
“Wanneer in een plaatsje zoals Horssen de kerk sluit, lijdt het hele dorp pijn”, zegt Anne-Marie Wegh. Daarom wil ze de in 2019 gesloten Sint-Antonius Abtkerk kopen en als traditioneel gebedshuis teruggeven aan de dorpsgemeenschap.
In het Land van Maas en Waal ligt Horssen. Het dorp heeft amper voorzieningen, maar wel drie kerken. De Nederlands-hervormde kerk uit 1800 is nog in gebruik. De Sint-Bonifatiuskerk uit de veertiende eeuw was katholiek, daarna protestants en inmiddels al jaren niet meer in gebruik als godshuis. Anne-Marie Wegh kocht dit gebouw vijftien jaar geleden en opende er een stiltecentrum.
De katholieke Sint-Antonius Abtkerk werd zeven jaar geleden aan de eredienst onttrokken. Wegh wil nu ook dit gebouw kopen en er weer een echte kerk van maken. “Je zou denken dat zoiets makkelijker te realiseren is in een grotere plaats met meer gelovigen, maar tegelijk geldt: hoe groter, hoe onpersoonlijker”, vertelt ze.

“Wanneer een kerk daar de deuren sluit, betekent dat een individueel verdriet voor de gelovige. Maar als dat in een plaats als Horssen gebeurt, lijdt het hele dorp pijn. De gemeenschapszin zorgt ervoor dat mensen de kerk echt missen.
Voor een deel komt dat doordat er geen huwelijken, dopen en begrafenissen meer in de kerk plaatsvinden, maar een kerk biedt een dorp veel meer, ook al gingen er niet veel mensen meer naartoe.”
Dit artikel is niet gevonden
Een katholieke kerk wordt vaak gesloten wanneer de onderhoudskosten te hoog oplopen en er te weinig mensen komen. “Op het moment dat de kerk in Horssen sloot, gingen nog maar twintig gelovigen naar de Mis”, vertelt Wegh. “De gedachte is dan om één kerk in de parochie uit te kiezen, in dit geval Druten, waar de gelovigen uit de omliggende dorpen naartoe kunnen zodat die wel rendabel blijft.”
Maar zeven jaar na de sluiting blijkt dat de Horssenaren niet naar Druten gaan. “Het is moeilijk voor mensen die slecht ter been zijn, maar nog belangrijker is dat ze niet naar de kerk in een ander dorp willen gaan omdat er vaak een soort historisch gegroeide concurrentie bestaat tussen dorpen. Daardoor vindt een uitvaart nu plaats in het dorpshuis en niet meer in de kerk. Dat is heel verdrietig.”
‘Een kerk biedt een dorp veel meer, ook al gingen er niet veel mensen meer naartoe’
Wegh zou graag willen dat de mensen uit Horssen in hun eigen dorp naar de kerk kunnen gaan om daar de verbinding met God te vieren en ervaren. “Ik wil hier weer een traditionele kerk met een door de priester gevierde Mis. Voor mij is een kerk geen kerk zonder pastoor en zonder Mis.”
Ze ziet een kerk als een heilige plek die gereserveerd moet zijn voor spirituele zaken. “Ik ga er niets doen dat niet in een reguliere kerk gebeurt. Dus misschien wel een repetitie van een koor of een concert, maar geen rommelmarkt of modeshow. Ik wil geen winst maken en ik hoef de aankoopsom niet terug te verdienen.”
Ze hoopt wel dat Horssenaren een kleine jaarlijkse bijdrage willen betalen om het onderhoud en de activiteiten te helpen bekostigen, zodat het geen bodemloze put wordt waar per jaar een half miljoen aan kosten in verdwijnt.
Wegh heeft nog de nodige hobbels te nemen. Wil de Franciscus- en Claraparochie in Druten de kerk aan haar verkopen en is pastoor Pieter Zimmermann dan bereid de kerk in Horssen bij zijn activiteiten te betrekken?
“Dat is nog niet aan de orde”, zegt Zimmermann. “We hebben als parochie een makelaar in de arm genomen en er zijn drie of vier potentiële kopers. Binnenkort gaan we er met de makelaar over praten. Meer kan ik er op dit moment niet over zeggen.”
Dit artikel is niet gevonden
De volgende hindernis is het concurrentiebeding dat het bisdom ’s-Hertogenbosch, dat toestemming moet geven voor de verkoop, hanteert. Dit houdt in dat er geen kerkelijke activiteiten zoals begrafenissen plaats mogen vinden in de kerk in Horssen, maar Wegh vindt het juist belangrijk dat dit soort vieringen in het eigen dorp kunnen gebeuren.
Volgens Theo Lamers, vicaris-generaal van het bisdom, is het niet ongebruikelijk dat er diensten plaatsvinden in een voormalige kerk, maar dan wel buiten de eredienst. Zowel de kerk als de inboedel worden dan teruggebracht tot profaan, maar niet onwaardig gebruik.
Dat houdt ook in dat het interieur er niet meer uit mag zien als dat van een kerk. Een priester mag wel de Mis in een aan de eredienst onttrokken kerk vieren, maar Wegh ziet het niet zitten om een lege kerk aan te schaffen.
‘Ik zou willen dat mensen de Mis meer gaan beleven’
Het belangrijkste probleem is hoe je de mensen weer terugkrijgt in de kerk. Wegh voelt een enorme drive om haar liefde voor het katholieke geloof te delen en heeft concrete ideeën over hoe de Kerk aantrekkelijker wordt.
“Wat ik zo mooi vind aan een kerkgebouw en de Mis is dat die heel ervaringsgericht zijn. Alle zintuigen worden aangesproken met geur, kleur, gezang en prachtige rituelen. Maar mensen komen binnen met hun hoofd vol met gedachten. Ik zou willen dat mensen de Mis meer gaan beleven.”
Dit artikel is niet gevonden
Aan de schitterende rituelen en gebeden hoeft niets te veranderen, de preken vindt Wegh vaak prachtig en ze heeft bewondering voor het celibaat, omdat priesters zich volledig aan God binden. Ze vindt wel dat de Kerk de godsbeleving vrijer moet laten en minder in dogma’s moet denken. “De Schrift en de ratio vormen de basis, maar we moeten toegeven dat we niet precies weten wat God wil.”
Kleine veranderingen in de Mis kunnen ervoor zorgen dat gelovigen meer naar een beleving gebracht worden, denkt Wegh. “Zo kan een priester de aandacht vestigen op onze ademhaling en benoemen dat die door God gegeven is. Of hij kan de kerkgangers vragen om even stil te staan bij hun gevoelens.
Ik zie vooral bij jongeren een grote behoefte aan verbinding met het hart. De Kerk zou hun niet moeten vertellen wat ze moeten geloven, maar zeggen: kom, we gaan je helpen om jezelf en God te vinden.”
Er zijn geen artikelen gevonden