<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Paus tegen jongeren: ‘Houd Jezus’ droom levend’

KN Redactie 25 januari 2019
image
Paus Franciscus wordt in Panama verwelkomd door de jongeren. CNS - Paul Haring

Tijdens de Wereldjongerendagen in Panama sprak paus Franciscus op 24 januari met de jongeren over het levend houden van Gods droom.

Beste jongeren, goede avond!

Hoe fijn is het om weer samen te komen, dit keer in een land dat ons met zo veel warmte heeft ontvangen! Nu we hier samenkomen in Panama, zijn de Wereldjongerendagen opnieuw een viering van vreugde en hoop voor de hele Kerk, een getuigenis van geloof voor de hele wereld.

Petrus is erbij

Ik herinner met dat verschillende mensen in Krakau aan me vroegen of ik er bij zou zijn in Panama, en ik zei tegen hen: “Ik weet het niet, maar Petrus zal er zeker bij zijn. Petrus zal er zijn.” Vandaag ben ik blij dat ik tegen jullie kan zeggen: Petrus is bij jullie, om mee te vieren en om jullie geloof en hoop te hernieuwen. Petrus en de Kerk wandelen met jullie mee, en we willen tegen jullie zeggen: wees niet bang, ga voort met diezelfde frisse energie en onrust die ons blijer en beschikbaarder maakt, en betere getuigen van het Evangelie.

Om voort te gaan en geen parallelle Kerk te creëren die ‘leuker’ en ‘cooler’ zou zijn vanwege een mooi jongerenevenement, alsof dat alles zou zijn dat je nodig hebt of wilt. Die denkwijze zou jullie niet respecteren, en ook niet wat de Geest door jullie zegt. Helemaal niet zelfs!

Blijven lopen

Samen met jullie willen we de voortdurende frisheid en jeugdigheid van de Kerk herontdekken en opnieuw doen opleven, door onszelf open te stellen voor een nieuw Pinksteren. Zoals we dat ook hebben ervaren tijdens de jongerensynode kan dit alleen gebeuren als we, door te luisteren en te delen, elkaar bemoedigen om te blijven wandelen en getuigenis te blijven afleggen door God te verkondigen in de dienstbaarheid aan onze broeders en zusters, in de concrete dienstbaarheid.

Ik weet dat het niet gemakkelijk was om hier te komen. Ik weet hoeveel moeite jullie hebben moeten doen, hoeveel offers jullie hebben moeten brengen om aan deze WJD deel te nemen. Vele weken van werk en verplichtingen, ontmoetingen van reflectie en gebed hebben van de reis grotendeels zelf een beloning gemaakt.

Een leerling is niet enkel iemand die op een bepaalde plaats aankomt, maar iemand die kordaat vertrekt, die niet bang is om risico’s te nemen en die blijft lopen. Dat is de grote vreugde: blijven lopen. Jullie zijn niet bang geweest om risico’s te nemen en op weg te blijven. Vandaag zijn we allemaal in staat geweest ‘om hier te komen’, omdat we al een tijdje, in onze eigen gemeenschappen, samen ‘onderweg’ zijn geweest.

Cultuur van ontmoeting

We zijn afkomstig uit verschillende culturen en volkeren, we spreken verschillende talen en dragen verschillende soorten kleren. Elk van onze volkeren heeft een andere geschiedenis en heeft andere dingen meegemaakt. We verschillen op zoveel manieren van elkaar! Maar niets daarvan heeft ons ervan weerhouden om elkaar te ontmoeten en blij te zijn om samen te zijn. We weten dat de reden hiervoor is dat iets ons verbindt. Iemand is een broer voor ons.

Jullie, beste vrienden, hebben heel veel offers gebracht om elkaar te ontmoeten en op deze manier zijn jullie werkelijk de leraren en de bouwers geworden van de cultuur van ontmoeting. Door jullie acties en jullie houding, jullie manier om naar de dingen te kijken, jullie verlangens en vooral jullie gevoeligheid, maken jullie het soort gepraat onschadelijk dat bedoeld is om verdeeldheid te zaaien, en om degenen die niet zijn ‘zoals wij’ buiten te sluiten of te verwerpen.

Dat komt omdat jullie dat instinct bezitten dat intuïtief weet dat “echte liefde geen rechtmatige verschillen uitwist, maar die samenbrengt in een superieure eenheid” (Benedictus XVI, preek van 25 januari 2006). Aan de andere kant weten we dat de vader van de leugens liever heeft dat mensen verdeeld zijn en ruzie maken dan mensen die geleerd hebben om samen te werken.

Een gedeelde droom

Jullie leren ons dat elkaar ontmoeten niet betekent dat je op elkaar lijkt, op dezelfde manier denkt of dezelfde dingen doet, naar dezelfde muziek luistert of hetzelfde voetbalshirt draagt. Nee, helemaal niet… De cultuur van ontmoeting is een oproep om een gedeelde droom levend te durven houden. Ja, een grote droom, een droom waar plaats is voor iedereen. De droom waarvoor Jezus zijn leven gaf aan het kruis, waarvoor de Heilige Geest werd uitgestort op de dag van Pinksteren en vuur bracht in het hart van elke man en vrouw, in jullie harten en in die van mij, in de hoop dat we ruimte vinden om te groeien en bloeien.

