Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Interview

Op zoek naar nazaten van de zoeaven: Brachten zij de katholieke emancipatie op gang?

08 april 2026

Deze foto van zoeaaf Peter Velier uit de Betuwe werd gemaakt voor de Katholieke Illustratie vanwege zijn 85ste verjaardag.
Foto: Familie Velier/Viljeer

De invloed van de zoeaven op de emancipatie van de katholieken in de negentiende eeuw was groot, vermoedt emeritus-hoogleraar Annelies van Bronswijk. Onderzoek onder de nazaten van deze pauselijke soldaten moet uitwijzen of ze daar gelijk in heeft.

Toen paus Pius IX tussen 1860 en 1870 een oproep deed aan katholieke mannen uit de hele wereld om de Kerkelijke Staat te verdedigen tegen de troepen van koning Victor Emanuel II van Sicilië en zijn bondgenoot Garibaldi, gaven tienduizend jongemannen daar gehoor aan. Drieduizend van deze zoeaven, zoals de leden van dit internationale vrijwilligersleger heetten, kwamen uit Nederland.

Vol zelfvertrouwen

Bij terugkomst waren zij een heel ander mens geworden. Vol zelfvertrouwen leverden ze een flinke bijdrage aan de katholieke emancipatie. Dat is de voorlopige conclusie die Annelies van Bronswijk, emeritus-hoogleraar biologie aan de TU Eindhoven, trekt uit onderzoek dat ze samen met de Betuwse afdeling van de Nederlandse Genealogische Vereniging doet onder de nazaten van de zoeaven.

Annelies van Bronswijk: “Mensen moeten hun geschiedenis kennen.”
Foto: eigen foto

“De zoeaven kwamen niet voornamelijk uit de katholieke zuidelijke provincies, maar uit gebieden waar katholieken in plukjes tussen een protestantse meerderheid woonden, zoals Noord-Holland en de Betuwe”, vertelt Van Bronswijk.

Onderdrukt

“De katholieken voelden zich daar onderdrukt door de protestanten. Katholieke jongemannen zagen een kans om zich te laten gelden als sterke mannen van een volk dat gezien en gewaardeerd kon worden. Maar het was natuurlijk ook een avontuur.”

Het was wel een bloedig avontuur, vooral voor de zoeaven van het eerste uur. “Moet je je voorstellen hoe er destijds oorlog werd gevoerd. Wij zijn gewend aan oorlog op afstand, maar toen werd er daadwerkelijk gestoken. In een verslag staat bijvoorbeeld dat een zoeaaf na 25 steken was overleden”, zegt Van Bronswijk.

Minder ellende

De tweede lichting zoeaven maakte minder ellende mee. “Vooral in de eerste groep zie je veel zoeaven die bij thuiskomst niet meer mee konden in het leven. Ze werden landlopers of kluizenaars, maar er waren ook mannen die juist zeer succesvol werden. Veranderd waren ze allemaal en velen werden een held in hun eigen familie en dorp.”

Overigens niet alleen in hun eigen kring; zelfs de protestantse koning Willem III had bewondering voor de zoeaven. Van hem werd gezegd dat hij foto’s van zoeaven bij zich droeg. Die liet hij aan zijn generaals zien met de opmerking dat zij een voorbeeld konden nemen aan die zoeaven, want dat waren tenminste vechters.

‘Katholieke jongemannen zagen een kans om zich te laten gelden als sterke mannen van een volk dat gezien en gewaardeerd kon worden’

Bij terugkomst verloren zoeaven hun staatsburgerschap omdat ze in een vreemd leger hadden gediend, maar dat maakte hun niet uit. Van Bronswijk: “In Italië hadden ze de praal en macht van de katholieke Kerk gezien. Dat kunnen wij ook, dachten ze. Als staatlozen kregen ze geen ondersteuning van de overheid bij armoede en tegenslag en dus organiseerden ze dat zelf met donaties uit heel katholiek Nederland. En voortaan gingen ze alleen nog naar de katholieke bakker of timmerman.”

Op hun plaats zetten

De protestanten van hun kant werden wakker geschud toen verschillende zoeaven voor een politieke carrière kozen en zetels in de Tweede Kamer veroverden. Om de katholieken weer op hun plaats te zetten, stemde een meerderheid van de Kamer voor het afschaffen van de diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan, terwijl dat nooit een probleem was geweest.

advertentie

De grootste verandering vond plaats bij de nakomelingen van de zoeaven, denkt Van Bronswijk. “De naam zoeaaf werd in de Betuwe een eretitel. Dan was je wat en mocht je vooraan lopen in processies. De zoeaven en zeker hun kinderen stegen flink op de sociale ladder. De zoeaven organiseerden geregeld grote landelijke feesten waar de hele familie naartoe ging.

Dochter van een held

Konden katholieken eerder nog alleen binnen hun eigen regionale en sociale kring trouwen, nu stond opeens heel katholiek Nederland voor ze open. Ook notabelen zoals artsen en tandartsen vielen binnen hun bereik, want zij konden trouwen met de dochter van een held.”

Verder onderzoek naar de levensloop, economische en sociale omstandigheden van de nazaten van zoeaven moet nog duidelijker maken hoe groot de invloed op de katholieke emancipatie precies is geweest. Er is nooit goed onderzocht waarom er zoveel zoeaven uit Nederland kwamen en wat ze teweegbrachten.

Blijven liggen

“Destijds deden vooral protestanten historisch onderzoek”, zegt Van Bronswijk. “De Katholieke Universiteit Nijmegen – nu de Radboud Universiteit – werd in 1923 opgericht om voor meer katholieke onderzoekers te zorgen, maar er waren zoveel onderwerpen om uit te pluizen dat dit is blijven liggen.”

'Er is nooit goed onderzocht waarom er zoveel zoeaven uit Nederland kwamen en wat ze teweegbrachten.'

Voor het onderzoek dat de Betuwse Genealogie Vereniging nu verricht, is de informatie van Lieven Gorissen, die zojuist het boek 53 Betuwse wereldreizigers: de Pauselijk Zoeaven (1863-1870) heeft uitgebracht, onmisbaar. “Hij heeft in Italië alle originele stukken van en over de zoeaven gelezen”, zegt Van Bronswijk.

Langzaam proces

“Wij kunnen een regio alleen onderzoeken als we weten wat een zoeaaf precies heeft meegemaakt en met wie. We hebben tot nu toe enkele tientallen nazaten, bloed- en aanverwanten kunnen opsporen. Dat is in verband met de privacywetgeving een langzaam proces, waarbij we het vooral moeten hebben van ons eigen netwerk van mensen die al geïnteresseerd zijn in het onderwerp.

We willen sociologen en demografen bij ons onderzoek betrekken en de familierelaties tot de betovergrootouders in kaart brengen. Dan kunnen we een vergelijking maken tussen naaste verwanten van de zoeaven, verre familieleden en katholieken die geen zoeaven in de familie hadden.”

Uiteindelijk is het de bedoeling iets “boekachtigs” uit te brengen, wellicht gratis online te lezen. Ook gaan ze bekijken of er interesse is in een proefschrift. Uit een eerder onderzoek van Van Bronswijk en anderen naar de geschiedenis van de twee Brabantse dorpen Zeelst en Meerveldhoven blijkt dat de belangstelling voor streekgebonden onderzoek enorm is.

“Mensen moeten hun geschiedenis kennen”, vindt Van Bronswijk. “Dan bestaat de mogelijkheid dat ze de toekomst ook beter behandelen.”