
Het is een vaak gehoorde verzuchting in parochies: tieners verdwijnen na hun vormsel snel uit beeld. Hoe voorkom je dat het sacrament een uitzwaaiceremonie wordt? Verschillende vormselvoorbereiders delen hun geheim.
‘Tieners zitten vol vragen: als je geen antwoord hebt, zijn ze niet tevreden’
Jonge tieners zijn voor een parochie meestal een lastige leeftijdsgroep. Volgens Marieke Goes, betrokken bij het vormselprogramma van de Gerardus Majellaparochie in Utrecht, zijn twee dingen essentieel om deze groep aan te spreken. “Het moet primair om de inhoud draaien, net zoals dat in het parochieleven als geheel zou moeten. Jezus moet op de eerste plek staan. Daarna is het voor tieners het allerbelangrijkste dat er leeftijdsgenoten zijn bij wie ze zich thuis kunnen voelen.”

Een groep waaraan je je kunt binden: als tieners dat tijdens het vormseltraject ervaren, is de kans groter dat je ze daarna vast kunt houden, denkt Goes. “Ze moeten ergens dat contact voelen. Dat hoeft niet om iets enorm heiligs te draaien. Als ze voelen: hier zijn meer tieners, hier hangt een leuke sfeer, en het gaat ook nog over God, dan is het helemaal prima. Maar als je dat niet hebt, wordt het wel een stuk moeilijker.”
De voorbereiding op het vormsel is in de Gerardus Majellaparochie geen losstaand project, maar onderdeel van een breder kindercatecheseprogramma. “We geven doorlopend catechese vanaf de kleuterleeftijd tot jongeren een jaar of achttien zijn. Daarmee is het niet zo van: ik kom naar de vormselvoorbereidingen en daarna is het afgelopen. Als het goed is ben je er daarvoor al bij en ben je er daarna ook weer”, legt Goes uit.
Dit artikel is niet gevonden
De vormselvoorbereiding duurt twee jaar. “Sommige ouders vinden dat heel streng, maar wij doen dat juist zodat de tieners die gemeenschap kunnen voelen en vrienden kunnen maken.” Ook worden gezinnen gevraagd om zo veel mogelijk op zondagen naar de kerk te komen. “Veel gezinnen lukt dat, voor andere is het iets lastiger.”
De nadruk op continuïteit blijkt effectief, ziet Goes. Natuurlijk zijn er altijd kinderen die rond de Communie of het vormsel aanhaken en daarna weer weg zijn, “maar als je met degenen die er wel zijn gewoon op weg blijft gaan, dan creëer je een omgeving waarin het makkelijker is om niet af te haken.”
Wat je inhoudelijk aanbiedt tijdens een vormseltraject is belangrijk, maar volgens Goes is een andere vraag nog essentiëler: wie dat traject gaat begeleiden. “Je moet sowieso zelf een goede basis hebben en voldoende weten. De tieners hebben vaak veel vragen; als je daar geen goed antwoord op kunt geven, zijn ze natuurlijk niet tevreden.”
Daarnaast moet een vormselbegeleider het leuk vinden om geloofskennis op kinderen over te brengen. Voor leuke, sportieve activiteiten en het optrekken met tieners maakt de Gerardus Majellaparochie dankbaar gebruik van het feit dat Utrecht een studentenstad is: “Die vinden het vaak leuk om met kinderen op te trekken en iets concreets te doen in de parochie.”
Als de tieners eenmaal gevormd zijn, moet je ze binnenboord zien te houden. Dat doe je door hun potentieel te erkennen, denkt Goes. In haar parochie doen ze dat door te kijken of jongeren te porren zijn voor vrijwilligerstaken die de oudere generatie langzaam los aan het laten is.
“We vragen of ze misdienaar of lector willen worden of we laten ze op een tienerbijeenkomst een taak doen. Dan zorg je dat ze, door dingen te doen, de verbinding met de parochiegemeenschap gaan voelen. Als je dat op een leuke manier doet, hoeft het ook niet als een vervelend klusje te voelen. Tieners merken dan juist: hé, ik word hier serieus genomen, ik word hier bij de gemeenschap betrokken.”
Daar moet niet alleen de vormselgroep, maar heel de parochie bij helpen, vindt Goes: “Dat is echt belangrijk, want deze jongeren zijn de toekomst van de kerk. Daar moet je nu in investeren.”
‘Het gaat erom dat God de ruimte krijgt in het leven van jongeren’
Het vasthouden van jongeren na hun vormsel is geen eenvoudige opgave, weet ook Leonie van Ittersum, catechetisch medewerker in de Emmaüsparochie van Uithoorn en de Heilige Familieparochie in Heemstede. In beide parochies is de vormselvoorbereiding gekoppeld aan familiezondagen, vertelt ze. Gezinnen komen samen rondom de zondagsmis, gevolgd door ontmoeting en catechese voor ouders, jongeren en kinderen.
Het vormseltraject bestaat uit zo’n tien bijeenkomsten waarin het geloof stap voor stap wordt uitgelegd. Daarbij merkt Van Ittersum dat steeds minder jongeren een basiskennis hebben van het geloof, waardoor uitleg van geloofszaken meer tijd vergt. “De lessen zijn bewust praktisch en visueel. Zo is er een ontmoeting over de Heilige Geest waarbij enkele naamgevingen als water, vuur en wind zichtbaar worden neergezet. Vervolgens wordt gekeken waar de naamgevingen staan in de Bijbel.”
Deze pagina is niet gevonden
Ook ouders worden betrokken bij het vormseltraject, bijvoorbeeld via opdrachten rond de geloofsbelijdenis. “We willen ouders met hun kinderen na laten denken en bewuster maken over het geloof.” Naast inhoud probeert Van Ittersum ook ruimte te maken voor gebed en stilte. “Ik probeer elke les een kort moment van bezinning te hebben”, legt ze uit. “Dat blijft zoeken. Ik vind het moeilijk, maar ik ben ervan overtuigd dat het gebed de basis van je geloofsweg is.”
Het blijft lastig om jongeren na het vormsel vast te houden, erkent Van Ittersum. Toch is er een enkeling die dankzij de deelname aan het jongerenkoor of als acoliet verbonden blijft aan de geloofsgemeenschap. Ook proberen de parochies om jongeren bij de familiezondagen te blijven betrekken.
De pastoor van de Emmaüsparochie, Marco Cavagnaro, is zeer te spreken over de familiezondagen. Het initiatief biedt hulp om jongeren en hun ouders meer bij de parochie te betrekken, zegt de priester. “De familiezondagen creëren een warm nest in de parochie.”

In het verlengde daarvan biedt de Neocatechumenale Weg, een katholieke nieuwe beweging, een verdieping waar jongeren rond of na hun vormsel, mede door het getuigenis van hun ouders, instappen, vertelt Cavagnaro. “Cruciaal hierbij is dat jongeren hier niet alleen het doel van een programma zijn, maar zelf hun eigen geloofsweg gaan.”
In de drie gemeenschappen die actief zijn in zijn parochie, zijn naast gezinnen, ouderen en alleenstaanden ook veel jongeren te vinden, legt hij uit. “Zij bereiden zelf vieringen voor binnen een vaste structuur. Ze worden niet geleid door prestatiedrang, maar gedragen door een traditie die hen stap voor stap in de Kerk introduceert. De deelname aan de gemeenschap is niet projectmatig, maar gebaseerd op een jarenlange ervaring van samen het geloof delen.”
Dit artikel is niet gevonden
“Soms proberen we uit angst jongeren vast te houden door de lat lager te leggen”, zegt Cavagnaro. “Hier gaat het erom dat God de ruimte krijgt in hun leven, door ze directe toegang te bieden tot de bronnen van het geloof. In dit proces is de priester geen organisator die hun ervaring moet sturen, maar de herder die jongeren begeleidt om uit deze bron te putten.”
‘Tieners openen zich sneller voor leeftijdsgenoten: dat maakt het geloof persoonlijk’
Ook in een jongerenteam kan de kracht van vormselvoorbereiding liggen. In de Heilige Stefanusparochie in Nijmegen, kiezen Esther Vergouwen (26) en Benoît Sarabèr (22) er bewust voor om het traject zélf vorm te geven en te begeleiden. Juist dat maakt volgens hen het verschil. De huidige opzet van de vormselvoorbereiding ontstond vanuit een verlangen naar meer diepgang, vertelt Vergouwen.
