
Sinds een val van de trap leeft Ronald Marks met niet-aangeboren hersenletsel. Prikkels komen daardoor ongenadig hard binnen. Werken kan hij niet meer, maar naar de Mis gaan ook niet. Toch blijft hij zijn geloof koesteren: “Ik bid om invulling: wat kan ik nog wel?”
Als acoliet stond Ronald Marks jarenlang op het priesterkoor. Nu kan zelfs een korte doordeweekse Mis hem compleet overprikkelen. “De bel en het orgel, maar zelfs de kleuren en het licht van het glas-in-lood komen zo heftig binnen dat het voelt alsof er twee cimbalen naast mijn oren slaan.”
Sinds een val van de trap in 2019 leeft hij met niet-aangeboren hersenletsel. Naar de kerk gaan is daardoor allesbehalve vanzelfsprekend geworden. Daarvóór leidde Marks een energiek leven. Hij werkte met plezier bij een telecombedrijf en later als procesmanager bij de ANWB.
Thuis vormde hij met zijn vrouw Maike een levendig gezin, met vakanties naar Frankrijk en Luxemburg en veel betrokkenheid bij de parochie. “Ik ging altijd fluitend naar mijn werk. Contact met collega’s, projecten doen, dingen kunnen veranderen: daar deed ik het voor.” Ook binnen de Kerk was hij actief: hij werd gedoopt, diende als acoliet en hielp misdienaars opleiden.
Dit artikel is niet gevonden
In oktober 2019 valt hij ’s ochtends van de trap. “Alles deed zeer, ik was misselijk en had hoofdpijn.” In het ziekenhuis wordt een hersenschudding vastgesteld; de arts verwacht dat rust voldoende is. Maar de klachten houden aan.
Reizen naar zijn werk put hem uit, werken achter een beeldscherm gaat niet meer en zijn concentratie is weg. Tijdens de coronaperiode wordt dat nog duidelijker. “Werken achter een scherm ging helemaal mis. Ik at wat en kroop weer mijn bed in om energie op te bouwen voor de volgende dag.”
Uiteindelijk blijkt terugkeer onmogelijk. Na jaren re-integreren volgt een WIA-uitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen), en in februari 2023 is zijn laatste werkdag. “Het was zo onwerkelijk. Geen pensioen waar je naartoe leeft, maar gewoon: het is klaar.”
Alsof dat niet genoeg was, raakt hij twee jaar later samen met Maike betrokken bij een aanrijding op de snelweg. Zijn klachten verergeren, Maike houdt er een whiplash aan over. “Twee halve mantelzorgers maken één hele”, zegt hij mild.
Sindsdien leven ze in wat hij zelf een soort kloosterregel noemt: rust, voorspelbaarheid en een strak dagritme. Hun cockerspaniël Zoey helpt daarbij. “Je moet naar buiten en wandelen. Je bent met aandacht bezig. Zo vliegen de dagen in rust voorbij.”
Juist de kerk, waar hij zich thuis voelde, confronteert hem nu met zijn kwetsbaarheid. Een viering vol geluid, licht en beweging is voor hem nauwelijks te doen. “Je zit daar en het is alsof ze de hele tijd dingen naar je hoofd gooien. De beleving van de liturgie is weg. Dat mis ik enorm.” Toch zoekt hij af en toe de kapel op, waar het stil is en hij een kaars kan opsteken.
Dit artikel is niet gevonden
En soms, zoals onlangs, waagt hij zich weer aan een doordeweekse Mis. Hij was uitgenodigd om zijn acolietenoorkonde in ontvangst te nemen. Aan het einde van de viering volgde eucharistische aanbidding. “In alle stilte bij de Heer zijn, dat was fantastisch. Maar daarna moest ik thuis bijslapen.”
Het verlies van werk én liturgische betrokkenheid raakt zijn gevoel van waarde. “Je voelt je niet meer productief. Wat ben je dan nog waard?” In gesprekken met zijn psycholoog en met zijn geestelijk leidsman, en af en toe met een bevriende pater, leerde Marks zijn blik te verleggen. “Ze lieten me zien dat je waardevol blijft als partner, als opa, als vader. Je hebt zoveel rollen waarin je nog betekenis hebt.”
'Voor veel mensen maken bel, orgel en gezang de Mis compleet. Maar zonder die elementen is de Mis niet ineens ongeldig.'
Ook kleine gebaren uit de parochie dragen hem. Een appje, een handgeschreven kaart, een palmpasenstok die kinderen kwamen brengen. “Toen ik zelf acoliet was, bracht ik die stokken naar ouderen die niet naar de kerk konden. Nu voelde ik ineens: ik hoor bij die doelgroep. Dat geeft toch een stukje verbinding.” De oorkonde die nu aan zijn muur hangt, herinnert hem eraan dat hij nog steeds deel uitmaakt van de gemeenschap.
Marks denkt inmiddels na over hoe de Kerk mensen zoals hij beter kan bereiken. Zelf droomt hij van een prikkelarme of stille Mis. “Voor veel mensen maken bel, orgel en gezang de Mis compleet. Maar zonder die elementen is de Mis niet ineens ongeldig. Denk aan mensen met autisme, tinnitus of andere vormen van overgevoeligheid. Een stille Mis, al is het één keer per maand dicht bij huis, zou voor zovelen een uitkomst zijn.”
Deze pagina is niet gevonden
Bidden om genezing doet hij niet meer. “Ik bid om invulling. Wat wilt U van mij, wat kan ik nog wel? Herstel gaat niet meer komen. Het gaat om acceptatie en leren omgaan met wat er is.” Hoop betekent voor hem dat er steeds weer kleine nieuwe dingen op zijn pad komen.
De verhuizing naar een gelijkvloers appartement in Oegstgeest noemt hij zo’n geschenk. “Ik doe de deur open en sta aan het water. Dat helpt. Ik geloof dat ik gedragen word door gebed en dat God mijn weg mee invult.”
Er zijn geen artikelen gevonden