
Tijdens de algemene audiëntie van 6 augustus legde paus Leo XIV uit waarom alles in Gods handen ligt, maar we toch allemaal ons deel moeten doen.
In het Evangelie volgens Marcus wordt verteld dat op de eerste dag van het feest van het ongedesemde brood, wanneer het paaslam geslacht wordt, de leerlingen aan Jezus vragen: “Waar wilt U dat wij voorbereidingen treffen, zodat U het paasmaal kunt houden?” (vgl. Mc. 14,12).
Het is een praktische vraag, maar ook een vol verwachting. De leerlingen voelen aan dat er iets belangrijks staat te gebeuren, maar ze kennen de details niet. Het antwoord van Jezus lijkt wel een raadsel: „Ga de stad in en daar zal een man je tegemoet komen die een kruik water draagt” (vgl. vers 13).
De details worden symbolisch: een man met een waterkruik – een handeling die in die tijd typisch voor vrouwen was – een bovenzaal die al gereed is, een onbekende eigenaar van het huis. Het is alsof alles van tevoren is geregeld. En dat is ook zo. In deze gebeurtenis laat het Evangelie ons zien dat liefde geen toeval is, maar een bewuste keuze.
Die “bovenzaal die al gereed is” zegt ons dat God ons altijd voor is. Nog voordat wij beseffen dat we gastvrijheid nodig hebben, heeft de Heer al een plek voor ons bereid waar we onszelf kunnen zijn en ons zijn vrienden kunnen voelen. Die plaats is uiteindelijk ons hart: een ‘kamer’ die leeg lijkt, maar slechts wacht om herkend, gevuld en gekoesterd te worden.
Het Pasen dat de leerlingen moeten voorbereiden, is in werkelijkheid al voorbereid in het hart van Jezus. Hij heeft alles bedacht, alles geregeld, alles besloten. Toch vraagt Hij zijn vrienden om hun deel te doen. Dat leert ons iets fundamenteels: genade schakelt onze vrijheid niet uit, maar wekt haar tot leven.
Ware liefde wordt gegeven, nog vóór zij wordt beantwoord
Ook vandaag, net als toen, is er een maaltijd die voorbereid moet worden. Het gaat niet alleen om de liturgie, maar om onze bereidheid om deel te nemen aan een gebaar dat groter is dan wijzelf. De Eucharistie wordt niet alleen op het altaar gevierd, maar ook in het dagelijks leven, waar alles geleefd kan worden als een offer en een dankzegging.
Je voorbereiden op deze viering van dankzegging betekent niet méér doen, maar ruimte maken. Het betekent opruimen wat in de weg zit, verwachtingen temperen, stoppen met het najagen van illusies.
Ware liefde – herinnert het Evangelie ons – wordt gegeven nog vóór zij wordt beantwoord. Dat is wat Jezus beleefde met zijn leerlingen: terwijl zij het nog niet begrepen, terwijl de een Hem zou verraden en de ander Hem zou verloochenen, bereidde Hij voor iedereen een gemeenschappelijke maaltijd.
Ook wij worden uitgenodigd om het Pasen van de Heer “voor te bereiden”. Niet alleen het liturgische Pasen, maar ook dat van ons leven. Elke belangeloze daad, elke vergeving die op voorhand wordt geschonken, elke vermoeienis die geduldig wordt gedragen, is een manier om een plaats voor te bereiden waar God kan wonen.
We kunnen ons dan afvragen: wat betekent dat voor mij vandaag? Misschien afstand doen van een eis, stoppen met wachten tot de ander verandert, de eerste stap zetten. Misschien meer luisteren, minder handelen, of leren vertrouwen op wat al voorbereid is. (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden