<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Nieuws

Gaat India de biecht verbieden?

KN Redactie 30 juli 2018
image
Kardinaal Oswald Gracias (Foto: Daniel Ibanez/CNA)

De Indiase regering moet een landelijk verbod invoeren op het sacrament van de biecht om een einde te maken aan chantage van vrouwen door katholieke priesters.

Aanleiding vormen de beschuldigingen van een vrouwelijke religieuze dat een bisschop haar meermaals verkracht zou hebben en een zaak waarbij vier priesters een vrouw in de biecht zouden hebben gechanteerd. De NCW is een overheidsorgaan dat de centrale regering adviseert over beleid ten gunste van vrouwen.
Blijkens een verklaring van vorige week meent de NCW dat de biecht makkelijk tot chantage kan leiden en dat “priesters vrouwen dwingen hun geheimen te vertellen”.

‘Onwetend’

De voorzitter van de Indiase bisschoppenconferentie, kardinaal Oswald Gracias, reageerde geschokt op de eis van de NCW. “Deze eis van de commissie verraadt een totaal gebrek aan begrip voor de aard, betekenis, heiligheid en belang van dit sacrament voor onze mensen en onwetendheid over de strikte wetten van de Kerk om enig misbruik te voorkomen”, aldus de kardinaal.

‘Absurde eis’

Gracias wijst erop dat een dergelijk verbod “een directe inbreuk betekent op onze godsdienstvrijheid zoals die gegarandeerd wordt door de Indiase grondwet”.
“Miljoenen mensen over de hele wereld hebben door de eeuwen heen getuigd van het geestelijke nut van dit sacrament en van de genade, vergeving en vrede die zij als vrucht ervan hebben ontvangen.”
“Ik ben ervan overtuigd dat de regering deze absurde eis van de commissie volledig zal negeren”, aldus de kardinaal.

‘Dringender zaken’

Volgens hem zijn er talloze dringender zaken waar de commissie aandacht aan zou moeten besteden, waaronder gelijkberechtiging, educatie, huiselijk geweld, mensenhandel “in plaats van rommelen in religieuze zaken waarvan zij niets begrijpt”.
Hij benadrukt dat de katholieke Kerk sterk voorstander is van maatschappelijke vooruitgang van vrouwen en daarvoor graag met de commissie wil samenwerken “zoals zij ook met andere instellingen doet”. (KN/AN)