
Tijdens de algemene audiëntie van 20 augustus legde paus Leo XIV uit hoe Jezus’ liefde tot het uiterste toe laat zien dat het kwaad nooit de laatste stem heeft.
We staan stil bij een van de meest schokkende en tegelijk lichtende gebaren uit het Evangelie: het moment waarop Jezus, tijdens het Laatste Avondmaal, het stuk brood aanreikt aan degene die Hem zal verraden.
De apostel Johannes vertelt ons over dat moment als volgt: “Het avondmaal was begonnen. De duivel had reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan ingegeven om Hem over te leveren” (13,2). “Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was (…), gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe” (13,1).
Liefhebben tot het uiterste – dat is de sleutel tot het begrijpen van Jezus’ hart. Een liefde die niet stopt bij afwijzing, teleurstelling, zelfs niet bij ondankbaarheid. En in plaats van zich terug te trekken, te beschuldigen of zichzelf te verdedigen, blijft Hij liefhebben: Hij wast de voeten, doopt het brood en reikt het aan.
Hij heeft begrepen dat de vrijheid van de ander – zelfs als die verdwaalt in het kwaad – nog steeds bereikt kan worden door het licht van een zachtmoedig gebaar. Omdat Hij weet dat echte vergeving niet wacht op berouw, maar zichzelf als eerste aanbiedt – als een gratis geschenk, nog vóór het wordt aanvaard.
Judas begrijpt het helaas niet. Na het stuk brood – zegt het Evangelie – “voer de satan in hem” (vers 27). En juist daarom, broeders en zusters, is dat stuk brood onze redding: omdat het ons laat zien dat God alles doet – werkelijk alles – om ons te bereiken, zelfs op het moment dat wij Hem afwijzen.
De liefde van Jezus ontkent de pijn niet, maar laat het kwaad niet de laatste stem hebben
Hier openbaart de vergeving zich in al haar kracht en toont ze het concrete gezicht van de hoop. Het is het vermogen om de ander vrij te laten, terwijl je hem toch tot het einde toe blijft liefhebben. De liefde van Jezus ontkent de pijn niet, maar laat het kwaad niet de laatste stem hebben. Dat is het mysterie dat Jezus voor ons volbrengt – en waaraan ook wij, soms, geroepen zijn om deel te nemen.
Het Evangelie laat ons zien dat er altijd een manier is om te blijven liefhebben – zelfs wanneer alles hopeloos verloren lijkt. Vergeven betekent niet dat er niets gebeurd is, maar dat je alles doet zodat wrok niet de toekomst bepaalt.
Wanneer het licht van vergeving erin slaagt door de diepste barsten van het hart te schijnen, begrijpen we dat het nooit nutteloos is. Zelfs als de ander het niet ontvangt, zelfs als het vergeefs lijkt – vergeving bevrijdt degene die vergeeft: het lost wrok op, brengt vrede terug en geeft ons onszelf terug.
Jezus laat met het eenvoudige gebaar van het aangeboden brood zien dat elk verraad een kans tot redding kan worden – als we ervoor kiezen om het te zien als een ruimte voor grotere liefde. Hij geeft niet toe aan het kwaad, maar overwint het met het goede, door te verhinderen dat het het meest ware in ons uitdooft: het vermogen om lief te hebben. (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden