

Klemgezet in het geweld tussen Israël en Hezbollah, vrezen christenen in Libanon voor de toekomst. De aanvallen zorgen voor angst en woede. “Je voelt je ontmenselijkt.”
In Libanon zijn sinds begin maart meer dan tweeduizend mensen omgekomen in de strijd tussen Israël en Hezbollah, een nevenconflict binnen de oorlog tussen de VS, Israël en Iran. Meer dan 1 miljoen mensen zijn door aanvallen over en weer uit hun huizen verdreven.
Israël geeft aan dat een staakt-het-vuren met Hezbollah op dit moment uitgesloten is. Het land heeft mensen die uit Zuid-Libanon zijn verdreven laten weten dat zij niet naar huis kunnen terugkeren zolang inwoners van Noord-Israël niet veilig zijn voor aanvallen van Hezbollah.
Dit artikel is niet gevonden
Christenen vormen ongeveer een derde van de Libanese bevolking van circa 5,5 miljoen mensen. Met twaalf christelijke stromingen heeft het land het grootste aandeel christenen van alle landen in de Arabische wereld.
Libanon beleefde op 8 april een van de bloedigste dagen in de geweldsgolf. Israël liet die dag binnen 10 minuten 160 bommen vallen op 100 doelwitten. Die kwamen “volledig onverwacht, zonder enige waarschuwing”, zegt Michel Constantin, regionaal directeur van de pauselijke missieorganisatie CNEWA in Libanon en Syrië.
“Het was beangstigend, het veroorzaakte woede en verdriet. Je voelt je ontmenselijkt. Het gaat niet goed met ons”, laat Marielle Boutros weten, projectcoördinator in Beiroet voor de katholieke hulporganisatie Kerk in Nood. “We overleven, maar diep vanbinnen wil ieder van ons dat deze nachtmerrie op de een of andere manier eindigt.”
De dodelijke aanvallen creëren een klimaat van angst en instabiliteit voor christenen en andere religieuze gemeenschappen in Libanon, terwijl Israël en Hezbollah het land — dat al sinds 2019 in een desastreuze financiële crisis verkeert — verder in de oorlog meesleuren. Libanezen vrezen dat de spanningen kunnen uitmonden in grootschalig sektarisch geweld en mogelijk een nieuwe burgeroorlog.
‘Toch hebben we hoop omdat we dagelijks de Mis vieren en samen de rozenkrans bidden’
Pater Toni Elias
Bewoners van verschillende christelijke dorpen in het zuiden hebben geweigerd gehoor te geven aan Israëlische evacuatiebevelen, uit angst voor een overname door Hezbollah of vernietiging door Israël.
Israël heeft echter de meeste bruggen gebombardeerd die het zuiden met de rest van Libanon verbinden, waardoor gemeenschappen geïsoleerd zijn geraakt en dringend behoefte hebben aan voedsel, medicijnen en andere humanitaire hulp.
Dit artikel is niet gevonden
“De pauselijke nuntius, aartsbisschop Paolo Borgia, heeft veel van de dorpen bezocht”, vertelt Michel Constantin. “En katholieke priesters slagen erin naar de dorpen te gaan om de mensen te dienen en de Mis te vieren,” ondanks het gevaar.
Pater Toni Elias, een Maronitische priester in Rmeich, zegt dat hij en de gelovigen nu “voor 100 procent de aanwezigheid en steun van Jezus voelen” terwijl zij dagelijks samen bidden. “Anders zouden we hier niet kunnen blijven,” zegt hij over Rmeich, het laatste dorp in het zuiden van Libanon aan de grens met Israël.
“We worden geconfronteerd met bombardementen en aanvallen op het dorp, maar toch hebben we hoop omdat we dagelijks de Mis vieren en samen de rozenkrans bidden. Het is het gebedsleven en ons geloof dat ons staande houdt.”
Er zijn geen artikelen gevonden
Er zijn geen artikelen gevonden