Een droom genaamd Jezus, gezaaid door de Vader in het vertrouwen dat die in elk hart zou groeien en leven. Een droom die door onze aderen stroomt, onze harten in vervoering brengt en ze doet dansen steeds als we dit gebod horen: “Gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart” (Joh. 13, 34-35).

Liefhebben

Een heilige uit deze streken zei dat “het christendom geen verzameling waarheden is die we moeten geloven, of regels of geboden die gevolgd moeten worden. Als we er zo naar kijken worden we erdoor afgeschrikt. Het christendom is een mens die immens van mij hield, die mijn liefde vraagt en opeist. Het christendom is Christus” (vlg. St.-Oscar Romero, preek van 6 november 1977). Het betekent de droom volgen waarvoor Hij zijn leven gaf: liefhebben met dezelfde liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad.

We kunnen ons afvragen: wat houdt ons bijeen? Waarom zijn we verbonden? Wat zorgt ervoor dat wij elkaar willen ontmoeten? De zekerheid dat Hij ons heeft liefgehad met een diepe liefde waarover we niet kunnen of willen zwijgen; een liefde die ons uitdaagt om op dezelfde manier te reageren: met liefde. Het is de liefde van Christus die ons aanspoort (vlg. 2Kor. 5,14).

Geloven jullie in deze liefde?

Een liefde die niet overweldigt of onderdrukt, opzij zet of het zwijgen oplegt, vernedert of domineert. Het is de liefde van de Heer, een dagelijkse, discrete en respectvolle liefde; een liefde die gratis is en bevrijdend, een liefde die geneest en verheft. De liefde van de Heer heeft meer van doen met verheffen dan met omlaag halen, meer met verzoenen dan met verbieden, meer met het bieden van nieuwe kansen dan veroordelen, meer met de toekomst dan met het verleden. Het is de kalme liefde van een hand die uitgestrekt wordt om te dienen, een toewijding die de aandacht niet naar zichzelf trekt.

Geloven jullie in deze liefde? Is dit een liefde die begrijpelijk is?

De moed van Maria

Dit is dezelfde vraag en uitnodiging die tot Maria werd gericht. De engel vroeg haar of ze deze droom in haar schoot wilde dragen en die leven wilde geven, het tot vlees wilde laten worden. Zij antwoordde: “’Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1,38). Maria vond de moed om ‘ja’ te zeggen. Ze vond de kracht om leven te geven aan Gods droom.

De engel vraagt hetzelfde van ieder van jullie, en van mij. Willen jullie dat deze droom tot leven komt? Willen jullie die vlees laten worden door jullie handen, jullie voeten, jullie blik en jullie hart? Willen jullie dat de liefde van de Vader nieuwe vergezichten voor jullie opent en jullie op wegen brengt waaraan jullie nooit gedacht hadden, waarop jullie nooit gehoopt hadden, waarvan jullie nooit gedroomd hadden of die jullie nooit verwacht hadden, om onze harten te verblijden, en te doen zingen en dansen?

Hebben wij de moed om, net als Maria, tegen de engel te zeggen: Zie, wij zijn de dienaars van de Heer; ons geschiede naar uw woord?

Resultaat van de WJD

Beste jonge vrienden, het meest hoopvolle resultaat van deze dagen, zal geen slotdocument zijn, noch een gezamenlijke brief of een te volgen programma. Het meest hoopvolle resultaat van deze bijeenkomst zullen jullie gezichten en jullie gebed zijn. Ieder van jullie zal terug naar huis gaan met de nieuwe kracht die voortkomt uit elke ontmoeting met anderen en met de Heer.

Jullie zullen vervuld met de Heilige Geest terug naar huis gaan, zodat jullie de droom die van ons broeders en zusters maakt, kunnen koesteren en levend kunnen houden, omdat die niet mag uitdoven in het hart van onze wereld. Waar we ook zijn en wat we ook doen, we kunnen altijd omhoog kijken en zeggen: “Heer, leer mij lief te hebben, zoals U ons heeft liefgehad.” Willen jullie deze woorden met mij herhalen? “Heer, leer mij lief te hebben, zoals U ons heeft liefgehad.”

‘Hier ben ik’

We kunnen deze eerste ontmoeting niet afsluiten zonder een aantal mensen te bedanken. Dank je wel aan al diegenen die deze Wereldjongerendagen met zo veel enthousiasme hebben voorbereid. Bedankt dat jullie elkaar hebben aangemoedigd om iets op te bouwen en om te verwelkomen, om ‘ja’ te zeggen tegen Gods droom zijn zonen en dochters bijeen te zien. Dank aan aartsbisschop Ulloa en zijn team, die Panama hebben geholpen om vandaag niet alleen een kanaal te zijn dat oceanen verbindt, maar ook een kanaal waar Gods droom steeds weer nieuwe stromen vindt waarin die kan groeien, vermenigvuldigen en verspreid kan worden naar alle uithoeken van de aarde.

Beste vrienden, moge Jezus jullie zegenen en de H. Maagd van Antigua jullie altijd begeleiden, opdat jullie, net als zij, zonder angst kunnen zeggen: “Hier ben ik. Mij geschiede naar uw woord.” (Vert. SK)