<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Nieuws

Bijzondere franciscaan overleden: ‘Ik voel Onze-Lieve-Heer nabij komen’

KN Redactie 22 januari 2019
image
Pater Odilo Mathé Foto: KN - Jan Peeters

Hij keek terug op een mooi leven, maar verlangde steeds meer naar het komende. Op 18 januari werd dat verlangen vervuld: pater Odilo Mathé overleed die dag op 101-jarige leeftijd.

Heel recent nog publiceerden we een interview met de franciscaan, die in 1917 in Antwerpen geboren werd en al jong werd aangetrokken tot de orde van de minderbroeders. Hij herinnerde zich nog goed hoe in 1926 de achthonderdste sterfdag van Franciscus van Assisi werd gevierd.

“In onze St.-Franciscusparochie gaf een franciscaan een conferentie. Toen die gedaan was, was ik zo bezield van die figuur van Franciscus, dat ik naar huis ben gehold. Maar ik kon nog niet naar binnen gaan. Daar, op de drempel, heb ik gebeden franciscaan te mogen worden. Dat ik dat toen als kleine jongen heb gevraagd aan Onze-Lieve-Heer, daar ben ik nog steeds dankbaar voor.”

Van Mechelen naar Corsica

Zijn werkzame leven bracht hem van een post als overste in Mechelen naar het Franse eiland Corsica. Daar moesten franciscanen worden opgevangen die rond 1950 door het communistisch regime China uit waren gezet. Pater Odilo werd er naartoe gestuurd om de nieuwe communiteit te leiden.

“Ze waren allemaal wat ouder en waren blij met een jonge overste die hun alle praktische zorgen uit handen nam. Die broeders waren helemaal verchineesd”, herinnerde hij zich, “zelfs in hun uiterlijk. In China hadden ze eenzaam geleefd en ze waren nu zo blij weer in een gemeenschap te kunnen wonen.”

“Ik hoop en bid dat ik echt mag overgaan naar het eeuwige Licht, naar Onze-Lieve-Heer die louter liefde is”
- Pater Odilo Mathé o.f.m.

Tientallen jaren werkte hij op Corsica, tot hij noodgedwongen terug naar België moest: hij had de politie net genoeg informatie gegeven om een moordenaar te kunnen arresteren. Op Corsica heerste echter nog altijd de vendetta en praten met de politie werd als verraad gezien.

“Ik was na 43 jaar het vertrouwen van mijn mensen kwijt en ben toen maar naar België teruggegaan. Ik was toen 80 jaar en ik ben er gelukkig geweest.”

‘Onze-Lieve-Heer die louter liefde is’

Na nog twaalf werkzame jaren in het franciscanenklooster in Tielt, kwam hij in Wilrijk bij Antwerpen terecht. Zijn onwillige benen kluisterden hem aan een rolstoel, maar zijn geest was ook op 101-jarige leeftijd nog buitengewoon scherp. “Ik ben een gedetineerde franciscaan”, verzuchtte hij, “en ik wil nog zoveel dóén.”

Toch begon hij steeds meer uit te kijken naar het eeuwig leven. “Ik heb geen pijn, geen miserie, ik ben gelukkig. Maar ik hoop en bid dat ik rustig mag inslapen, dat ik echt mag overgaan naar het eeuwige Licht, naar Onze-Lieve-Heer die louter liefde is. Die voel ik nabij komen. Ik zal zo blij zijn als ik mijn oogjes zacht mag sluiten.”