Eindredacteur

De premier van Irak roept Irakese christenen wereldwijd op om terug naar hun geboorteland te migreren. De vraag is alleen waarnaar ze dan zouden terugkeren: christenen zijn in het land nog altijd politiek ondervertegenwoordigd en maatschappelijk achtergesteld.
Premier Ali al-Zaidi deed zijn oproep tijdens een recente ontmoeting op 11 juli met de Chaldeeuws-katholieke patriarch Paul Nona. Tijdens die bijeenkomst noemde hij de terugkeer van christenen die Irak hebben moeten ontvluchten een “prioriteit” voor zijn kabinet, dat op 14 mei is aangetreden.
Christenen zijn “een actief en essentieel onderdeel van de Irakese samenleving”, aldus al-Zaidi. “Zij zijn een sleutelpartner voor de opbouw van het land en het vormgeven van de geschiedenis en de toekomst van Irak.” Hij wil christenen onder meer verleiden tot een terugkeer met een huisvestingsproject en door christelijke ondernemers ruim baan te geven.
Dit artikel is niet gevonden
Van de circa anderhalf miljoen christenen die rond het jaar 2000 in Irak woonden, zijn er nu nog zo’n 200.000 over. De Irakoorlog (2003-2011) en vooral de opmars van Islamitische Staat (IS) vanaf 2013 zorgden voor een massale uittocht van christenen, die door het geweld hun leven niet zeker waren.
Het is voor christenen dan ook de vraag waarnaar ze precies terugkeren als ze gehoor zouden geven aan al-Zaidi’s oproep. Die twijfel werd onlangs verwoord door de Syrisch-orthodoxe aartsbisschop Nicodemus Sharaf op een Irakese televisiezender.
Daar noemde hij onder meer het feit dat christenen in de Irakese samenleving gemarginaliseerd worden en geen echte politieke vertegenwoordiging hebben. Er is vooralsnog geen mogelijkheid voor christenen om hun eigen vertegenwoordigers het parlement in te stemmen.
Ook wijdverbreide corruptie, beperkte toegang tot gezondheidszorg en onderwijs en een gebrek aan baankansen houden christenen tegen, aldus Sharaf. “Door deze omstandigheden moeten veel Irakese christenen in het buitenland een afweging maken tussen wat ze in het buitenland gevonden hebben en wat in Irak onbereikbaar blijft.”
Buitenlandse organisaties zien eveneens dat christenen in Irak vaak weinig meer dan tweederangsburgers zijn. Volgens mensenrechtenorganisatie Open Doors is het riskant voor christenen om hun religieuze identiteit in het openbaar te tonen. Dat geldt vooral voor het midden en zuiden van het land; in de Koerdische gebieden in het noorden zijn christenen over het algemeen vrijer.
“Door in het geheim christen te zijn, voorkomen ze intimidatie en discriminatie op het werk, de universiteit of bij het passeren van controleposten”, meldt Open Doors. In steden als Bagdad en Basra worden christelijke vrouwen soms gedwongen om in het openbaar een hoofddoek te dragen.
Zeker moslims die zich tot het christendom bekeren hebben het zwaar, ziet de organisatie: “Ze kunnen worden verbannen, het erfrecht en de middelen om te trouwen verliezen, gedwongen worden te scheiden en het contact met hun kinderen kwijtraken.” Ook worden kerken vaak gedwongen om bekeerde moslims te weren.
Deze pagina is niet gevonden
Dat christenen “een actief en essentieel onderdeel van de Irakese samenleving” zijn kan premier al-Zaidi dan wel beweren, maar de dagelijkse realiteit laat toch een ander beeld zien. Voordat hij kan dromen van investeringen door christelijke ondernemers uit het buitenland, zal hij misschien eerst stappen moeten zetten om het leven van binnenlandse christenen te verbeteren.
Er zijn geen artikelen gevonden
Er zijn geen artikelen gevonden