
Als katholiek houd je je hart vast als een parochiekerk het decor is van een misdaadfilm. Maar de derde Knives Out-film Wake Up Dead Man bevat verrassend veel theologische diepgang.
De murder mystery of whodunnit is een genre met z’n eigen dogma’s. Ondanks de tragische gebeurtenis die centraal staat, blijft de sfeer gemoedelijk. Het slachtoffer is weinig sympathiek en wordt door niemand echt betreurd (ook niet door de lezer of kijker).
Iedereen is verdacht, en degene die de moord moet oplossen is een even opmerkzaam als opmerkelijk (lees: sociaal onaangepast) persoon. Het verhaal ten slotte is voorspelbaar onvoorspelbaar. Tegen het einde vindt een grote ontmaskering plaats, in een lange monoloog van de detective te midden van alle verdachten.
Dit sjabloon – ooit neergelegd door auteurs als Arthur Conan Doyle en Agatha Christie – is zelfs zo in beton gegoten dat iedere hedendaagse murder mystery onvermijdelijk voelt als een hommage aan of parodie op het genre. Inclusief subtiele of niet zo subtiele knipoogjes naar de grote detectives: Sherlock Holmes, Hercule Poirot, Miss Marple, enzovoort.
Dit artikel is niet gevonden
Dat is zeker het geval met de Knives Out-filmreeks, waarvan het derde (maar prima los te kijken) deel deze maand verscheen. Die film knipoogt opzichtig naar Father Brown, de schrandere priester-speurneus van G.K. Chesterton.
Het verhaal in een notendop: een jonge priester wordt overgeplaatst naar een afgelegen parochie, waar een oude, charismatische priester op bijna sektarische wijze zijn gelovigen in de greep houdt. De oude priester wordt vermoord, de jonge priester is de eerste verdachte.
Maar is hij echt de dader? De detective – de door Daniel ‘007’ Craig nogal vet aangezette Benoit Blanc – mag het onderzoeken. Aan alle genredogma’s wordt kortom keurig voldaan.
Nu hou je als katholiek doorgaans je hart vast wanneer een parochie het decor is voor zo’n film. Benoit Blanc is ook zeker geen Father Brown; in religieus opzicht zelfs zijn tegenvoeter, een nogal uitgesproken atheïst met een zichtbaar dedain voor de ‘poppenkast’ van het geloof.
De oude pastoor Wick belichaamt ook alles wat de critici verfoeien aan de Kerk; hij is een hypocriet, een valse herder die zijn kudde schuimbekkend de maat neemt, maar het zelf niet zo nauw neemt met de katholieke moraal en zeden.
Toch is de film zeker meer dan een katholieke karikatuur. Enkele schoonheidsfoutjes daargelaten kloppen de details verrassend precies: de juiste kleur van liturgische gewaden op de juiste dag; de juiste formuleringen tijdens de Mis, een slim uitgewerkte parallel met het bijbelse verhaal van kruisdood en verrijzenis – de makers hebben hun huiswerk duidelijk goed gedaan.
Deze pagina is niet gevonden
Maar het sterkste aan deze film is de jonge priester Jud Duplenticy, overtuigend neergezet door Josh O’Connor. Hij is zonder twijfel de meest authentieke ‘filmpriester’ in jaren, een priester zoals je een priester wil zien: menselijk, integer en diep pastoraal, zelfs wanneer hij zelf (en wij als kijkers met hem) aan zijn onschuld begint te twijfelen.
Zijn dialoog in de kerk met de atheïst Blanc over geloof en ongeloof is ijzersterk en indrukwekkend. Het verhaal op zich is weinig verrassend, dat volgt nauwgezet de genoemde regels van het genre. Verrassend en origineel is vooral de theologische diepgang, zoals we die sinds Father Brown niet meer gezien hebben.
Te zien op Netflix.
Er zijn geen artikelen gevonden