
Tijdens de internationale Week van Gebed voor de Eenheid van de Christenen verblijft een Nederlandse oecumenische delegatie zes dagen in Rome. Geen klassieke pelgrimage, maar een studiereis vol ontmoetingen met dicasteries, theologen en – heel even – paus Leo XIV. Wat betekent zo’n reis voor de oecumene? En waarom is dit moment kerkelijk gezien zo geladen?
Twintig vertegenwoordigers van verschillende christelijke kerken uit Nederland trekken van 20 tot 26 januari door Rome. Ze komen uit rooms-katholieke, protestantse, evangelische en orthodoxe tradities en zijn samen afgereisd voor wat officieel een ‘studiereis’ heet. Maar wie de verslagen leest en de deelnemers spreekt, hoort vooral woorden als ontmoeting, verlangen, pijn en hoop.
De reis wordt georganiseerd door de Katholieke Vereniging voor Oecumene (KVO) en de Raad van Kerken in Nederland, in het kader van de internationale Week van Gebed voor de Eenheid van de Christenen. Op het programma staan ontmoetingen met de Dicasterie voor de Bevordering van de Eenheid met kardinaal Kurt Koch, de Dicasterie voor de Oosterse Kerken, het Centro Pro Unione (Centrum voor Eenheid) en andere oecumenische instellingen.
Dit artikel is niet gevonden
“We zijn hier eigenlijk voor de eerste keer als katholieke vereniging samen met mensen uit andere kerken op studiereis”, zegt Karin Bornhijm, vicevoorzitter van de KVO en medeauteur van het dagelijkse liveblog. “We organiseren dit samen met verschillende christelijke kerken. Het doel is natuurlijk om elkaar in een andere setting beter te leren kennen, maar vooral ook om te zoeken naar hoe synodaliteit, missionaire Kerk en oecumene zich tot elkaar verhouden. Wat kom je daarin tegen? En wat betekent dat concreet voor ons?”
Die combinatie van ontmoeting en theologische verdieping blijkt kenmerkend voor deze week. Overdag volgen gesprekken met curieleden, kardinalen en theologen, ’s avonds is er gebed en onderlinge uitwisseling. Bornhijm noemt het voor zichzelf een ‘stoomcursus’. “Ik ben pas twee, drie maanden bestuurslid van de KVO. Voor mij is dit ook mensen leren kennen, een netwerk opbouwen, zicht krijgen op alle vraagstukken die spelen.”
Arjen Bultsma, vicaris van het bisdom Groningen-Leeuwarden en sinds kort voorzitter van de KVO, wijst op het gemengde karakter van de groep. “Ongeveer de helft is katholiek, de andere helft komt uit andere kerken. En hier in Rome zit je natuurlijk in het hart van de katholieke Kerk. Dat confronteert ook meteen.”
Die confrontatie is niet alleen symbolisch. Tijdens een eucharistieviering vlak bij het graf van Petrus wordt opnieuw zichtbaar waar de grenzen liggen. “Dan merk je meteen dat niet iedereen volledig kan deelnemen. Dat doet pijn. Die verdeeldheid voel je daar heel concreet”, zegt Bultsma. “Maar het is ook oefenen in eenheid: eerlijk zijn, die pijn benoemen, en daar niet bij blijven staan.”
Dat deze reis juist nu plaatsvindt, is geen toeval. De Week van Gebed voor de Eenheid is traditioneel een belangrijk moment voor de oecumenische beweging, maar onder paus Leo XIV krijgt het thema een nieuwe urgentie. Sinds zijn aantreden benadrukt hij herhaaldelijk het belang van eenheid en dialoog tussen de kerken.
‘Ik had het gevoel dat paus Leo XIV echt de tijd nam. Hij luistert aandachtig. Je ziet dat hij heel ontvankelijk is voor wat mensen inbrengen’
Bultsma plaatst de reis in een langere lijn. “Het verlangen naar eenheid is zo oud als de Kerk. Maar met het Tweede Vaticaans Concilie en nu opnieuw onder paus Leo XIV is dat opnieuw sterk geagendeerd. Wij waren woensdag bij de audiëntie waar hij daarover sprak. Het is eigenlijk altijd relevant, maar nu voel je dat het echt weer nadruk krijgt.”
Voor Bornhijm werd die actualiteit bijna tastbaar tijdens de algemene audiëntie met Leo XIV op 21 januari. “We waren in diezelfde hal waar ook de wereldwijde synodebijeenkomsten zijn geweest. Dat ontroerde me echt. En omdat we hier met dit doel zijn, mochten we ook heel even persoonlijk met de paus spreken.”

De Nederlandse delegatie bood hem twee boeken aan: de Migration Bible en het proefschrift van Fokke Wouda over eucharistische gastvrijheid. “Dat was een heel bijzonder moment”, zegt Bornhijm. “Ik had het gevoel dat hij echt de tijd nam. Hij luistert aandachtig. Je ziet dat hij heel ontvankelijk is voor wat mensen inbrengen.”
Ook organisatorisch wordt duidelijk dat het bezoek serieus wordt genomen. “De hele Vaticaanse organisatie wist dat we kwamen”, zegt Bultsma. “Er werd met grote zorgvuldigheid en respect met ons omgegaan, ook met de vertegenwoordigers uit andere kerken. Je voelt: dit zoeken naar verbinding wordt hier echt belangrijk gevonden.”
