Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Achtergrond

Na rellen en venijn is Westminster Cathedral nu een thuis voor katholiek Engeland en Wales

30 december 2025

Na rellen en venijn is Westminster Cathedral nu een thuis voor katholiek Engeland en Wales

Westminster Cathedral in Londen bij nacht.
Foto: Wikimedia Commons

Voor het eerst sinds de Reformatie is de katholieke Kerk in Groot-Brittannië op weg naar meer leden dan de anglicaanse Kerk. Westminster Cathedral in Londen staat in het middelpunt van die ontwikkeling.

In de schaduw van de beroemdste kerk van Groot-Brittannië, de Westminster Abbey in Londen, staat nog een kerk. Die is veel minder beroemd en veel nieuwer, maar wel een prominent bewijs van de emancipatie van het rooms-katholieke volksdeel van Engeland en Wales.

Grootste katholieke kerkgebouw in het Verenigd Koninkrijk

Westminster Cathedral, officieel toegewijd aan het Kostbaar Bloed van Onze Heer Jezus Christus, is de zetel van de aartsbisschop van Westminster én het grootste katholieke kerkgebouw van het Verenigd Koninkrijk. De bisschop van Westminster is primaat van de kerkprovincies Engeland en Wales en dat maakt de kerk de hoofdkerk voor de katholieke bevolking in deze landsdelen.

In september van dit jaar werd hertogin Katherine van Kent begraven vanuit de kathedraal. Koning Charles en veel andere leden van de Engelse koninklijke familie, onder wie kroonprins William en zijn vrouw Catherine, waren aanwezig bij de requiemmis voor de 92-jarige aangetrouwde nicht van de overleden koningin Elizabeth. Het was de eerste keer in een paar honderd jaar dat een Engelse monarch een katholieke begrafenisplechtigheid bijwoonde.

Vlakbij het parlement

In deze kerk trouwde, in de laatste maanden van de coronacrisis, de Britse premier Boris Johnson met zijn vrouw Carry Symmonds. Tony Blair werd vlak na zijn premierschap katholiek en ontving hier het Vormsel en de Communie.

advertentie

De kerk speelt door de nabijheid van het parlement en de ministeries een rol in het leven van meer katholieke parlementsleden, die tijdens een schorsing zo even naar de kerk kunnen lopen.

Een lossere omgang

De verhouding van de Britse upper class in het algemeen en de koninklijke familie in het bijzonder met de katholieke Kerk is de afgelopen decennia wat losser geworden. Eind oktober ontving paus Leo XIV de Britse monarch en baden hij en Charles gezamenlijk tijdens een gebedsdienst in de Sixtijnse Kapel. Dat was sinds de breuk van koning Hendrik VIII met Rome – en het begin van de anglicaanse Kerk – niet meer voorgekomen.

Op enkele rabiate geluiden na, die eisten dat de koning moest aftreden als hij zijn voornemen om te bidden met de paus van Rome doorzette, waren er geen protesten meer tegen deze toenadering. Dat heeft misschien ook te maken met het feit dat uit recent onderzoek blijkt dat de katholieke Kerk de anglicaanse denominatie voorbijstreeft in absolute cijfers en dat er op een gemiddelde zondag méér mensen de Mis bijwonen dan een anglicaanse viering.

Eeuwen van antikatholicisme

De katholieke Kerk in Engeland en Wales komt van ver. De bisschoppelijke hiërarchie werd in 1850 hersteld en er werden nieuwe bisdommen opgericht. De oude bisdommen waren immers allemaal overgegaan in anglicaanse handen. De belangrijkste zetel werd niet Canterbury, maar het Londense Westminster.

De oprichting van de nieuwe bisdommen en de installatie van bisschoppen was een belangrijke eerste stap in het emancipatieproces na eeuwen van hevig antikatholicisme. Dat antikatholicisme was veel erger dan in bijvoorbeeld Nederland, waar het herstel van de hiërarchie in 1853 plaatsvond. Groot-Brittannië kende aanslagen en rellen, maar ook beperkingen in bijvoorbeeld erfrecht voor katholieken.

Langzame dooi

Gedurende de negentiende eeuw kregen de katholieken van Engeland en Wales, zo’n acht procent van de bevolking en vaak van Ierse komaf (al waren ook een aantal adellijke families altijd katholiek gebleven), echter weer meer rechten. Het venijn van het antikatholicisme begon te slijten.

Westminster Cathedral.
Foto: Durk Haarsma

Met de herinrichting van de kerkprovincie werd het ook tijd om over een nieuwe kathedraal na te denken. Vlakbij Victoria Station stond Tothill Fields Bridewell, een oude gevangenis. Deze gevangenis werd in 1877 gesloten en in 1885 afgebroken. Het aartsbisdom kocht de locatie en begon in 1895 met de bouw van de nieuwe kathedraal op de fundamenten van de oude gevangenis.

Neobyzantijnse stijl

Kardinaal Herbert Vaughan, de derde aartsbisschop van Westminster, werd bouwpastoor van de nieuwe kathedraal. Onder zijn voorgangers waren al plannen gesmeed én was er geld opgehaald. De architect van het prestigieuze project werd John Francis Bentley. Bentley ontwierp een kathedraal in neobyzantijnse stijl.

De bouw duurde in totaal acht jaar. In 1903 werd het gebouw geopend, maar pas in 1910 werd de kerk officieel ingewijd. Het canoniek recht bepaalt dat die plechtigheden namelijk pas plaats kunnen vinden als alle schulden afgelost zijn. In de tussentijd waren kardinaal Vaughan en architect Bentley al overleden.

Weinig lijn en stijl

De kerk was bij oplevering amper gedecoreerd. In Byzantijnse kerken zijn mozaïeken belangrijk, maar die waren aanvankelijk nauwelijks aanwezig; uitbreiding werd overgelaten aan latere generaties. Dat had tot gevolg dat er in het begin weinig lijn in stijl en vorm van de mozaïeken zat.

Mozaïek in Westminster Cathedral, Londen.
Foto: Adrian Pingstone - Wikimedia Commons

Die werden vaak gedoneerd door rijke parochianen en gemaakt door verschillende kunstenaars. Architect Bentley had ook geen richtlijnen nagelaten. Een comité dat pas twintig jaar na de inwijding werd opgericht, ziet sindsdien toe op nieuwe mozaïeken en probeert een lijn te bewaken. In één geval werden mozaïeken zelfs verwijderd na de dood van de kunstenaar, omdat ze volgens het comité niet pasten in de kerk.

Nog steeds niet af

Vooral in de jaren dertig zijn er veel nieuwe mozaïeken toegevoegd. De stijl van de kerk doet door de hoeveelheid aankleding uit die tijd bijna art deco aan. Nog altijd worden er nieuwe stukken toegevoegd aan het interieur. In de kerk is rijkelijk gebruik gemaakt van meer dan vijftig soorten marmer.

De kerk biedt plaats aan tweeduizend gelovigen en telt meer dan vijfduizend vierkante meter vloeroppervlak. Daarmee behoort hij tot de vijftig grootste in de hele wereld. De kerk heeft een ruim en ononderbroken schip van bijna twintig meter breed en zeventig meter lang, van portaal en klokkentoren tot aan het altaar. De koepel boven het altaar is 34 meter hoog.

Een waar spektakelstuk

Binnen in de kerk is de kruisvorm van het gebouw niet erg voelbaar, van buiten is deze echter goed herkenbaar. Het baldakijn boven het hoogaltaar is een waar spektakelstuk, met een bovenste deel van wit marmer ingelegd met gekleurd marmer, lapis lazuli en goud. Acht zuilen van geel marmer uit Verona ondersteunen het baldakijn. Zuilen van wit en roze marmer uit Noorwegen ondersteunen de orgelgalerijen. Twee grote zijkapellen, een voor het Allerheiligst Sacrament en een voor Maria, flankeren het hoofdaltaar.

De Mariakapel van de kathedraal.
Foto: Durk Haarsma

De Sacramentskapel is gesloten, de Mariakapel heeft een open karakter. Rondom het schip bevinden zich diverse kapellen, waarvan vele toegewijd zijn aan heiligen uit het vroege Angelsaksische christendom, zoals Sint-Joris en Sint-Patrick. De heilige apostel Paulus, die tentenbouwer van beroep was, heeft een kapel die overspannen wordt door een schildering van een tentdoek, als verwijzing naar zijn vak. De doopkapel heeft een schitterend marmeren doopvont. Op verschillende plekken, zoals op de preekstoel, maar ook in beelden, komt de in Engeland belangrijke Onze-Lieve-Vrouw van Walsingham terug. De kruiswegstaties zijn van beeldhouwer Eric Gill en worden beschouwd als zijn mooiste werk.

Rood-wit metselwerk

Het exterieur van de kerk is opvallend, roodbont, en een combinatie van rode bakstenen met witte stenen banden, graniet en beton. In de huizenblokken rondom de kathedraal is veel van dat rood-witte metselwerk terug te zien, waardoor de kathedraal in zijn directe omgeving past. De ranke bakstenen kerktoren met de kenmerkende witte banden steekt met een hoogte van negentig meter ver boven de bebouwing uit.

De toren van de kathedraal.
Foto: KaylaD88 - Wikimedia Commons

Pas sinds de jaren zeventig is de kerk te zien vanaf Victoria Street, toen daar een doorbraak werd gemaakt in de bebouwing. Daarvoor bevond de kathedraal zich op een omsloten plein, in een onaanzienlijke hoek, weggestopt van de écht belangrijke gebouwen in dit befaamde en oudste stadsdeel van Londen.

Een levendige parochie

De kathedraal is ook de basis van een levendige, internationale binnenstadsparochie en wordt geflankeerd door een basisschool, het aartsbisschoppelijk paleis en Clergy House, de pastorie voor de kapelaans. Acht priesters zijn verbonden aan de kathedraal. Zij vormen het College of Chaplains, dat in 1903 werd opgericht.

advertentie

Het hele oude gevangenisterrein is in gebruik. In de kelder, onder het portaal, is een koffietent geopend waar dak- en thuislozen uit de omgeving kunnen opwarmen.

Volle agenda

De koorschool van Westminster Cathedral is wereldberoemd en heeft ook zijn plek, letterlijk onder vleugels van de kathedraal. Elk jaar worden er zes koorknapen van acht of negen jaar toegelaten tot de particuliere jongensschool. Twee keer per dag is er biechtgelegenheid en het is geen uitzondering dat er tijdens een lunchpauze een rij gelovigen staat te wachten om te kunnen biechten.

Een volle agenda van vier Missen op doordeweekse dagen en zelfs meer in het weekend maken dat deze kathedraal geen toeristische bestemming is, maar een plek van gebed, aanbidding en stilte. Oude en nieuwe parochianen, forenzen die in de buurt werken en gasten die in Londen stuiten op deze bijzondere plek vinden er een thuis.