

Hervormingsgezinden vernielden in 1566 heiligenbeelden en andere katholieke elementen in kerken. Kerken werden na de Beeldenstorm echter niet meteen protestants. Over die overgang van een katholiek naar een reformatorisch kerkinterieur schreven Marco Blokhuis en Jan Dirk Wassenaar Het kerkinterieur op de schop.
Het kerkinterieur op de schop verscheen in november vorig jaar, maar aan het boek is sinds 2017 gewerkt. In dat Lutherjaar, vijfhonderd jaar na de start van de Reformatie, begonnen kunsthistoricus Marco Blokhuis en predikant Jan Dirk Wassenaar aan een artikelenserie voor het magazine Kerkbeheer.
In dat tijdschrift van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) wierpen de auteurs hun licht op de gevolgen van de Reformatie voor het interieur van de kerk: welke elementen werden verwijderd en wat bleef behouden?
“Toen hebben we de smaak te pakken gekregen. We wisten dat als we het zouden uitbreiden, er wel een boekje kon komen”, legt Wassenaar uit. Uiteindelijk is het een lijvig en rijk geïllustreerd boek geworden, volgens de auteurs echt een overzichtswerk. “Er is veel verschenen over de verschillende interieurstukken, maar altijd apart. Het is nooit samengevoegd”, vertelt Blokhuis.
Dit artikel is niet gevonden
Omdat er veel materiaal was, moesten de auteurs scherpe keuzes maken. Zo is gekozen om de nadruk te leggen op de periode tussen 1572 en het begin van de zeventiende eeuw. “Je kunt zeggen dat de Synode van Dordrecht (1618-1619) de consolidatie van de gereformeerde religie in Nederland betekende, met een uitloop van enkele jaren”, verklaart Wassenaar die afbakening.
De Beeldenstorm was in 1566, maar pas vanaf 1572 werden kerken protestants. Blokhuis merkt op dat daarbij niet vergeten moet worden dat de oorsprong van de protestantse kerkinterieurs in het middeleeuwse katholieke interieur ligt. Sommige interieuronderdelen, zoals de preekstoelen, werden dan ook ongemoeid gelaten.
“Op zeventien plekken is de middeleeuwse preekstoel bewaard gebleven. Ook, en dat is opmerkelijk, preekstoelen met reliëfs van een figuratieve voorstelling. We kunnen niet in de hoofden kijken van de mensen van toen, maar blijkbaar vond men dat minder erg dan beelden.”
‘Op de ene plek was men veel strenger in het weghalen van katholieke onderdelen dan op andere plekken’
Marco Blokhuis
Maar niet alles bleef behouden. Van altaren en doopvonten tot beelden en schilderingen: wat als aanstootgevend werd gezien, werd verwijderd. Al was het een proces, benadrukt Blokhuis. “Men heeft praktisch gekeken. Wat direct verwijderd kon worden, werd verwijderd. Maar schilderingen op de gewelven lieten ze langer zitten.”
De “zuivering”, zoals de auteurs het noemen, was geen landelijk en gestroomlijnd proces. “Uit de archieven wordt duidelijk dat het soms erg moeizaam ging. Dan werd er gesignaleerd dat in een bepaalde kerk nog een doopvont of altaar stond en dat daar nodig wat aan gedaan moest worden”, vertelt Wassenaar.
“Het was meer regionaal”, haakt Blokhuis aan. “Op de ene plek was men veel strenger in het weghalen van katholieke onderdelen dan op andere plekken.”
In het boek is ook aandacht voor elementen die de protestanten toevoegden aan het kerkinterieur, zoals dooptuinen (een door hekken omgeven ruimte rond de preekstoel), kerkbanken en tekstschilderingen. “In de Bovenkerk in Kampen zijn de beelden in de nissen van de preekstoel vervangen door tekstborden”, geeft Wassenaar als voorbeeld. “Het Woord vervangt het beeld.”

De Reformatie betekende een breuk, maar volgens Blokhuis was er ook zeker sprake van continuïteit. Naast preekstoelen geldt dat ook voor het avondmaalsgerei, waar een apart hoofdstuk aan is gewijd. De reformatoren wilden eigenlijk glas, hout of tin gebruiken. Toch werd avondsmaalgerei van zilver de standaard.
“Bij protestanten leefde dus ook het idee dat er een waardig materiaal gebruikt moest worden. In de katholieke Kerk is het gebruik van edelmetalen natuurlijk vereist voor bijvoorbeeld de miskelk.”
Dit artikel is niet gevonden
Inmiddels worden er zelfs elementen van voor de Reformatie teruggeplaatst. “Hier in Hellendoorn heeft een altaarsteen jarenlang als stoep gediend”, vertelt Wassenaar. “Die werd letterlijk met de voeten getreden. Sinds een paar jaar ligt hij weer binnen de muren van de kerk. Een gebruik als liturgietafel is een groot woord, maar er staan kaarsen op.”
De auteurs kennen veel meer voorbeelden. Eerherstel voor de koorruimte, de terugkeer van doopvonten en zelfs het plaatsen van beeldjes van de naamgevers van de kerk. “Laten we het oecumenische toenadering noemen”, verklaart Wassenaar deze beweging.
Met het boek hopen de auteurs kerkbeheerders meer zicht te geven op de geschiedenis van hun eigen kerkgebouw en het belang van behoedzaam omgaan met erfgoed. “Maar de doelgroep is veel groter dan alleen beheerders en erfgoedspecialisten”, zo vult Blokhuis aan. “Het gaat om bewustwording bij een breed publiek van de belangrijke en fraaie elementen in het interieur en van de samenhang tussen die elementen.”

Marco Blokhuis en Jan Dirk Wassenaar, Het kerkinterieur op de schop. De gevolgen van de Reformatie voor de middeleeuwse kerken in Nederland
Uitgeverij: Walburg Pers
Pagina’s: 248 | € 34,99
Er zijn geen artikelen gevonden