
De dader van de recente schietpartij op een katholieke school in de VS zou volgens mediaberichten hebben gehandeld uit haat tegen het christendom. De plaatselijke aartsbisschop roept op tot vergeving. “Er moet veel pijn zijn geweest om tot zo’n gewelddaad te komen.”
Aartsbisschop Bernard Hebda was op weg naar zijn werk op 27 augustus toen hij een voicemail beluisterde van Dennis Zehren, pastoor van de Annunciation Catholic Church and School in Minneapolis. De priester vertelde dat er “iets was gebeurd”.
De aartsbisschop belde terug en kreeg het vreselijke nieuws te horen: iemand had tijdens de eerste schoolmis van het jaar door de gebrandschilderde ramen van de kerk geschoten, waarbij leerlingen en andere aanwezigen werden geraakt.
Gebed is belangrijk, maar ontslaat ons er niet van om maatregelen te nemen
Aartsbisschop Bernard Hebda
“Zelfs op dat vroege moment besefte pastoor Zehren dat er doden waren gevallen, en dat was ontzettend pijnlijk”, zo vertelt Hebda, sinds 2015 aartsbisschop van St. Paul en Minneapolis, daags na het tragische incident.
Twee kinderen werden gedood, vijftien kinderen en drie volwassenen raakten gewond. De dader werd geïdentificeerd als de 23-jarige Robin Westman, een voormalig leerling van Annunciation, die zichzelf door het hoofd schoot op de parkeerplaats van de kerk.
Diezelfde middag ontmoette de aartsbisschop pastoor Zehren, schooldirecteur Matt DeBoer en andere schoolleiders, en sprak hij de pers toe buiten de parochie. ’s Avonds leidde hij een gebedswake in de sportzaal van een nabijgelegen katholieke middelbare school, waar hij families van Annunciation troostte. De dag erna ging hij voor in nog twee gebedsdiensten – in de kathedraal van St. Paul en in de basiliek van St. Mary in Minneapolis, de co-kathedraal van het aartsbisdom.
“Ik ben een man die gelooft dat gebed belangrijk is”, zo zegt de aartsbisschop. Hoewel sommigen kritiek hebben op uitingen van ‘thoughts and prayers’, gedachten en gebeden, bij geweldsincidenten – omdat ze die zien als een excuus om geen actie te ondernemen tegen wapenbezit of psychische problemen – benadrukt Hebda dat hij zelf ervaren heeft hoe krachtig gebed kan zijn.
“In moeilijke tijden in mijn leven heb ik echt geprofiteerd van de gebeden van anderen”, zegt hij. “Ik hoop dat dit ook geldt voor de mensen die het hardst geraakt zijn door de gebeurtenissen bij Annunciation – dat ze echt voelen dat ze gedragen worden door gebed.”
Toch voegt hij eraan toe dat gebed niet betekent dat er geen verdere stappen nodig zijn: “Het ontslaat ons er niet van om maatregelen te nemen die het risico op herhaling verkleinen. We moeten als gemeenschap kijken naar het wijdverspreide wapenbezit, en naar de manier waarop we de geestelijke gezondheidscrisis aanpakken.”
Het was, zo vertelt Hebda, de eerste keer dat hij ouders moest troosten wier kind door een schietpartij was gedood. Dat het tijdens de Mis gebeurde, vlak voor het Alleluia-gezang, noemt hij “onvoorstelbaar afschuwelijk”. “Je moet er niet aan denken wat kinderen daar gezien en meegemaakt hebben.”
Dat is de gouden standaard van getuigenis: vergeven, zoals Jezus vanaf het kruis deed
Aartsbisschop Bernard Hebda
“Ik bid dat er op de een of andere manier heling komt, zelfs van die herinneringen – dat die herinneringen mensen er niet van weerhouden terug te keren naar de Heer in de eucharistie, naar de katholieke school of überhaupt naar een kerk.”
Ook roept hij mensen op tot “gebed met de voeten”: waken bij een ziekenhuisbed, eten brengen naar een rouwend gezin, of bijdragen aan een speciaal voor de nabestaanden in het leven geroepen fonds.
Het drama roept ook politieke vragen op, benadrukt hij. Onder katholieken in de staat Minnesota klinkt al langer de roep om gelijke staatssteun voor de beveiliging van openbare en niet-openbare scholen – tot op heden zonder succes. Hebda: “Kinderen zijn kinderen, of ze nu naar een openbare of een katholieke school gaan. We moeten als gemeenschap dezelfde veiligheid waarborgen, waar een kind ook naar school gaat.”
Maar, zo voegt hij daar direct aan toe: “Geen enkel veiligheidsbeleid kan álle incidenten voorkomen. Ik geef de staat daar geen schuld van.”
Hebda roept gelovigen op hun hoop in Christus te laten zien, ook door vergeving voor de dader. Westman – die in 2020 haar naam wettelijk veranderde van Robert naar Robin – groeide op in de katholieke gemeenschap en had een moeder die werkte op meerdere katholieke scholen.
“Er moet veel pijn zijn geweest om tot zo’n gewelddaad te komen”, aldus Hebda. “Het bijzondere aan onze Kerk is dat wij geroepen zijn Jezus na te volgen, ook in liefde voor wie ons haat.”
Hij verwijst daarbij naar het voorbeeld van de Amish-gemeenschap na een schietpartij op een school in Pennsylvania in 2006, waarbij zij de dader vergaven.
“De Amish spraken toen zo prachtig over vergeving en compassie, zelfs voor de dader. Dat heeft diepe indruk op mij gemaakt. Dat is het voorbeeld dat wij als katholieken ook moeten nastreven.”
“Dat is de gouden standaard van getuigenis: vergeven, zoals Jezus vanaf het kruis deed – ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Zo houden we hoop levend, in plaats van ons te laten leiden door angst of haat.”
Er zijn geen artikelen gevonden