<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

‘Wij zijn allemaal zondaars’

KN Redactie 24 juli 2017
image
Foto: AP

Bij het angelusgebed op 23 juli sprak paus Franciscus over de gelijkenis van het goede graan en het onkruid.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Het Evangelie van vandaag geeft drie gelijkenissen waarmee Jezus spreekt over de menigte in het Rijk Gods. Ik blijf even stilstaan bij de eerste gelijkenis: die van het goede zaad en het onkruid, dat het probleem illustreert van het kwaad in de wereld en de nadruk legt op het geduld van God (vlg. Mt. 13,24-30.36-43).

Geduld

Wat is God geduldig! Ook ieder van ons kan dat zeggen: “Wat heeft God een geduld met mij!”. Het verhaal speelt zich af op een veld met twee hoofdrolspelers die tegenover elkaar staan. Aan de ene kant de eigenaar van het veld die God vertegenwoordigt en die het goede zaad uitstrooit; aan de andere kant de vijand die Satan vertegenwoordigt en het onkruid verspreidt.

Met het verstrijken van de tijd schiet ook het onkruid op tussen het graan en daar hebben de meester en zijn knechten verschillende gedachten over. De knechten willen graag ingrijpen en het onkruid uit de grond trekken, maar de meester die zich vooral zorgen maakt over het heel houden van het graan, gaat daar tegenin door te zeggen: “Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt” (vers 29).

Laatste oordeel

Met dit beeld zegt Jezus ons dat het goed en het kwaad in deze wereld zodanig met elkaar verstrengeld zijn dat het onmogelijk is ze te scheiden en al het kwade uit te rukken. Alleen God is daartoe in staat en Hij zal dat doen bij het laatste oordeel.

De situatie die we voor ons hebben, is met al zijn dubbelzinnigheden en zijn samengestelde karakter gelijk aan het veld van de vrijheid; het veld van de vrijheid van de christenen waarop de moeilijke oefening zich afspeelt van de onderscheiding tussen het goede en het kwade.

Kiezen voor het goede

En op dit veld gaat het erom twee op het oog totaal verschillende houdingen te verenigen, met groot vertrouwen op God en op zijn Voorzienigheid: de besluitvaardigheid en het geduld. De beslissing om het goede graan te willen zijn – dat willen we allemaal -, met alles wat we in ons hebben, en om dus afstand te nemen van het kwaad en al zijn verleidingen.

Het geduld betekent de voorkeur geven aan een Kerk die het gist is in de pasta. De voorkeur te geven aan een Kerk die niet bang is om de handen vuil te maken met het wassen van de kleren van haar kinderen dan aan een Kerk van ‘zuiveren’ die al te voorbarig wil oordelen wie behoort tot het Rijk Gods en wie niet.

Zondaars

De Heer die de vleesgeworden Wijsheid is, helpt ons vandaag om te begrijpen dat het goed en het kwaad niet gelijk kunnen worden gesteld aan bepaalde gebieden of bepaalde groepen mensen: “Dat zijn de goeden en dat zijn de kwaden.” Hij zegt ons dat de scheidslijn tussen goed en kwaad door het hart van iedere mens loopt, door het hart van ieder van ons loopt. Ofwel: wij zijn allemaal zondaars.

Ik krijg nu zin om jullie te vragen: “Steek je hand op als je geen zondaar bent.” Niemand! Want we zijn het allemaal; we zijn allemaal zondaars. Jezus Christus heeft ons met zijn dood aan het kruis en met zijn verrijzenis bevrijd van de slavernij van de zonde en Hij geeft ons de genade om in een nieuw leven te wandelen; maar met het doopsel heeft Hij ons ook de biecht gegeven, omdat we er altijd behoefte aan hebben dat onze zonden vergeven worden. Altijd en alleen maar naar het kwaad kijken dat buiten onszelf ligt, betekent dat we de zonde die ook in onszelf ligt niet willen erkennen.

Vooruitzicht van de hoop

En vervolgens leert Jezus ons een nieuwe manier om naar het veld van de wereld te kijken, om naar de realiteit te kijken. We zijn geroepen om Gods tijden te leren kennen – die niet onze tijden zijn – en ook de ‘blik’ van God te leren kennen: dankzij de zegenende stroom van een verlangend verwachten kan dat wat onkruid was of op onkruid leek iets goeds worden. Dat is de realiteit van de bekering. Dat is het vooruitzicht van de hoop!

Dat de Maagd Maria ons mag helpen om in de wereld om ons heen niet alleen de ellende en het kwaad te vergaren, maar ook het goede en het mooie; om het werk van Satan te ontmaskeren, maar vooral om te vertrouwen op het werk van God die de geschiedenis vruchtbaar maakt. (Vert. SvdB)