“We hebben de onderwerpen zelf geselecteerd en uitgewerkt. Natuurlijk komen de Heilige Geest en Pinksteren aan bod, maar we vonden het ook belangrijk om stil te staan bij vragen als: hoe bid je, wat betekent een relatie met God en hoe ben je een leerling van Jezus? Ook de geloofsbelijdenis krijgt aandacht.”
Daarmee willen de begeleiders verder gaan dan alleen kennisoverdracht: het geloof moet concreet en herkenbaar worden in het leven van tieners. Dat de begeleiding in handen is van jonge mensen, helpt daarbij. “We staan dichter bij hun belevingswereld”, zegt Vergouwen. “Als wij voorbeelden geven over de middelbare school, herkennen ze dat meteen. Dat maakt het toegankelijker.”
De avonden zijn bovendien bewust afwisselend ingericht, met ruimte voor gesprek, spel en creatieve opdrachten. “We vinden groepsvorming heel belangrijk. Tieners werken veel samen en praten met elkaar door over vragen en stellingen. Zo leren ze ook van elkaars geloofsbeleving.”
Die nadruk op onderlinge band is geen toeval. Volgens Sarabèr is het essentieel om te voorkomen dat het vormsel een eindpunt wordt. “We proberen echt een hechte groep te vormen. Er is tijd om bij te praten en om persoonlijke verhalen te delen. Als die vriendschappen ontstaan, is de kans groter dat ze elkaar blijven opzoeken na het vormsel.” Tegelijk worden jongeren actief gewezen op vervolgstappen, zoals deelname aan een tienergroep in de parochie of bredere initiatieven binnen de Kerk.

In hun parochie zien de begeleiders dat die aanpak vruchten afwerpt. “De vriendschappen die ontstaan tijdens het traject blijven vaak bestaan”, zegt Sarabèr. “Die kunnen verder groeien bij bijvoorbeeld een tieneravond, het koor of het misdienen.” Vergouwen vult aan dat niet iedereen automatisch betrokken blijft, “maar het helpt enorm als jongeren elkaar hebben gevonden. Dan willen ze elkaar blijven zien en ondernemen ze sneller samen iets, zoals een kamp”.
Een belangrijke succesfactor is volgens Sarabèr ook de context van de parochie zelf. “We hebben een levendige gemeenschap met veel gezinnen, waardoor tieners elkaar vaak al kennen. Dat maakt het makkelijker om nieuwe jongeren op te nemen en een hechte groep te vormen.”
Deze pagina is niet gevonden
Daarnaast ligt de nadruk niet op het uit het hoofd leren van geloofsleer, maar op een persoonlijke keuze. “Het gaat erom dat jongeren zelf bewust voor God kiezen. Vanuit die keuze groeit vaak vanzelf de wens om Christus beter te leren kennen.”
Toch blijft het zoeken naar balans. “Je hebt maar een beperkt aantal avonden”, zegt Vergouwen. “We willen inhoudelijke verdieping bieden, maar ook ruimte laten voor gezelligheid en ontmoeting. Het is soms puzzelen om alles in anderhalf uur te laten passen.”
Juist daarom speelt de tienergroep na het vormsel een sleutelrol. “Die biedt een vast moment waarop jongeren elkaar blijven ontmoeten”, legt Sarabèr uit. “Er is ruimte voor geloofsgesprekken, maar ook om gewoon samen te zijn en plezier te maken. Dat is minstens zo belangrijk: dat ze zich thuis voelen in de parochie.”
Dat die aanpak effect heeft, zien de begeleiders bijvoorbeeld bij de groei van de misdienaarsgroep. “Je merkt dat jongeren na het vormsel bewuster meedoen”, zegt Sarabèr. “Ze begrijpen niet alleen wat ze doen, maar ook waarom. Daar zie je echt groei in geloof en betrokkenheid. Dat zijn de jongeren die straks weer een volgende generatie kunnen begeleiden.”
Dit artikel kwam tot stand met steun van het Instituut voor Huwelijk, Gezin en Opvoeding (IHGO). Zie ook kn.nl/gezin.
Er zijn geen artikelen gevonden