

Voor hij een aanstaande heilige was, was Carlo Acutis gewoon een scholier, die met zijn rugzak door de gangen van het Tommaseo-instituut in Milaan sjokte. Zijn leraren herinneren zich hem als een vreugdevolle grappenmaker met een passie voor het geloof.
“Hij was echt geen perfecte leerling”, kan zuster Monica Ceroni zich herinneren. Ze was Carlo Acutis’ godsdienstdocent op de middenschool, waar Italiaanse leerlingen ongeveer tussen hun elfde en veertiende op zitten.
Carlo vergat zijn huiswerk wel eens en kwam lang niet altijd op tijd op school. Maar dat maakte hij goed met “een gezonde dosis nieuwsgierigheid”, zegt zuster Monica: “Als hij ergens een passie voor ontwikkelde, gaf hij niet meer op.”
Acht jaar lang zat Carlo op het Tommaseo-instituut, een katholieke basis- en middenschool in Milaan. “Als je naar zijn rapporten kijkt, zie je dat godsdienst het enige vak was waar hij goede punten voor haalde”, zegt zuster Monica. “Hij hield van gesprekken in de klas, vooral tijdens godsdienstlessen.”
“Maar ook was hij een grappenmaker”, vervolgt ze. Volgens zuster Monica mocht Carlo graag grappen uithalen met zijn klasgenoten.
Volgens zuster Miranda Moltedo, die directrice was van het Tommaseo-instituut in de tijd dat Carlo op die school zat, gaf hij veel om klasgenoten die het moeilijk hadden of werden buitengesloten. Zo was er een jongen die door zijn moeder in de steek was gelaten: “Carlo ontfermde zich over hem en beschermde hem. Die jongen had extra aandacht en liefde nodig, en Carlo zorgde daarvoor.”
Ook kwam Carlo op tegen pesters. Hij beschermde bijvoorbeeld een klasgenoot met een geestelijke beperking. Die jongen kon daardoor nogal aan Carlo vast plakken, maar dat vond Carlo totaal niet erg: “Hij is een goede vriend van me en ik help hem graag”, zei hij daarover volgens zuster Miranda.
In de pauzes ging hij bidden. Niemand anders deed dat.
“Om als elf- of twaalfjarige jongen zo open te staan voor anderen, dat is een buitengewone gave”, zegt de zuster. “Maar vooral was hij een vrolijke jongen, met veel levenslust en grote dromen.”
Na het Tommaseo-instituut ging Carlo naar het Leo XIII-instituut, een middelbare school die door de jezuïeten wordt gerund. Daar kwam zijn geloof nog sterker naar voren. “Carlo ging elke ochtend voor de lessen naar de kapel. Ook in de pauzes ging hij daar bidden. Niemand anders deed dat”, weet schoolkapelaan Roberto Gazzaniga nog.

In tegenstelling tot zijn klasgenoten op het Leo XIII-instituut gaf Carlo weinig om wat in de mode of populair was. Toen hij van zijn moeder nieuwe sneakers kreeg, vroeg hij haar om die weer terug te brengen, omdat het geld beter naar de armen kon.
Carlo’s schoolcarrière kwam abrupt aan zijn einde toen hij op zijn vijftiende leukemie kreeg. Hij overleed in oktober 2006, aan het begin van zijn tweede jaar op het Leo XIII-instituut (vergelijkbaar met het vierde jaar op de middelbare school in Nederland).
Zijn uitvaart werd massaal bezocht. Ook zuster Monica was erbij. “Zijn uitvaart was buitengewoon. Er waren enorm veel mensen, ook armen.”
Zijn juffen van vroeger vertellen aan hun leerlingen van nu nog steeds Carlo’s verhaal. “We laten zien dat Carlo een vriend van Jezus was en een vreugdevolle jongen, want het christendom ís vreugde”, vertelt zuster Miranda.
Er zijn geen artikelen gevonden