fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Paus blikt terug op reis naar Marokko

KN Redactie 4 april 2019
image
Paus Franciscus begroet een aantal vrouwen tijdens een bezoek aan een maatschappelijk centrum in Marokko. CNS Photo - Paul Haring

Tijdens de algemene audiëntie van 3 april blikte paus Franciscus terug op zijn bezoek aan Marokko.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Afgelopen zaterdag en zondag heb ik een apostolisch bezoek gebracht aan Marokko, op uitnodiging van Zijne Majesteit koning Mohammed VI. Ik wil opnieuw mijn dank uitspreken aan hem en aan de Marokkaanse autoriteiten voor hun hartelijke ontvangst en voor de samenwerking, vooral met de koning: hij was heel broederlijk, als een vriend, heel nabij.

In de voetsporen van twee heiligen

Ik dank bovenal de Heer die me de kans heeft gegeven om een nieuwe stap te zetten op de weg van dialoog en ontmoeting met onze moslimbroeders en –zusters en om – naar het motto van de reis – een ‘dienaar van hoop’ te zijn in de wereld van vandaag.

Met mijn pelgrimage trad ik in de voetsporen van twee heiligen: Franciscus van Assisi en Johannes Paulus II. Achthonderd jaar geleden bracht St.-Franciscus de boodschap van vrede en broederschap naar sultan Malik al-Kamil. En in 1985 bracht paus Johannes Paulus II zijn gedenkwaardige bezoek aan Marokko, nadat hij koning Hassan II als eerste islamitisch staatshoofd had ontvangen in het Vaticaan.

Waarom gaat de paus naar moslims toe?

Sommigen zouden zich kunnen afvragen: maar waarom gaat de paus naar moslims toe en bezoekt hij niet enkel katholieken? Omdat er heel veel religies zijn, en hoe komt dit? Net als wij zijn de moslims afstammelingen van dezelfde Vader, Abraham. Waarom staat God toe dat er zoveel religies zijn?

God heeft dit willen toestaan: de scholastieke theologen verwezen naar de voluntas permissiva van God: Hij heeft deze werkelijkheid – dat er veel religies zijn – willen toestaan. Sommige religies ontstaan vanuit de cultuur, maar ze kijken altijd naar de hemel, naar God.

Maar wat God wil is broederschap tussen ons, en op een bijzondere manier met onze moslimbroeders die net als wij kinderen van Abraham zijn. Dat was de reden van mijn reis. We moeten niet terugschrikken voor de verschillen: God heeft die toegestaan. We moeten schrikken als we niet broederlijk samenwerken om samen op te gaan in het leven.

De hoop dienen betekent bruggen bouwen

De hoop dienen, in een tijd als de onze, betekent vooal bruggen bouwen tussen samenlevingen. Het was voor mij een vreugde en een eer om dat te kunnen doen in het nobele koninkrijk Marokko, in de ontmoetingen met de bevolking en de autoriteiten.

Refererend aan een aantal belangrijke internationale ontmoetingen die de laatste jaren in het land gehouden zijn, heb ik samen met koning Mohammed VI benadrukt hoe essentieel religies zijn bij het beschermen van de menselijke waardigheid en het bevorderen van vrede, rechtvaardigheid en de zorg voor de schepping, ofwel ons gemeenschappelijk huis.

Vanuit dat perspectief heb ik samen met de koning een ‘Oproep voor Jeruzalem’ ondertekend, opat die heilige stad bewaard mag blijven als erfgoed voor de mensheid en als vreedzame ontmoetingsplaats, vooral voor de gelovigen van de drie monotheïstische godsdiensten.

Samen werken aan broederschap

Ik heb het mausoleum van Mohammed V bezocht en er eer gebracht aan hem en aan Hassan II. Ook heb ik een bezoek gebracht aan het instituut voor de vorming van imams, predikers en prediksters.

Dit instituut bevordert een Islam die respectvol is richting andere religies en die geweld en integralisme afwijst, en dus onderstreept dat wij allemaal broeders en zusters zijn en samen moeten werken aan broederschap.

Bijzondere aandacht voor migranten

Ik heb bijzondere aandacht besteed aan de migratiekwestie, door met de autoriteiten te praten, maar vooral door een ontmoeting die om migranten zelf draaide. Enkele van hen vertelden hoe het leven van degene die emigreert, verandert en weer menselijk wordt wanneer diegene een gemeenschap vindt die hem als persoon aanvaardt.

