<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

De Heer van barmhartigheid wil iedereen redden

KN Redactie 5 februari 2016
image

Beste broeders en zusters, goedemorgen,

De Heilige Schrift presenteert ons God als de oneindige barmhartigheid, maar ook als de volmaakte gerechtigheid. Hoe moeten we die twee zaken met elkaar verzoenen? Hoe verhoudt zich de realiteit van de barmhartigheid tot de vereisten van de gerechtigheid? Het zou kunnen lijken dat het om twee realiteiten gaat, die elkaars tegengestelde zijn; in werkelijkheid is dat niet zo, omdat het juist de barmhartigheid van God is, die de ware gerechtigheid tot voltooiing brengt. Maar over welke gerechtigheid hebben we het dan?

Recht

Als we denken aan de wettelijke toepassing van de gerechtigheid, dan zien we dat iemand die zich slachtoffer meent van machtsmisbruik, zich wendt tot de rechter in de rechtbank en verzoekt dat hem recht wordt gedaan. Het gaat hier dan om de retributieve (vergeldende) gerechtigheid, die de schuldige een straf oplegt volgens het principe dat iedereen wordt gegeven wat hem verschuldigd is.

Zoals het boek der Spreuken zegt: “Wie rechtvaardig is, vindt het leven, wie het kwade najaagt, de dood” (Spr. 11,19). Ook Jezus heeft het over die gerechtigheid in de parabel van de weduwe die herhaaldelijk naar de rechter ging en hem vroeg: “Help mij aan mijn recht tegenover mijn tegenpartij” (Lc. 18,3).

Andere manier van recht doen

Deze weg leidt echter nog niet tot de ware gerechtigheid want in werkelijkheid overwint de gerechtigheid hier het kwaad niet, maar wordt het slechts ingedamd. Daarentegen kan het kwaad alleen werkelijk worden overwonnen door erop te antwoorden met het goede.

Dat is dus een andere manier van recht doen, die de Bijbel ons voorhoudt als de hoofdweg die we moeten gaan. Dan hebben we het over een proces waarbij wordt voorkomen dat we een beroep doen op de rechtbank, en erin voorziet dat het slachtoffer zich rechtstreeks wendt tot de schuldige om hem uit te nodigen zich te bekeren, door hem te helpen begrijpen dat wat hij doet kwaad is, en een beroep te doen op zijn geweten.

Vergiffenis

Op deze manier, als hij zich dan wil beteren en zijn eigen ongelijk erkent, kan hij zich openen voor de vergiffenis die de klagende partij hem aanbiedt. En dat is mooi: aansluitend op de overtuiging van wat er slecht is, opent het hart zich voor de vergeving die het wordt aangeboden.

Dat is de manier waarop tegenstellingen in het gezin moeten worden opgelost, tussen echtgenoten en tussen ouders en kinderen, waar de beledigde partij de schuldige bemint en de relatie wil redden die haar met de ander verbindt. Die relatie, die betrekking mag niet worden afgekapt.

De barmhartigheid

Natuurlijk, dat is een moeilijke weg. Het vereist dat degene die de krenking heeft ondergaan bereid is te vergeven en de redding wenst en het goede voor degene die hem kwaad heeft aangedaan. Maar alleen zó kan de gerechtigheid overwinnen, omdat als de schuldige het gedane kwaad erkent en ervan afziet het nog eens te doen, dan is het kwaad er niet meer, en zo wordt de ongerechtige, gerechtigd, omdat hij is vergeven en hij geholpen wordt de weg van het goede terug te vinden. En daar treedt dan de werkelijke vergeving binnen, de barmhartigheid.

God wil onze redding

Dat is de manier waarop God omgaat met ons, zondaars. De Heer biedt ons constant zijn vergiffenis aan en helpt ons om die te ontvangen en om ons bewust te worden hoe moeilijk het is om ons ervan te bevrijden. Want God wil onze veroordeling niet, Hij wil onze redding. God wil de veroordeling van niemand! Iemand zou me de vraag kunnen stellen: “Maar, Vader, Pilatus heeft zijn veroordeling toch verdiend? God wilde dat toch?” – Nee! God wilde Pilatus redden en ook Judas; de Heer van de barmhartigheid wil iedereen redden!

Hartstochtelijke oproep

Het probleem is dat we moeten toelaten dat Hij in ons hart binnentreedt. Alle woorden van de profeten zijn een hartstochtelijke oproep vervuld van liefde die om onze bekering vraagt. Kijk maar eens wat de Heer ons zegt door middel van de profeet Ezechiel: “Zou Ik soms behagen scheppen in de dood van de zondaar (…) en niet veel liever zien dat hij zijn leven betert en in leven blijft?” (18,23; cfr. 33,11), dat is het wat God behaagt!

Een vader die liefheeft

En zo is het hart van God, het hart van een vader die liefheeft en die wil dat zijn kinderen leven in het goede en in de gerechtigheid, en daardoor in de volheid leven en gelukkig zijn. Een hart van een vader, dat verder reikt dan onze klein begrip van de gerechtigheid om ons de openen voor de oneindige horizonten van zijn barmhartigheid. Een hart van de Vader die ons niet behandelt naar onze zonden en niet vergeldt overeenkomstig onze schuld, zoals de psalm zegt (103,9 – 10).

En het is juist dat Vaderhart dat wij willen ontmoeten als wij naar de biechtstoel gaan. Misschien wordt ons daar iets gezegd waardoor wij beter het kwaad begrijpen, maar naar de biechtstoel gaan we allemaal om een vaderhart te vinden dat ons helpt ons leven te veranderen; een vader die ons de kracht geeft om verder te gaan; een vader die ons vergeeft in naam van God.

De biechtstoel

En daarom is biechtvader zijn een zeer grote verantwoordelijkheid, omdat deze zoon, die dochter alleen maar naar je toekomt om een vader te vinden. En jij, als priester, die daar in de biechtstoel zit, jij bent daar in de plaats van de vader die recht doet met zijn barmhartigheid.