

Het slotwoord van Jezus deze zondag is een samenvatting van alle drie de lezingen: “Gij kunt niet God dienen en de mammon.” Inderdaad, dat is de uitdaging voor elk mensenhart: “Wie dien jij? Waar gaat jouw hart naar uit? Waarvoor zet jij je geestelijke en lichamelijke krachten in?”
Op deze vraag zijn maar twee antwoorden mogelijk: God of de mammon, oftewel geld. Maar opgepast! Het gaat hier om dienen, niet om gebruiken. Geld is immers een prima gebruiksmiddel, nuttig en nodig. Met geld kan heel veel goeds gedaan worden. Maar dan dient geld de mens en niet omgekeerd.
Hoe zit dat nou in werkelijkheid? Helaas, rijkdom corrumpeert de mens. Luister maar naar de profeet Amos, uit de achtste eeuw voor Christus: “Hoort toe, gij die de armen verdrukt en de misdeelden in het land verdelgt, gij die redeneert: ‘Wanneer is de sabbat voorbij? Dan verkleinen wij de korenmaat, verhogen wij de prijs, bedriegen wij met vervalste weegschaal en kopen wij de kleine man voor geld.’”
Kapitalisme en geldslavernij, het is van alle tijden. Schande, zegt Jezus: “De kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht.” Hoe is het mogelijk! Niet God, maar Geld overheerst dus de wereld.
Hoe anders klinken de woorden van Paulus, die ons aanspoort een Godgewijd leven te leiden, en “gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, opdat wij ongestoord en rustig een godvruchtig en waardig leven kunnen leiden.
Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze Heiland, die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen”. Wat een harmonie tussen God en mens, wat een paradijs!
Er bestaat een schitterend voorbeeld uit de kerkgeschiedenis. Rond 1200 leeft in Assisi een koopman, die verliefd is op geld en kostbare mantelstof uit Frankrijk. Daarom moet zijn zoon ‘Frans’ heten. Maar deze gedoodverfde opvolger begint te walgen van rijkdom en weelde. Hij zoekt de stilte, het kruisbeeld, de melaatsen. Hij zoekt God. Dan komt de clash.
Vader sleept zijn zoon voor het gerecht. Daar kleedt Franciscus zich volledig uit, naakt, straatarm, en roept uit: “Nu is God mijn Vader.” Vanaf dat moment is hij de allerarmste, maar weet zich tegelijk de rijkste mens ter wereld. Alles is immers zijn “broeder en zuster” geworden: zon en maan, arm en rijk, mens en dier, christen en moslim, gezondheid en ziekte, zelfs de dood.
Conclusie: Franciscus diende God, zijn vader de mammon.
Er zijn geen artikelen gevonden