Naast de symbolische momenten kent de reis ook een uitgesproken theologische kant. In gesprekken met de dicasteries komen klassieke twistpunten opnieuw op tafel. Bultsma noemt met name het filioque, de toevoeging in de geloofsbelijdenis die eeuwenlang een breuk tussen oost en west markeerde.
“Wat mij opviel, is hoe serieus er wordt gezocht naar oplossingen voor heel oude theologische kwesties”, zegt hij. “In gesprekken met kardinalen merk je: hier wordt echt gezocht naar manieren om daar uit te komen. Dat is ingewikkeld, veel ingewikkelder dan je denkt, maar het wordt wel met grote ernst opgepakt.”
Dit artikel is niet gevonden
Ook de ontmoeting met de Dicasterie voor de Oosterse Kerken maakte indruk. Bornhijm: “Daar werd heel duidelijk hoe zwaar de situatie is voor veel oosters-katholieke gemeenschappen: vlucht, gebrek aan priesters, moeite om hun gemeenschappen bijeen te houden. Dat gaf mij veel nieuwe inzichten.”
De gesprekken zijn niet alleen academisch. Ze raken direct aan pastorale vragen, zoals eucharistische gastvrijheid en interconfessionele gezinnen. Thema’s die in Nederland al langer spelen, maar in Rome opnieuw worden gewogen tegen de wereldwijde kerkelijke praktijk.
Een terugkerend motief in de gesprekken is het beeld van ‘samen op weg zijn’. Kardinaal Koch verwoordde het volgens Bultsma kernachtig: “Het ‘op weg zijn’ met elkaar is het fundament van gemeenschap. Zonder dat kom je eigenlijk niet echt tot elkaar. Dat is nodig om de Heilige Geest ruimte te geven om zijn verbindende werk te doen.”
Deze pagina is niet gevonden
Die gedachte krijgt deze week letterlijk gestalte. De deelnemers trekken samen door Rome, eten samen, bidden samen, voeren lange gesprekken zonder tijdsdruk. Bornhijm hoopt dat dit navolging krijgt. “Wat ik hoop, is dat we deze reis vaker gaan organiseren, met een groter en nog diverser gezelschap. Het is heel waardevol dat je hier dagenlang met elkaar optrekt, zonder steeds weg te hoeven naar de volgende afspraak.”
Bultsma onderstreept dat oecumene gelaagd is. “Je hebt een plaatselijke oecumene, een landelijke oecumene en een internationale. In Nederland kun je soms sneller stappen zetten dan op universeel niveau. Dat moeten we blijven doen.” Hij wijst op eerdere doorbraken, zoals de wederzijdse dooperkenning. “Dat zijn stappen die hier in Rome veel ingewikkelder liggen, maar lokaal wel degelijk mogelijk zijn.”
Wat de week misschien wel het meest typeert, is de combinatie van hoop en pijn. Hoop, omdat de bereidheid tot gesprek groot is. Pijn, omdat de verdeeldheid soms scherp voelbaar blijft. Bultsma noemt opnieuw de eucharistieviering als voorbeeld. “Dat samen bidden, met eerbied, en tegelijk heel duidelijk voelen waar de grenzen liggen. Die grenzen respecteren, en daar vervolgens eerlijk over spreken. Dat typeert deze week voor mij.”
‘Het “op weg zijn” met elkaar is het fundament van gemeenschap. Zonder dat kom je eigenlijk niet echt tot elkaar’
Voor Bornhijm zit het typerende juist in de dagelijkse omgang. “Dat we samen lachen, maar ook de pijn van de verdeeldheid durven delen. Ik kende hier maar drie mensen, nu voelt het als een open en veilige groep. Er is grote nieuwsgierigheid naar elkaar, en alles kan ter sprake komen.”
Dat persoonlijke aspect blijkt voor velen beslissend. “Voor mij was het die hal van de synode”, zegt Bornhijm. “Daar voelde ik: hier wordt echt geluisterd. Iedereen krijgt een stem, iedere stem doet ertoe.”
Bultsma noemt het bezoek aan het Centro Pro Unione. “Met veel jonge mensen. Je merkt dat de oecumene ook echt door een jongere generatie gedragen wordt. Samen bidden, samen vieren, samen overwegen op zo’n historische plek. Dat was een heel rijk moment.”
Wat nemen de deelnemers mee naar Nederland? “Herinneringen, motivatie, en vooral het besef dat oecumene blijvend werk vraagt”, antwoord Bultsma. “We gaan hier echt extra gemotiveerd vandaan.” Bornhijm is concreter: “Ik neem een enorm netwerk mee, veel kennis, een lijst met agendapunten voor onze vereniging. En eerlijk gezegd ook de vermoeidheid van de reis. Maar vooral: heel veel inspiratie.”
Dit artikel is niet gevonden
De studiereis loopt nog het hele weekend door. Wat de uiteindelijke opbrengst precies zal zijn, moet blijken. Maar één ding is nu al duidelijk: in Rome wordt deze week niet alleen gesproken over eenheid, maar wordt zij – voorzichtig, tastend en soms pijnlijk – ook geoefend.
Er zijn geen artikelen gevonden