Het Cuypersjaar, dat kerkenbouwer Joseph Cuypers uit de schaduw van zijn beroemdere vader moest halen, is ten einde. De afsluiting ervan werd gemarkeerd door de presentatie van een boek dat Cuypers’ leven en oeuvre blijvend in herinnering moet houden.
2024 stond in het teken van kerkarchitect Joseph Cuypers, wiens 75ste sterfdag in dat jaar viel. Het Cuypersjaar was bedoeld om de invloed van deze architect op het gezicht van talrijke Nederlandse steden en dorpen volop in de schijnwerpers te zetten.
Met onder meer een herdenkingsmis in de Haarlemse Sint-Bavokathedraal – uiteraard een kerk van Cuypers’ hand – en de opening van zijn persoonlijke archief vroeg het Cuypersgenootschap aandacht voor de architect.
Aan het begin van het Cuypersjaar werd ook een boek over het werk van de man beloofd. Dat is inmiddels verschenen: Joseph Cuypers, architect van Gert van Kleef vormt, net als de kerken en andere gebouwen die Cuypers naliet, een tastbare herinnering aan de ster van het Cuypersjaar.
Op 20 juni werd het boek gepresenteerd in het Cuypershuis in Roermond, de stad waar zijn wieg stond. Pierre Cuypers, de kleinzoon van Joseph, reikte twee exemplaren uit aan burgemeester Hans Slagboom van Dongen en wethouder Andries Houtakkers uit Sittard-Geleen, gemeenten waar een aantal belangrijke werken van Joseph Cuypers staan. Met de overhandiging van het boek werd het Cuypersjaar officieel afgesloten.
Over Joseph Cuypers (1861-1949) is gezegd dat hij altijd in de schaduw van zijn vader Pierre is blijven staan. Die positie aan de lijzijde van de roem heeft verschillende oorzaken.
Cuypers senior heeft gebouwen als het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam op zijn naam staan, maar gebouwen van dergelijk allooi, die ook bij het niet-katholieke publiek welbekend zijn, ontbreken binnen Josephs oeuvre.
“Waar zijn vader zelden zijn comfortzone verliet, experimenteerde Joseph er stilistisch op los.”
Wat natuurlijk ook meespeelt, is dat Joseph altijd voor het bureau van zijn vader gewerkt heeft. Vader en zoon hebben zelfs binnen heel wat projecten samengewerkt, waarbij het vaak moeilijk is om te reconstrueren wie wat heeft gedaan.
En ten slotte heeft Josephs persoonlijkheid evenmin bijgedragen aan de erkenning voor zijn werk. Van Kleef typeert hem als iemand die “zich altijd bescheiden opstelde en anderen alle eer liet”.
Maar misschien is het tijd om, in weerwil van zijn eigen karakter, Cuypers junior toch een plaats voor het voetlicht te gunnen. Het afgelopen Cuypersjaar heeft dat natuurlijk volop beoogd. Het boek Joseph Cuypers, architect is een waardige sluitsteen voor het themajaar.
Uit dit naslagwerk – half biografie en half beschrijving van de gebouwen die zijn stempel dragen – valt op te maken dat Cuypers die aandacht ten slotte ruimschoots verdient.
De architect staat het meest bekend om de vele kerken die hij ontwierp, maar voor andere klussen draaide hij zijn hand evenmin om. De Amsterdamse effectenbeurs is een bekend niet-religieus gebouw van zijn hand; daarnaast ontwierp hij woonhuizen en kantoorpanden.
Wat bijna niemand weet, is dat Cuypers ook aan nog grootsere projecten gewerkt heeft. Zijn visie strekte zich zelfs uit over complete steden, zo blijkt uit de stedenbouwkundige plannen voor de gemeenten Heemstede, Roermond en Geleen die Cuypers maakte.
Het gedeelte van het boek over Cuypers’ plannen voor Geleen leest zelfs als een spannende roman: het mijndorp stond in de jaren twintig te springen om nieuwe huizen, maar door voortdurend gedoe in de Geleense gemeentepolitiek bleven de plannen in het luchtledige hangen. Een verhaal dat in onze huidige tijden van woningnood akelig actueel klinkt…
Voor katholiek Nederland is de naam Cuypers natuurlijk een synoniem voor kerkenbouwer. Cuypers’ godshuizen krijgen dan ook veruit de meeste aandacht in Van Kleefs boek. Daaruit valt met name de enorme creativiteit en architectonische durf van Joseph Cuypers op.
Waar zijn vader tamelijk vormvast was en zelden zijn neogotische comfortzone verliet – de Heilige Agatha- en Barbarabasiliek, een soort kopie van de Sint-Pietersbasiliek in Rome, is een opmerkelijke neoclassicistische uitzondering – experimenteerde Joseph er stilistisch vrolijk op los. Hij speelde met eigentijdse vormen en onderscheidde zich van zijn tijdgenoten door de gebruikelijke, op het verleden geënte stijlen vrijer toe te passen.
Ook het exotische raakte een gevoelige snaar bij hem. Zo zijn in zijn oeuvre Oost-Aziatische bouwkenmerken te bespeuren en liet hij zich inspireren door de islamitische bouwkunst. Niet alleen bereikten die Aziatische invloeden Cuypers, maar heeft de architect op zijn beurt in dat werelddeel sporen nagelaten.
Aan de andere kant van de wereld, in de Myanmarese stad Yangon, staat de St. Mary’s Cathedral, waarvoor hij de ontwerpopdracht verwierf via missionaris Hendrick Janzen, een oude kennis. Zijn eerste voorstel was sterk geïnspireerd door de inheemse cultuur van het toenmalige Birma, maar werd niet geschikt bevonden; een tweede, meer neogotische opzet, werd wel goedgekeurd.
Voor de meeste Cuyperskerken hoeft de liefhebber gelukkig niet zo ver. Met tientallen gebedshuizen op zijn naam, is er wel een kerk van Joseph Cuypers in iedere streek te vinden. Die verdienen het stuk voor stuk om nu, in de echo van het Cuypersjaar, met nieuwe ogen bekeken te worden.
|
|
In een wereld waarin alles voortdurend verandert en onder druk staat, is katholieke kwaliteitsjournalistiek een uniek en kostbaar goed. Op KN.nl heeft u altijd toegang tot het laatste nieuws uit kerk en samenleving, en vindt u uitgebreide reportages en verhelderende analyses van onze gespecialiseerde redacteuren.
Voor maar € 1,40 per week leest u altijd als eerste al het moois dat KN.nl te bieden heeft, heeft u online onbeperkt toegang tot al onze artikelen én steunt u het voortbestaan van de laatste katholieke krant van Nederland.
Dus geef om katholieke kwaliteitsjournalistiek en word lid van KN Online.