Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Interview

Tien dagen tussen vluchtelingen op Cyprus: ‘Je schrikt van hoe slecht de situatie is’

22 juli 2026

Tien dagen lang hielp het gezin Holl-Van der Lans met koken voor vluchtelingen in een opvangkamp.
Foto: eigen foto

Terwijl in Nederland de anti-azc-protesten aanzwellen en het asieldebat verhardt, klinkt uit Deventer een ander geluid. Vorig jaar reisde het gezin Holl-Van der Lans tien dagen naar Cyprus om zich in te zetten voor vluchtelingen. Wat de gezinsleden daar zagen, laat hen niet meer los.

Overdag werkten de gezinsleden in een vluchtelingenkamp. ‘s Avonds sliepen ze in een luxe hotel met zwembad in Nicosia. Die tegenstelling voelde ongemakkelijk. “In het begin was dat echt een lastig ding”, vertelt Laetitia. “Je zit in die luxe en zij hebben dat niet. Maar na een paar dagen viel dat weg, omdat we doorhadden dat we het nodig hadden om het vol te houden.” Het was er vaak tegen de 40 graden.

Lesbos

Voor Marcel – theoloog en oud-televisiemaker bij de KRO – was het niet de eerste keer. Na de coronatijd reisde hij met hulporganisatie Because We Carry naar Lesbos. “Dat maakte veel indruk”, zegt hij. “Ik heb altijd gedacht: als ik nog eens zo’n reis kan maken, wil ik dat graag doen.”

Toen hij op een verjaardag iemand van de katholieke gemeenschap Sant’Egidio ontmoette, die jaarlijks naar de randen van Europa reist, kwam het idee weer terug. Wat begon als zijn eigen plan, groeide uit tot een gezinsproject: dochter Iris wilde al langer mee, en uiteindelijk sloten ook Laetitia en zoon Hannes zich aan.

Gevangenis

Pas na twee dagen kwam de groep echt het kamp binnen. “Je rijdt de luxe van de stad uit, steeds verder een zanderig, rotsachtig industriegebied in”, vertelt Hannes. “En dan ligt daar ineens zo’n kamp. Het lijkt wel een gevangenis, met prikkeldraad eromheen. Je schrikt van hoe slecht de situatie is.” Marcel ziet er een keuze in: “Zo’n kamp zo ver van de bewoonde wereld zetten is politiek. ‘Laten we die ellende vooral wegstoppen, dan hebben we er geen last van.’ Dat is heel pijnlijk.”

Toch draaide de week niet om beleid, maar om ontmoeting. In het kamp bij Larnaca richtte Sant’Egidio een restauranttent in. “Normaal krijgen mensen een bakje eten dat ze op hun bed opeten, want tafels en stoelen zijn er niet”, legt Laetitia uit. “Wij ontvingen ze als gasten. Sommigen dienden op, anderen gingen echt bij de mensen aan tafel zitten. Zo word je weer als mens gezien.” Na een paar dagen werden gezichten vertrouwd.

Hannes, Iris, Marcel en Laetitia gingen vorig jaar als gezin naar Cyprus om er vrijwilligerswerk met vluchtelingen te doen.
Foto’s: Eigen foto’s.

Kaartspel

Hannes bouwde een vriendschap op met Mohammed, een Afghaanse leeftijdsgenoot. “Vanaf het eerste moment klikte het. Uiteindelijk zaten we elke avond samen aan tafel.” Hij gaf hem een kaartspel cadeau. “Ze hebben daar de hele dag niets te doen.” Mohammeds gezin was welvarend en woonde jaren in Turkije, tot ze werden uitgezet en in het kamp belandden.

“Dat liet zien hoe snel een leven volledig kan omslaan.” Marcel houdt nog altijd via WhatsApp contact met een verlegen jongen van 22 uit Congo. Zijn asielverzoek werd afgewezen. “Hij is het kamp uit, maar mag niet door naar Europa. Dan ben je eigenlijk niks, een speelbal van alles en iedereen.”

Onmacht

Iris, die in Nederland in het taalonderwijs heeft gewerkt, worstelde met haar onmacht. “Ik voelde me vaak machteloos. Je kunt hun situatie niet oplossen. Het enige wat je kunt doen is vreugde brengen en focussen op wat ze wel kunnen.” Ook worstelde ze met de oneerlijkheid: “Hoe oneerlijk is het dat wij weer weg kunnen en zij niet?”

‘Wij konden terug naar ons fijne leven en zij bleven achter’

Toch waren er lichtpunten. ’s Avonds ging de muziek aan en liet elk volk zijn eigen liederen horen. “Dan dansten mensen uit Soedan met mensen uit Afghanistan en Syriërs met weer een ander land”, lacht Hannes. “Wij waren uitgeput door de hitte, maar dan werd iedereen blij.” Wat Laetitia het meest raakte, waren de moeders in het kamp.

Vijand

“De grootste vijand van veel van deze vrouwen zijn mannen, vaak niet eens door oorlog, maar door geweld van mannen tegen vrouwen. En dan zag je daar sterke, intelligente, hoogopgeleide vrouwen, in hun eentje gevlucht, met al hun talenten.” Op de laatste dag werd de restauranttent een kerk: losse stoelen, een tafel als altaar, een icoon, de wind die tegen het zeil sloeg.

“Dan denk je: dit is de pure definitie van ‘kerk’.” Voor Marcel is dat geen toeval. “Of je nu het Oude of het Nieuwe Testament leest, overal gaat het erover dat je gastvrij moet zijn voor de vreemdeling. Niet omdat het er staat, maar omdat het iets goeds is.”

advertentie

Ontmoeting

Thuis was het wennen. “Ik voelde me bijna schuldig”, zegt Iris. “Wij konden terug naar ons fijne leven en zij bleven achter.” Toch bevestigde de reis haar richting: ze begint binnenkort waarschijnlijk een opleiding tot taaldocent voor nieuwkomers. Ook Marcel is meer vrijwilligerswerk gaan doen voor vluchtelingen. “Je kunt tien dagen ergens naartoe, maar dezelfde mensen kun je ook dichtbij helpen.”

En dat is precies waarom het gezin dit verhaal nu wil vertellen. “We leven in een tijd van mensen die hard staan te schreeuwen tegen azc’s”, zegt Marcel. “Ik heb de indruk dat zij zelf geen vluchteling kennen. Ik gun ze zo’n ontmoeting; hun denken zou radicaal veranderen. Je hoeft er niet eens voor op reis. Ga naar een azc.”

Zoon Sjef, die niet meeging naar Cyprus, doet dat inmiddels: hij is vrijwilliger in een azc. “We zijn allemaal geïnfecteerd”, lacht Laetitia. “Mensen slaan niet voor niets op de vlucht. Je ontmoet veel ellende, maar vooral mensen die veerkrachtig en hoopvol zijn. In al hun ellende pakken ze het leven hoopvol op. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen.”