Dat is fundamenteel. Juist in het Marokkaanse Marrakech werd afgelopen december een wereldwijd pact voor veilige, georganiseerde en geordende migratie aangenomen. Dat was een belangrijke stap op weg naar een internationale gemeenschap die zijn verantwoordelijkheid neemt.

Verwelkomen, beschermen, ondersteunen en integreren

Als Heilige Stoel hebben we aangeboden ons deel te doen en dat kan samengevat worden in vier werkwoorden: migranten verwelkomen, beschermen, ondersteunen en ze laten integreren.

Dat betekent niet dat we van bovenaf hulpverleningsprogramma’s op ze loslaten, maar dat we vanuit die vier handelingen samen een weg gaan om te bouwen aan steden en landen die, met behoud van hun culturele en religieuze identiteit, openstaan voor de verschillen en die kunnen zien als teken van menselijke broederschap.

Migrerende personen in plaats van migranten

De Marokkaanse Kerk is zeer betrokken bij de migranten.  Ik houd er niet van ze migranten te noemen; ik noem ze liever migrerende personen. Weten jullie waarom? Omdat migrant een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord is, terwijl persoon een zelfstandig naamwoord is. Wij zijn vervallen in een cultuur van zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden: we gebruiken heel veel van die bijvoeglijke naamwoorden, maar vergeten vaak de zelfstandige naamwoorden, ofwel de essentie.

Een bijvoeglijk naamwoord moet altijd samengaan met een zelfstandig naamwoord, met een persoon. Een migrerende persoon dus. Zo is er sprake van respect en verval je niet in die cultuur van zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden die te vluchtig is, te ‘gasvormig’. Zoals ik al zei, is de Kerk in Marokko zeer betrokken bij migrerende personen.

Daarom heb ik de mensen willen bedanken en bemoedigen die zich gul inzetten en daarmee handen en voeten geven aan Jezus’ woorden: “Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen” (Mt. 25,35).

Zout, lamp en gist zijn

De zondag was gewijd aan de christelijke gemeenschap. Allereerst heb ik het rurale centrum voor maatschappelijke dienstverlening bezocht. Dat wordt geleid door de Dochters van Liefde van Vincentius a Paulo. Ook de polikliniek en de kliniek voor kinderen hier in Santa Marta worden door deze zusters geleid. De zusters in Marokko werken samen met heel veel vrijwilligers en helpen de bevolking op allerlei manieren.

In de kathedraal van Rabat heb ik de priesters, de religieuzen en de Oecumenische Raad van Kerken ontmoet. Ze vormen een kleine kudde in Marokko en daarom heb ik hen herinnerd aan de evangelische beelden van het zout, het licht en het gist (vlg. Mt. 5,13-16; 13,33) waarover we hebben gehoord aan het begin van deze audiëntie.

Wat telt is niet de kwantiteit, maar dat het zout smaak geeft, het licht stralend schijnt en het gist de kracht heeft om de massa te doen groeien. En dat komt niet vanuit ons, maar van God, van de Heilige Geest die ons tot getuigen van Christus maakt op de plek waar we ons bevinden. En dat alles in een sfeer van dialoog en vriendschap, allereerst onder ons christenen zelf, want Jezus zegt: “Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart” (Joh. 13,35).

De barmhartige Vader

En de vreugde van de gelovige gemeenschap vond haar basis en kwam tot volle uitdrukking in de zondagsmis die gevierd werd in een sportcomplex in de hoofdstad. Duizenden mensen van ongeveer zestig verschillende nationaliteiten! Een unieke epifanie van Gods volk in een islamitisch land.

De gelijkenis van de barmhartige Vader deed te midden van ons de schoonheid stralen van het plan van God, die wil dat al zijn kinderen deel hebben aan zijn vreugde, aan het feest van vergeving en verzoening. Degenen die binnenkomen bij dit feest zijn mensen die in staat zijn toe te geven dat ze behoefte hebben aan Gods barmhartigheid en die zich samen met Hem verheugen wanneer een broeder of zuster terugkeert naar huis.

Het is geen toeval dat daar waar de moslims elke dag de Erbarmer, de Barmhartige aanroepen, de grote gelijkenis van de barmhartige Vader klonk. En zo is het: alleen degenen die herboren zijn en leven in de omhelzing van deze Vader, alleen degenen die zich broeders voelen, kunnen dienaars van hoop in deze wereld zijn. (Vert. SK)