
In ‘Een tijd om te helen’ pleit emeritus-predikant Arjan Plaisier voor volledige, zichtbare eenheid tussen katholieken en protestanten. Lukt het hem om breuklijnen te overbruggen?
Begin vorig jaar was emeritus-predikant Arjan Plaisier al een van de drijvende krachten achter de verklaring ‘Rome-Reformatie’, waarin protestantse en katholieke theologen pleitten voor kerkelijke eenheid.
Het pas verschenen boek Een tijd om te helen laat zich lezen als de theologische uitwerking van die verklaring. Het pleidooi van Plaisier is alleen al om z’n dapperheid te prijzen.
Hij neemt geen genoegen met een louter pragmatische toenadering, vage gemeenplaatsen of oecumenische koehandel op geloofspunten zodat we met wat wringen toch door één deur kunnen. Nee, het is hem om volledige, zichtbare, institutionele eenheid te doen.
Zeker in zijn eigen protestantse Kerk is dat natuurlijk een heikel punt. Katholieken zullen doorgaans wat laconieker reageren: prima joh, van harte welkom terug in de schoot van de Moederkerk. Maar Plaisier maakt zonneklaar dat ook zo’n ‘terugkeeroecumene’ hem te gemakkelijk gedacht is.
Dus gaat hij dapper aan de slag om op alle theologische twistpunten klaarheid te scheppen, wat meteen ook een andere moeilijkheid aan het licht brengt. Want enigszins generaliserend kun je wel zeggen dat dit een typisch protestantse geloofsbenadering is – het tot ver achter de komma doorredeneren van geloofspunten. Precies die neiging heeft in de protestantse traditie nu net vele scheuringen veroorzaakt.
Plaisier wil nu op die wijze scheuringen te boven komen, met als risico natuurlijk dat het juist nieuwe twisten brengt. Maar misschien is dat een ontnuchterend basisgegeven van iedere oprechte oecumene: je kunt geen breuken helen zonder het risico te lopen op nieuwe breuken.
Ook weer generaliserend kun je zeggen dat wij katholieken met onze onderlinge verschillen omgaan door het er vooral maar niet te veel over te hebben. Dat is niet louter omwille van de lieve vrede: er schuilt ook de intuïtie achter dat het meest wezenlijke zich uiteindelijk niet onder woorden laat brengen, en dat pogingen om dat toch te doen ons vaak juist verder laten afdrijven van dat wezenlijke en van elkaar.
Ik wil maar zeggen: beide houdingen mogen er zijn en kunnen elkaar ook in evenwicht houden. Dat is, geloof ik, ook precies de uiteindelijke pointe van dit belangrijke boek.
| ![]() |
Er zijn geen artikelen gevonden