
Tijdens de algemene audiëntie van 30 juli sprak paus Leo XIV over het verlangen dat we soms kunnen voelen om ons af te sluiten van de wereld, en waarom we daartegen moeten vechten.
We leven in een samenleving die ziek wordt door zich als het ware vol te vreten met sociale media: we zijn hyperverbonden, worden gebombardeerd met beelden, soms ook valse of verdraaide. We worden overspoeld door talloze boodschappen die in ons een storm van tegenstrijdige emoties oproepen.
Daardoor kan in ons het verlangen ontstaan om alles uit te schakelen. We kunnen er de voorkeur aan geven om niets meer te voelen. We kunnen in de verleiding komen om ons terug te trekken in stilte en er niet meer in slagen elkaar de eenvoudigste dingen te zeggen.
In dit verband wil ik stilstaan bij een tekst uit het evangelie volgens Marcus, over een man die niet kan horen en nauwelijks kan spreken (vgl. Mc. 7,31-37). Net als wat vandaag met ons zou kunnen gebeuren, heeft deze man misschien besloten om niet meer te spreken omdat hij zich niet begrepen voelde.
Het gedrag van Jezus lijkt aanvankelijk vreemd, want Hij neemt deze persoon apart (vers 33). Hij lijkt zijn isolement te vergroten, maar als we goed kijken, helpt het ons te begrijpen wat er schuilgaat achter de stilte van deze man, alsof Hij zijn behoefte aan nabijheid heeft aangevoeld.
Laten we de Heer vragen te mogen leren op een eerlijke en bedachtzame manier te communiceren
Jezus biedt hem allereerst een stille nabijheid aan: Hij raakt de oren en de tong van deze man aan (vgl. vers 33). Jezus gebruikt niet veel woorden, maar zegt precies wat op dat moment nodig is: “Ga open!” (vers 34). Marcus geeft het woord in het Aramees weer, Effata, alsof hij ons het geluid en de klonk ervan wil laten beleven.
Het is alsof Jezus hem zegt: “Open je voor deze wereld die je bang maakt! Open je voor de relaties die je hebben teleurgesteld! Open je voor het leven dat je niet meer onder ogen wilt zien!” Je afsluiten is immers nooit een oplossing.
Na de ontmoeting met Jezus gaat de man niet alleen weer spreken, maar hij doet dat ook “normaal”(vers 35). Dit bijwoord dat de evangelist toevoegt, lijkt ons iets meer te willen zeggen over de redenen van zijn stilzwijgen. Misschien is deze man gestopt met spreken omdat hij het gevoel had dat hij de dingen verkeerd zei.
We maken allemaal wel eens mee dat we verkeerd begrepen worden of dat we ons niet begrepen voelen. We hebben allemaal behoefte om de Heer te vragen ons te genezen in onze manier van communiceren – niet alleen om effectiever te zijn, maar ook om te vermijden dat we anderen kwetsen met onze woorden.
Weer ‘normaal’ leren spreken is het begin van een weg, geen eindpunt. Jezus verbiedt deze man immers om te vertellen wat hem is overkomen (vgl. vers 36). Om Jezus werkelijk te leren kennen, moet je namelijk een weg afleggen, met Hem zijn, en ook zijn lijden doormaken.
Wanneer we Hem vernederd en lijdend hebben gezien, wanneer we de reddende kracht van Zijn kruis hebben ervaren, dan kunnen we zeggen dat we Hem echt hebben leren kennen. Om leerlingen van Jezus te worden, bestaan er geen kortere wegen.
Dierbare broeders en zusters, laten we de Heer vragen te mogen leren op een eerlijke en bedachtzame manier te communiceren. En laten we bidden voor allen die gekwetst zijn door de woorden van anderen. (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden