Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Godsdienstvrijheid

Door intimidatie en aanslagen is christenvervolging terug van weggeweest in Syrië

14 januari 2026

In juni 2025 vond een dodelijke aanslag plaats in een Grieks-orthodoxe kerk in Damascus. 22 mensen kwamen om.
Foto: OSV News - Firas Makdesi, Reuters

De vandaag verschenen Ranglijst Christenvervolging van Open Doors is nauwelijks veranderd ten opzichte van vorig jaar – met één uitzondering. Syrië, waar de val van Assad een nieuwe periode van onzekerheid heeft ingeluid, is in een jaar tijd stukken gevaarlijker geworden voor christenen.

Elk jaar brengt hulporganisatie Open Doors de Ranglijst Christenvervolging uit. Verrassingen bevat de lijst zelden: Noord-Korea staat vrijwel altijd bovenaan de lijst van landen waar christenen onderdrukt worden, gevolgd door vooral Aziatische en Afrikaanse landen waar geweld, geloofsvervolging en intolerantie tegen christenen aan de orde van de dag zijn.

Ook in de ranglijst van 2026, die op 14 januari is gepubliceerd, lijkt er weinig veranderd ten opzichte van die van 2025. Noord-Korea staat voor de 24ste keer op de eerste plek, net als vorig jaar gevolgd door Somalië en Jemen. Wie het kaartje bij de ranglijst bekijkt, ziet dat er tussen het uiterste westen van Afrika en het verre oosten van Azië vrijwel geen enkel land is waar christenen in vrijheid kunnen geloven.

Gevangenisstraffen en marteling

Toch springt één nieuwe ontwikkeling in het oog. Na bijna tien jaar afwezigheid in de top-tien staat Syrië plotseling op de zesde plaats. Dat heeft alles te maken met de val van president Assad in december 2024 en de machtsovername door HTS (Hayat Tahrir al-Sham), een rebellengroep met een jihadistische achtergrond.

advertentie

Tien jaar na de gruwel van Islamitische Staat (IS) lijken voor Syrische christenen nieuwe tijden van onderdrukking te zijn aangebroken. Assad voelde weliswaar een schrikbewind waarbij willekeurige gevangenisstraffen en marteling niet geschuwd werden, maar etnische en religieuze minderheden – zoals christenen, druzen en Koerden – waren relatief goed beschermd.

Geïntimideerd

Interimpresident Ahmed al-Sharaa, de leider van HTS, heeft bij zijn aantreden beloofd dat de rechten van minderheden gerespecteerd zullen worden. In januari 2025 ontmoette hij Syrische kerkleiders en zijn overgangsregering telt een christen als minister – Hind Kabawat, tevens de enige vrouwelijke minister van Syrië. Tegelijkertijd geldt volgens de tijdelijke grondwet van maart 2025 de islamitische jurisprudentie als de belangrijkste bron van wetgeving.

Door de politieke instabiliteit en het gebrek aan beveiliging zijn radicale islamitische groeperingen weer actief geworden in het land. Er zijn in de onderzoeksperiode, tussen 1 oktober 2024 en 30 september 2025, verschillende incidenten gemeld waarbij christenen geïntimideerd en bedreigd zijn.

Zo reden in de hoofdstad Damascus voertuigen met luidsprekers rond die christenen opriepen om zich tot de islam te bekeren. Ook zijn er pamfletten op kerkdeuren geplakt waarin christenen worden opgeroepen om zich te bekeren of om jizya te betalen, een ‘veiligheidsbelasting’ voor niet-moslims.

Gedood om geloof

Daarnaast zijn in de onderzoeksperiode 27 Syrische christenen gedood vanwege hun geloof, aldus Open Doors. De meeste slachtoffers vielen tijdens een zelfmoordaanslag in een Grieks-orthodoxe kerk in Damascus, waarbij 22 mensen omkwamen en 63 gewonden vielen. Volgens de overheid zat IS achter de aanslag.

Naar schatting telt Syrië nog zo’n 300.000 christenen – een fractie van het aantal dat voor de burgeroorlog in het land leefde. Nu christenen opnieuw met onderdrukking te maken krijgen, is de kans groot dat hun gemeenschap alleen maar kleiner wordt.