fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Paus: ‘Bid niet als een papegaai, maar bid met heel je hart’

KN Redactie 22 oktober 2020
image
Foto: CNS Photo - Paul Haring

Tijdens de algemene audiëntie van 21 oktober sprak paus Franciscus over de psalmen als leerschool voor het gebedsleven.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We moeten vandaag tijdens deze audiëntie onze normale manier van doen een beetje aanpassen vanwege het coronavirus. Jullie zitten op afstand van elkaar, met een mondkapje op ter bescherming, en ik zit hier wat verder weg en ik kan niet doen wat ik altijd doe: dichtbij jullie komen.

Want iedere keer dat ik dichterbij kom, komen jullie allemaal bij elkaar staan en is er geen afstand meer. Jullie lopen dan het risico besmet te worden. Ik vind het vervelend om dit te moeten doen, maar het is voor jullie veiligheid.

In plaats van dichtbij jullie te komen, jullie de hand te schudden en te begroeten, groeten we elkaar van een afstand. Maar weet dat ik in mijn hart dichtbij jullie ben. Ik hoop dat jullie begrijpen waarom ik dit doe.

Huilend kind in de kerk

Toen de lectoren net de bijbelteksten lazen, trok een huilend kindje mijn aandacht. En ik zag dat de moeder het kindje knuffelde en de borst gaf. Ik dacht: “Zo doet God dat ook met ons, zoals die moeder.” Ze probeerde haar kindje zo teder te wiegen en de borst te geven. Dat zijn prachtige beelden.

https://www.kn.nl/abonnementen/

Als er in de kerk eens een kindje huilt, weet dan dat daar ook de tederheid van de moeder aanwezig is, zoals vandaag. De tederheid van een moeder is het symbool van Gods tederheid met ons. Leg een kindje dat in de kerk huilt nooit het zwijgen op, nooit. Want zijn stem trekt Gods tederheid aan. Bedankt voor uw getuigenis.

De goddeloze

We maken vandaag de catechese over het psalmgebed af. We merken vooral dat er in de psalmen vaak een negatieve figuur voorbijkomt, die van de ‘goddeloze’, ofwel degene die leeft alsof God niet bestaat. Het is een persoon die geen enkele binding heeft met het transcendente, zonder enige rem op zijn arrogantie, iemand die geen oordeel vreest over dat wat hij denkt of doet.

Om die reden presenteert de psalmist het gebed als de fundamentele realiteit van het leven. De binding met het absolute en transcendente – die door de ascetische meesters “de heilige vrees voor God” wordt genoemd – is wat ons ten volle menselijk maakt. Het is de begrenzing die ons van onszelf redt en ons ervan weerhoudt als een roofdier vraatzuchtig door het leven te walsen. Het gebed is de redding van de mens.

Valse vorm van gebed

Natuurlijk, er bestaat ook een valse vorm van gebed, een gebed dat enkel bedoeld is om door anderen bewonderd te worden. Van die mensen die alleen naar de Mis gaan om te laten zien dat ze katholiek zijn, of om de nieuwe auto te laten zien die ze hebben gekocht, of om een goed figuur te slaan.

“De slechtste dienst die je God, en de mens, kunt bewijzen, is vermoeid en systematisch bidden”

Die mensen doen aan een valse vorm van gebed. Jezus is daar stevig tegen uitgevaren (vlg. Mt. 6,5-6; Lc. 9,14). Maar wanneer de ware geest van gebed oprecht en in het hart wordt beleefd, doet dit ons de wereld door Gods ogen overwegen.

De kern van het leven

Als je bidt, krijgt alles diepgang. Dat is iets aparts aan het gebed. Misschien beginnen we oppervlakkig aan een onderwerp, maar in het gebed krijgt dat diepgang, gewicht. Alsof God het in handen neemt en het verandert. De slechtste dienst die je God, en de mens, kunt bewijzen, is vermoeid en systematisch bidden. Bidden als een papegaai. Nee, je bidt met heel je hart.

Het gebed is de kern van het leven. Als je bidt, wordt ook je broeder, je zuster en zelfs je vijand belangrijk. Een oud gezegde van de eerste christelijke monniken luid als volgt: “Zalig de monnik die, na God, alle mensen als God beschouwt” (Evagrius van Pontus, Hoofdstukken over gebed, nr. 123). Wie van God houdt, houdt van zijn kinderen. Wie God respecteert, respecteert de mensen.

