<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Paus tijdens audiëntie: ‘Niemand van ons is perfect’

KN Redactie 11 april 2019
image
Paus Franciscus arriveert op het Sint-Pietersplein voor de audiëntie van 10 april. CNS Photo - Paul Haring

“Niemand van ons is perfect, niemand”, zei paus Franciscus tijdens de algemene audiëntie van 10 april over het Onzevader.

Beste broeders en zusters, goedemorgen! Het is niet zo’n mooi weer, maar toch goedemorgen!

Nadat we God om ons dagelijks brood hebben gevraagd, komen we met het Onzevader op het terrein van onze relaties met de naasten. En Jezus leert ons aan de Vader te vragen: “Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren” (Mt. 6,12). Net zoals we brood nodig hebben, hebben we ook vergeving nodig. En dat elke dag weer.

Alles te danken aan de Vader

De biddende christen vraagt aan God vooral dat zijn schulden hem mogen worden vergeven. Ofwel, zijn zonden, de slechte dingen die hij doet. Dat is de eerste waarheid van elk gebed: al waren we perfecte mensen, als waren we kristallen heiligen die het nooit moe worden goed te leven, dan nog blijven wij altijd kinderen die alles aan de Vader te danken hebben.

Wat is de gevaarlijkste houding van elk christelijk leven? Dat is de trots. Het is de houding van de mens die voor God verschijnt en denkt dat hij altijd al zijn zaakjes met Hem op orde heeft: de trots doet geloven dat alles in orde is.

De farizeeër en de tollenaar

Zoals die farizeeër uit de gelijkenis die in de tempel denkt te bidden, maar in werkelijkheid zichzelf staat te prijzen voor God: “God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen”(Lc. 18, 11). Mensen die zichzelf perfect voelen en die andere mensen bekritiseren, dat zijn trotse mensen. Niemand van ons is perfect, niemand.

De tollenaar achterin daarentegen, een door iedereen verguisde zondaar, blijft op de drempel van de tempel stilstaan en voelt zich niet waardig genoeg om naar binnen te gaan. Hij geeft zich over aan Gods barmhartigheid. En Jezus vertelt: “Deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere” (Lc. 18,14), ofwel hij was vergeven, gered. Waarom? Omdat hij niet trots was, omdat hij zijn grenzen en zijn zonden erkende.

Stiekeme zonden

Er zijn zonden die je ziet en zonden die je niet ziet. Er zijn daverende zonden die tot ophef leiden, maar er zijn ook stiekeme zonden, die zich in ons hart nestelen zonder dat wij dat zelf merken.  De ergste daarvan is de hoogmoed die ook de mensen kan raken die een intens religieus leven leiden.

Er was eens een zusterklooster, ergens tussen 1600 en 1700. Een beroemd klooster, ten tijde van het jansenisme. De zusters waren meer dan perfect en er werd over hen gezegd dat ze net zo puur waren als engelen, maar hoogmoedig als demonen. Dat is vreselijk. De zonde doorbreekt de broederschap. De zonde doet ons denken dat we beter zijn dan anderen. De zonde doet ons denken dat we gelijk zijn aan God.

Wij zijn allemaal zondaars

Maar voor God zijn we allemaal zondaars en moeten we allemaal ons hoofd buigen – allemaal! – zoals die tollenaar in de tempel. De apostel Johannes schrijft in zijn Eerste Brief: “Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons” (1 Joh. 1,8). Als je jezelf voor de gek wilt houden, zeg dan dat je geen zonden hebt. Dan houd je jezelf voor de gek.

We zijn vooral schuldenaren omdat we in dit leven zoveel hebben gekregen: ons bestaan, een vader en een moeder, vriendschap, de wonderen van de schepping… Ook al krijgt iedereen te maken met moeilijke dagen, toch moeten we altijd bedenken dat ons leven een genade is, een wonder dat God uit het niets heeft doen ontstaan.

Wij weerkaatsen het licht van Gods genade

Op de tweede plaats zijn we schuldenaren omdat, ook al zijn wij in staat lief te hebben, niemand daartoe in staat is op eigen kracht alleen. De ware liefde is kunnen liefhebben met Gods genade. Niemand van ons schijnt door zijn eigen licht.

Er is iets dat de theologen uit de Oudheid het mysterium lunae noemden, niet alleen in de identiteit van de Kerk, maar in ieder van ons. Wat betekent dit mysterium lunae? Het is als de maan die geen eigen licht heeft: de maan weerkaatst het licht van de zon.

Ook wij hebben geen eigen licht: het licht dat we uitstralen  is een weerkaatsing van Gods genade, van Gods licht. Als jij liefhebt, is dat omdat iemand buiten jouzelf, glimlachend naar jou keek toen je nog een kind was en je leerde om te antwoorden met een glimlach. Als jij liefhebt, is dat omdat iemand naast je die liefde in je heeft opgewekt en je zo heeft doen begrijpen hoe daarin de zin van het bestaan huist.

Eigen verantwoordelijkheid

Laten we eens proberen te luisteren naar het verhaal van mensen die de fout in zijn gegaan: een gevangene, een veroordeelde, een drugsverslaafde… we kennen heel veel mensen die fouten begaan in hun leven. De eigen verantwoordelijkheid daargelaten, die altijd persoonlijk is, vraag je je soms toch af wie er schuldig is aan diens fouten: alleen het geweten van die mens, of de hele geschiedenis van haat en uitsluiting die zo iemand met zich mee draagt.

Dat is het mysterie van de maan: wij hebben bovenal lief, omdat wij geliefd worden; we vergeven omdat we vergeven zijn. En als iemand niet verlicht wordt door het licht van de zon, wordt die zo bevroren als een winterse akker.

Hij houdt altijd als eerste van ons

Hoe zouden we in de liefdesketen die ons voortgaat de voorzienige aanwezigheid van Gods liefde niet kunnen herkennen? Niemand van ons houdt zoveel van God als Hij van ons houdt. Ga maar eens voor het kruis staan om de onevenredigheid te ontdekken: Hij heeft van ons gehouden en Hij houdt altijd als eerste van ons.

Laten we daarom bidden: Heer, ook de meest heilige mens in ons midden houdt nooit op uw schuldenaar te zijn. Oh Vader, wees ons genadig! (Vert. SK)