrief, Paulus, de Joods-Romeinse leider die de christenen als de meest ketterse vijanden van God zag. Hoe kan zo iemand zo blind zijn voor Jezus? Dus moest Paulus eerst door de hel van dodelijke blindheid, drie dagen lang.
Toen kwam Christus in hem tot leven en kon hij later schrijven: “Christus is in u” (Kol. 1,27). En als we doorlezen in dezelfde Kolossenzenbrief, vinden we Paulus’ extatische en alomvattende Christus-hymne: “Hij is de Heer van heel de schepping, Hij is het hoofd van heel de Kerk en de mensheid.”
Abraham, Maria en Paulus mochten Gods heerlijkheid zien. Zo mogen ook wij op deze zestiende zondag door het jaar in de lezingen Christus’ licht zien en in de liturgie Jezus’ liefde ervaren.
Er zijn geen artikelen gevonden