

De Geloofsbelijdenis van Nicea is “de basis en het referentiepunt” voor de eenheid tussen verschillende christelijke kerken, en spoort gelovigen aan tot een grondig gewetensonderzoek. Dat schrijft paus Leo XIV in een apostolische brief die hij publiceerde aan de vooravond van zijn bezoek aan Turkije.
“Oorlogen zijn gevoerd en mensen zijn gedood, vervolgd en gediscrimineerd in de naam van God”, zo schrijft paus Leo. “In plaats van een barmhartige God te verkondigen, is een wraakzuchtige God gepresenteerd die angst inboezemt en straft.”
Met de publicatie van In Unitate Fidei (‘In de eenheid van het geloof’) op 23 november staat paus Leo stil bij de 1700e verjaardag van het Concilie van Nicea en zijn Geloofsbelijdenis. De paus zei de brief te willen publiceren voorafgaand aan zijn bezoek aan Turkije van 27 tot 30 november, om samen met orthodoxe en protestantse leiders de verjaardag te vieren van de Geloofsbelijdenis die alle christenen delen.
De bisschoppen die in 325 in Nicea bijeen waren gekomen, hadden vervolging overleefd, aldus de paus, maar stonden voor de verscheurdheid van hun gemeenschappen vanwege geschillen over “de essentie van het christelijk geloof, namelijk het antwoord op de beslissende vraag die Jezus aan zijn leerlingen stelde bij Caesarea Filippi: ‘Wie zegt gij dat Ik ben?’”
“Arius, een priester uit Alexandrië in Egypte, leerde dat Jezus niet werkelijk de Zoon van God was”, legt de paus uit. Arius leerde dat Jezus, “hoewel meer dan een gewoon schepsel”, een soort tussenwezen was tussen de ontoegankelijke God en de mensheid. Bovendien zou er een tijd zijn geweest waarin de Zoon ‘niet bestond’.”
De uitdaging voor de bisschoppen, zei hij, was om hun geloof in één God te bevestigen en tegelijkertijd duidelijk te maken dat, zoals de geloofsbelijdenis nu zegt, Jezus “de eniggeboren Zoon van God is, geboren uit de Vader vóór alle tijden… één in wezen met de Vader.”
Door de ware menselijkheid en goddelijkheid van Christus te bevestigen, wilden de bisschoppen volgens de paus “herbevestigen dat de ene ware God niet onbereikbaar ver van ons verwijderd is, maar integendeel ons nabij is gekomen en ons in Jezus Christus is tegemoet getreden.”
De Geloofsbelijdenis schetst een God die dicht bij ons staat
“Dit is het hart van ons christelijk leven”, schrijft paus Leo. “Om die reden zetten wij ons in om Jezus te volgen als onze meester, metgezel, broeder en vriend.”
In zijn brief bevestigt paus Leo de inzet van de katholieke Kerk voor de zoektocht naar christelijke eenheid en stelt hij dat “de Geloofsbelijdenis van Nicea de basis en het referentiepunt kan zijn voor deze weg”.
“De Geloofsbelijdenis van Nicea schetst geen verre, ontoegankelijke en onveranderlijke God die in zichzelf rust, maar een God die dicht bij ons staat en ons vergezelt op onze weg door de wereld, zelfs op de donkerste plaatsen van de aarde”, aldus paus Leo.
Het reciteren van de Geloofsbelijdenis zou christenen moeten aanzetten tot “een onderzoek van ons geweten.”
De vragen die zij zichzelf zouden moeten stellen, schrijft hij, zijn onder meer: “Wat betekent God voor mij en hoe getuig ik van mijn geloof in hem? Is de ene en enige God werkelijk de Heer van mijn leven, of heb ik afgoden die ik boven God en zijn geboden plaats? Is God voor mij de levende God, dichtbij in elke situatie, de Vader tot wie ik mij in kinderlijke vertrouwen richt?”
En hij vervolgt met meer vragen: “Is Hij de Schepper aan wie ik alles wat ik ben en heb te danken heb, wiens spoor ik in elk schepsel kan terugvinden? Ben ik bereid de goederen van de aarde, die aan iedereen toebehoren, op rechtvaardige en billijke wijze te delen? Hoe behandel ik de schepping, het werk van zijn handen? Exploiteer en vernietig ik haar, of gebruik ik haar met eerbied en dankbaarheid, terwijl ik haar verzorg en cultiveer als het gemeenschappelijke huis van de mensheid?”
Geloven dat God mens is geworden in Jezus betekent “dat wij de Heer nu ontmoeten in onze broeders en zusters in nood”, aldus de paus. Daarom zei Jezus: “Wat gij gedaan hebt voor een van de geringsten van mijn broeders en zusters, dat hebt gij voor mij gedaan.”
De Geloofsbelijdenis “formuleert geen filosofische theorie”, schrijft paus Leo. “Zij belijdt het geloof in God die ons door Jezus Christus heeft verlost. Het gaat om de levende God die wil dat wij leven hebben en het in overvloed hebben.”
Er zijn geen artikelen gevonden