Geen kalmeringsmiddel

Daarom is het gebed geen kalmeringsmiddel om de angsten van het leven te verminderen; zo’n gebed is in ieder geval zeker geen christelijk gebed. Het gebed is eerder een manier om ieder van ons verantwoordelijk te maken. Dat zien we duidelijk terug in het Onzevader, dat Jezus zijn leerlingen leerde.

https://www.kn.nl/abonnementen/

De psalmen zijn een grote leerschool om je die manier van bidden aan te leren. We hebben gezien dat er in de psalmen niet altijd verfijnde en vriendelijke woorden worden gebruikt. Vaak dragen ze het stempel van de wonden van het bestaan. En toch werden al deze gebeden, ook de meest intieme en persoonlijke, gebruikt in de tempel van Jeruzalem en vervolgens in de synagogen.

Collectief erfgoed

Zo staat het in de Catechismus van de Katholieke Kerk: “De veelvormige uitdrukkingen van het psalmengebed komen zowel in de tempelliturgie als in het hart van de mens tot leven” (nr. 2588). En zo haakt het persoonlijke gebed allereerst aan bij het gebed van het volk van Israël, en vervolgens bij het volk van de Kerk, en voedt zich daarmee.

Ook de psalmen die in de eerste persoon enkelvoud zijn geschreven, waarin de intiemste gedachten en problemen van een individu worden toevertrouwd, maken deel uit van het collectief erfgoed; die worden door iedereen en voor iedereen gebeden. Het gebed van de christenen kent die ‘adem’, die geestelijke ‘spanning’ die tijd en wereld samenhoudt.

“Het gebed geen kalmeringsmiddel om de angsten van het leven te verminderen”

Het gebed kan beginnen in het schemerduister van een kerkbeuk, maar eindigt zijn weg in de straten van de stad, en omgekeerd: het gebed kan ontstaan tijdens de dagelijkse bezigheden en zijn vervulling krijgen in de liturgie. De kerkdeuren zijn geen barrières, maar doordringbare ‘membranen’, die in staat zijn ieders schreeuw op te vangen.

De wereld is aanwezig

In het psalmgebed is de wereld altijd aanwezig. De psalmen geven bijvoorbeeld een stem aan de goddelijke belofte dat de allerzwaksten gered zullen worden: “Om geweld aan de nederigen is het, het is om het klagen der armen dat Ik thans Mij verhef, spreekt de Heer, wie bedreigd wordt stel Ik in het heil.” (Ps. 12,6).

Of de psalmen waarschuwen voor het gevaar van de wereldse rijkdommen, want “Een mens in hoge staat zonder inzicht komt als een stom beest aan zijn eind” (Ps. 49,21). Of de psalmen tonen Gods kijk op de geschiedenis: “Hij ontwricht het beraad van de volken, doet hun aller plannen te niet; doch zijn beraad staat voor eeuwig, zijn besluiten geslacht op geslacht” (Ps. 33,10 - 11).

Pure schijn

Kortom, waar God is, daar moet ook de mens zijn. De Heilige Schrift is resoluut: “Wij hebben lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad” (1 Joh. 4,19). Hij gaat ons altijd vooruit. Hij wacht altijd op ons, omdat Hij ons als eerste heeft liefgehad, Hij ons als eerste ziet, Hij ons als eerste begrijpt. Hij wacht altijd op ons.

https://www.kn.nl/abonnementen/

Als iemand zegt: “Ik houd van God”, maar zijn broeder haat, is hij een leugenaar. “Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien” (1 Joh. 4,20). Als je heel veel rozenkransen op een dag bidt, maar vervolgens roddelt over anderen, verbittering met je meedraagt en anderen haat, is dat pure schijn en niet de waarheid.

Praktisch atheïsme

Dit is het gebod dat we van Hem ontvangen hebben: “Wie God liefheeft moet ook zijn broeder liefhebben” (1 Joh. 4,21). De Schrift kent het geval van een persoon die God oprecht zoekt, maar er nooit in slaagt om Hem te ontmoeten; maar de Schrift benadrukt ook dat je de tranen van de armen nooit mag negeren, op straffe God niet te ontmoeten. God verdraagt het ‘atheïsme’ niet van iemand die het goddelijk beeld ontkent dat in elk menselijk wezen gedrukt staat.

Dat atheïsme van elke dag: ik geloof in God, maar van anderen houd ik afstand en ik sta mezelf toe anderen te haten. Dat is praktisch atheïsme. Een mens niet erkennen als beeld van God is heiligschennis en iets afschuwelijks; het is de ergste belediging tegenover de tempel en het altaar.

Beste broeders en zusters, het psalmgebed helpt ons niet ten prooi te vallen aan de ‘goddeloosheid’, ofwel leven, en misschien ook bidden, alsof God niet bestaat en alsof de armen niet bestaan. (Vertaling Susanne Kurstjens)