<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Jong

Filosoof

Michiel Peeters 4 maart 2019
image
De Vlaamse filosoof Etienne Vermeersch was fervent atheïst. (Foto: Wikipedia.org).

Etienne Vermeersch, de op 18 januari overleden Vlaamse filosoof, was consequent. Nadat hij tijdens zijn jeugd besloten had dat het (katholieke) geloof niet waar kon zijn, wijdde hij zijn leven aan het bekendmaken van argumenten tegen God. Consequent wilde hij geen kinderen op deze wereld zetten en probeerde hij anderen te overtuigen hetzelfde te doen, zeker als ze het down-syndroom hadden. Hij zorgde voor argumenten voor de legalisering van anticonceptie, abortus en euthanasie, wat hij zijn levenswerk noemde en waarvoor hij zelf ook koos. Zijn grafschrift moest worden: Non fui, fui, non sum, non curo (‘Ooit was ik er niet; toen wel; nu niet meer; ik geef er niet om’).

Ondanks deze beleden onverschilligheid ging Vermeersch altijd graag in debat, vooral met christenen. In 2014 kruiste hij op tv de degens met aartsbisschop Léonard. Samen luisterden zij naar Bach. Vermeersch kreeg tranen in de ogen, maar zei meteen: ‘Als dit maar allemaal waar was, hoe mooi zou het dan wel zijn. Maar het is en blijft een pure illusie.’ Het illustreert Vermeersch’ gevoeligheid maar ook zijn abstracte, ideologische manier van denken, die maakten dat hij uiteindelijk een achterhoedegevecht voerde en zijn publiek met hem vergrijsde.

Behoeften van het hart

Want de vraag is niet langer ‘Wie heeft er gelijk?’, maar: ‘Hoe kun je leven?’ En waarheid is geen systeem van stellingen, maar, met Thomas van Aquino, adaequatio rei et intellectus: de ervaring van een correspondentie, een overeenstemming. Waar is wat de dingen op hun plaats laat vallen. Waar is wat ‘klopt’ met onze meest oorspronkelijke behoeften.

De Italiaanse priester Luigi Giussani zei eens tegen een journalist dat het christendom waar is ‘omdat het beantwoordt aan alle behoeften van het hart: de behoefte aan waarheid, aan schoonheid, aan rechtvaardigheid, aan het oneindige’. De journalist antwoordde dat het misschien andersom is: ‘Omdat de mens behoefte heeft aan waarheid, aan het oneindige enzovoorts, heeft hij een religie bedacht die zijn vragen beantwoordt en zijn angsten vermindert’.

De verkeerde en de goede sleutel

Giussani antwoordt: ‘Als het christendom illusie is en het atheïsme werkelijkheid, hoe komt het dan dat wie de illusie volgt, sereen is en er altijd in slaagt het leven het hoofd te bieden, ook in het lijden, terwijl wie in de werkelijkheid is, angstig is en uiteindelijk altijd de weg kwijtraakt? Hoe komt het dat wie in de illusie is, het probleem van het leven oplost, terwijl wie in de waarheid is, faalt? Lijkt het u redelijk dat met een verkeerde ‘sleutel’ de deur opengemaakt kan worden, terwijl dat met de goede sleutel niet lukt? Dat het christendom waar is wordt juist aangetoond door de ervaring: wie Christus volgt, lost alle problemen op; wie Hem afwijst kan lang de illusie koesteren gelukkig te zijn, maar in werkelijkheid doet hij niets anders dan zijn diepste vragen wegstoppen; en tenslotte raakt hij de weg kwijt’.

Wie wijs wil worden, moet kijken of dit ‘klopt’.

Laat ik afsluiten met Léonards hartelijke woorden na Vermeersch’ dood: ‘Beste Etienne! Ik hoop u (ondanks al uw redeneringen die dat onmogelijk verklaren) ooit weer te mogen ontmoeten’.