
Op 29 juni, het hoogfeest van de heiligen Petrus en Paulus, sprak paus Franciscus over de deuren die God voor hen opende – en ook voor ons.
Petrus, de visser uit Galilea die door Jezus tot visser van mensen werd gemaakt; en Paulus, de farizeeër die de Kerk vervolgde en door Gods genade veranderde in de apostel van de heidenen. Toen ze de Heer ontmoetten, beleefden ze een echte paaservaring: ze werden bevrijd en de deuren van een nieuw leven gingen voor hen open.
Laten we aan de vooravond van het Heilig Jaar stilstaan bij het beeld van de deur. Het Heilig Jaar zal namelijk een tijd van genade zijn waarin we de Heilige Deur zullen openen, zodat iedereen de drempel kan oversteken van het levende heiligdom dat Jezus is en in Hem de liefde van God kan ervaren. Ook in het verhaal van Petrus en Paulus zien we deuren die opengaan.
Zo is er Petrus’ bevrijding uit gevangenschap (Hand. 12,1-11). Dit verhaal doet op veel manieren denken aan de bevrijding van de gemeenschap van Israël (Ex. 12): Petrus’ bevrijding vindt plaats tijdens het feest van het ongedesemde brood; Herodes doet denken aan de farao van Egypte; de bevrijding vindt ‘s nachts plaats, net als die van de Israëlieten; de engel geeft Petrus dezelfde instructies die aan Israël werden gegeven: sta snel op, doe je gordel om, doe je sandalen aan.
Hier wordt ons dus verteld over een nieuwe exodus. God bevrijdt zijn Kerk, bevrijdt zijn geketende volk en toont zich opnieuw de God van barmhartigheid die hen op de been houdt.
Petrus en Paulus kwamen in aanraking met het werk van God
En in die nacht van Petrus’ bevrijding gaan eerst de poorten van de gevangenis op wonderbaarlijke wijze open; daarna wordt er over Petrus en de engel die hem vergezelde gezegd dat ze voor de “ijzeren poort stonden die toegang gaf tot de stad; deze ging vanzelf voor hen open”.
Zij zijn het niet die de poort openen, die opent zichzelf. Het is God die de deur opent, Hij is het die bevrijdt en de weg vrijmaakt. Aan Petrus had Jezus de sleutels van het Koninkrijk toevertrouwd; maar hij ervaart dat het de Heer is die als eerste de deuren opent, Hij gaat ons altijd voor.
De reis van de apostel Paulus is ook in de eerste plaats een paaservaring. Hij wordt op de weg naar Damascus door de Verrezene getransformeerd. Gegrepen door de Heer en met Hem gekruisigd schrijft Paulus: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij” (Gal. 2,20). Maar het doel van dit alles is niet een troostende religiositeit.
Integendeel, de ontmoeting met de Heer wakkert in Paulus de ijver voor evangelisatie aan. Hij verklaart dan ook aan het einde van zijn leven: “Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het Evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen (2 Tim. 4,17).
Petrus en Paulus kwamen in aanraking met het werk van God, die de deuren opende van hun innerlijke gevangenis en ook van de echte gevangenissen waar ze gevangen zaten. En ook wij bereiden ons dit jaar voor op het openen van de Heilige Deur. Mogen de heiligen Petrus en Paulus ons helpen de deur van ons leven te openen voor Jezus. (Vertaling Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden