

Mouna Maroun is de eerste Arabische, de eerste christen, én de eerste vrouw die aan het hoofd staat van de Universiteit van Haifa in Israël. Te midden van alle spanningen rond het land blijft ze geloven dat vrede en verzoening mogelijk zijn.
Mouna Maroun verkeert in een unieke positie: ze behoort tot de Arabische minderheid in Israël, de christelijke minderheid onder Arabische inwoners van het land, en de maronitische minderheid onder de christenen in het land. Bovendien stond niet eerder een Arabische burger, een christen of een vrouw aan het hoofd van de Universiteit van Haifa.
Om al die redenen, zegt Maroun, “is mijn uitverkiezing een belangrijke boodschap, namelijk dat alles mogelijk is in de Israëlische academische wereld. Het is een boodschap aan de christelijke minderheid dat onze wortels hier liggen, dat we hier succesvol kunnen zijn. Ook is het een boodschap aan de jonge Arabische generaties: als je een droom hebt, kun je die in Israël realiseren, vooral aan de universiteiten”.
De Universiteit van Haifa ligt op de Karmelberg in het noorden van het land, op iets minder dan tien kilometer van het dorpje Isfiya, waar Maroun werd geboren. Haar grootouders emigreerden aan het begin van de twintigste eeuw vanuit Libanon naar Isfiya. Haar ouders zijn laaggeletterd, maar, vertelt Maroun, “ze waren ervan overtuigd dat hun vier dochters enkel door hoger onderwijs konden integreren in de Israëlische samenleving. Daarom hebben ze ons aangemoedigd om te gaan studeren”.
Maroun deelt die mening: “In mijn jeugd was ik heel actief in de kerk en op school, want ik wist dat ik alleen door te studeren succesvol kon zijn in Israël. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat de emancipatie van de Arabische minderheid in Israël door hoger onderwijs komt. Ik geloof niet in politiek, maar wel in hoger onderwijs.”
Toen Maroun aan de universiteit ging studeren, kende ze geen woord Hebreeuws en sprak ze nauwelijks Engels. Nu, op 54-jarige leeftijd, is ze een gerenommeerd neurowetenschapper en expert in posttraumatische stressstoornis. En vanaf oktober zal ze officieel beginnen aan haar vierjarige termijn als rector van de universiteit waar ze al twintig jaar aan verbonden is.
Gevraagd naar de sleutel tot haar succes, zegt Maroun: “Ik denk dat het gebrek aan verwachtingen van mij het geheim van mijn succes is. Niemand verwachtte dat ik zou slagen, als Arabische in Israël, als christen en bovendien als vrouw. Ik had een droom en kon die zonder druk najagen.”
De academische wereld zou een brug moeten zijn voor vrede, voor onderhandeling en voor interactie
Een van haar doelen als rector is om de Universiteit van Haifa tot de top van de onderzoeksuniversiteiten te laten behoren, zowel in Israël als internationaal. De Universiteit van Haifa is een van de meest diverse en inclusieve in Israël: 45 procent van de 17.000 studenten komt uit de Arabische gemeenschap en de helft van alle studenten behoort tot de eerste generatie van hun familie die hoger onderwijs volgen.
De studentenpopulatie bestaat uit Joden, moslims, Druzen en christenen. “We hebben hier wat men noemt een natuurlijk laboratorium, waar alle religies naast elkaar bestaan en zonder spanningen samenleven.”
Ze weet dat een Arabische rector worden van een Israëlische universiteit na 7 oktober 2023 een uitdagende taak is. “7 oktober was een trauma voor iedereen, en iedereen zal zich herinneren waar zij of hij was op dat moment. We zijn als Israëli’s, als mensen, doodsbang voor wat er die dag is gebeurd en tegelijkertijd zijn we ook doodsbang voor wat er in Gaza gebeurt, waar duizenden onschuldige kinderen zijn gedood.”
Gevraagd naar de anti-Israëlprotesten die momenteel plaatsvinden op sommige Westerse universiteiten, zegt ze: “De besturen van die universiteiten zouden een ethische verklaring moeten hebben waarin staat dat ze niet kunnen ontkennen wat er op 7 oktober is gebeurd en wat er in Gaza gebeurt, en ze zouden acties moeten ondernemen om het vredesproces te bevorderen zonder een kant te kiezen, omdat de academische wereld geen kant kan kiezen in dit conflict. De academische wereld zou een brug moeten zijn voor vrede, voor onderhandeling en voor interactie.”
Maroun onderstreept dat de academische wereld moet staan voor vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van handelen, de vrijheid van samenwerking, de vrijheid om te groeien en te onderzoeken, en de vrijheid van kennis. “Ik denk dat de academische wereld en een boycot niet echt samen kunnen gaan.”
Maroun legt uit dat haar expertise op het gebied van trauma en haar christelijke achtergrond ertoe hebben geleid dat ze op zoek is gegaan naar wegen van dialoog en verzoening. Ze denkt dat die vooral belangrijk zijn in de komende dagen en maanden in Israël.
“Om dit trauma te boven te komen hebben we tijd nodig, en verzoening tussen de twee partijen. Ik geloof dat we ons met de tijd kunnen verzoenen en bruggen kunnen bouwen van empathie en begrip. We zijn tenslotte buren, we leven naast elkaar. Ik geloof en bid dat het tijd wordt dat kinderen van beide kanten opgroeien met hun dromen, en dat ze die misschien kunnen vervullen door hoger onderwijs.” (Vertaling Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden