Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Kerk in Nederland

Uitdagingen, maar ook volop lichtpuntjes voor jubilerend bisdom Groningen-Leeuwarden

18 maart 2026

Op 2 februari werd de zeventigste verjaardag van het bisdom Groningen-Leeuwarden gevierd met een Mis in de Sint-Jozefkathedraal in Groningen.
Foto: bisdom Groningen-Leeuwarden

Het is het kleinste qua leden, maar bijna het grootste in oppervlakte: 70 jaar geleden werd het bisdom Groningen-Leeuwarden opgericht. Drie katholieken vertellen over hun band met dit verrassend veelzijdige bisdom.

Het was op 2 februari 1956 – Maria Lichtmis – dat Groningen, Friesland, Drenthe en de Noordoostpolder weer een eigen bisdom kregen. Een relatief korte geschiedenis, zo erkende bisschop Ronald Cornelissen op 2 februari van dit jaar, precies zeventig jaar later. Toch waren er volgens hem genoeg redenen om dit lustrum te vieren met een pontificale Mis in de Groningse St. Jozefkathedraal, zoals “de inzet en trouw van zovelen”.

Bewust katholiek

Inzet en trouw zijn inderdaad kenmerkend voor dit bisdom, meent diaken Sander Hof (44) van de Liudgerparochie in Noord-Groningen.

“We zijn een klein bisdom wat betreft aantal leden, maar die wonen verspreid over een heel groot gebied. Dat stempelt onze manier van katholiek zijn. Het is best een uitdaging om een eenheid te vormen. Maar omdat wij katholiek zijn in een protestantse omgeving, zijn we wel bewust katholiek. Dus het is eerder een zegen dan een vloek, zou ik zeggen.”

Diaken Sander Hof: “Misschien moeten we niet meer alles bij de pastoor neerleggen.”
Foto: Liudgerparochie

De oprichting van het zevende bisdom van Nederland zeventig jaar geleden was eigenlijk een heroprichting. Al in 1559 werden de bisdommen Groningen en Leeuwarden in het leven geroepen om de positie van de katholieke Kerk tegenover de opkomende Reformatie te versterken. Hun zeventigste verjaardag haalden zij niet: in 1580 ging Friesland over tot het protestantisme, in 1594 volgden Groningen en Drenthe.

De geschiedenis recht doen

Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 werden Friesland, Groningen en Drenthe aan het aartsbisdom Utrecht toebedeeld, tot paus Pius XII in 1956 besloot dat Noord-Nederland een eigen bisdom verdiende. Dat werd het bisdom Groningen, waaronder ook de nieuwe Noordoostpolder viel. Om de geschiedenis recht te doen, kreeg dit bisdom in 2005 een dubbele naam: Groningen-Leeuwarden.

Parochiebestuurder Wil van Hooijdonk (71) uit Emmeloord was een jaar oud toen het noordelijke bisdom werd geboren. Zijn ouders waren uit Brabant vertrokken om in de polder een bestaan op te bouwen en doopten hun kind in de noodkerk van Bant. De uiteindelijke kerk, die destijds nog in aanbouw was, is inmiddels verkocht, net als bijna alle andere katholieke kerken in de Noordoostpolder. In februari werden de laatste vieringen gehouden in Marknesse en Ens; alleen de Heilige Michaëlkerk in Emmeloord blijft open.

Emotioneel

“In 2015 zijn alle parochies al opgegaan in de Emmaüsparochie”, vertelt Van Hooijdonk, die sinds 2013 in het bestuur zit en verantwoordelijk is voor het gebouwenbeheer.

“Er waren nog enkele locatieraden, maar die houden ook op te bestaan. Het omzien naar elkaar, dat de Kerk eigen is, proberen we wel lokaal te houden. Voor veel parochianen is de kerksluiting best emotioneel, zeker voor de generatie die alles heeft helpen opbouwen.”

Parochiebestuurslid Wil van Hooijdonk: “Het omzien naar elkaar, dat de Kerk eigen is, proberen we lokaal te houden.”
Foto: Pauline van Kempen

Die opbouw begon in de jaren na de oorlog volgens een strak plan: in elk dorp in de Noordoostpolder moest een hervormde, een gereformeerde en een katholieke kerk komen. Met de Emmeloordse Michaëlkerk erbij werden dat elf katholieke kerken.

“En die zaten vol”, herinnert Van Hooijdonk zich. “Maar in de jaren zeventig begon de teruggang. Eind jaren negentig werden de eerste kerken gesloten. Dat was dus na één of twee generaties.”

Ingewikkeld proces

Die ontwikkeling zette zich door, totdat dit jaar ook de laatste dorpskerken hun deuren sloten. Daarbij is het parochiebestuur niet over één nacht ijs gegaan, verzekert de gebouwenman.

“Het sluiten van kerken is een ingewikkeld proces. Wij vonden dat je dat niet van bovenaf moest opleggen. We hebben het protocol van het bisdom gevolgd, maar we hebben ook enquêtes gehouden in de verschillende geloofsgemeenschappen: zien zij zelf mogelijkheden om verder te gaan, of is het een doodlopende weg?”

Paus Pius XII besloot in 1956 dat Noord-Nederland een eigen bisdom verdiende

Zo snel als in de Noordoostpolder is het in de meeste andere noordelijke parochies niet gegaan. Maar ook daar is door het teruglopende ledenaantal en de dalende inkomsten het onderhoud van alle godshuizen niet meer op te brengen.

In Noord-Groningen bijvoorbeeld gaat de kerk van Wehe-den Hoorn medio volgend jaar dicht. In Leeuwarden is de sluiting van de monumentale Bonifatiuskerk na protest van parochianen vooralsnog vier jaar uitgesteld, maar de toekomst blijft ongewis.

Meer en meer jongeren

Toch is het niet alleen maar kommer en kwel in het bisdom. De afgelopen decennia gingen er weliswaar steeds meer lichtjes uit, maar er zijn ook nieuwe lichtpuntjes, zei de eind vorig jaar aangetreden bisschop Cornelissen in zijn jubileumpreek.

“De tijden lijken te veranderen. Er zijn meer en meer jongeren die Christus leren kennen, die bij Hem hun licht opsteken. Dat is het mooiste geschenk op deze zeventigste verjaardag.”

Student Marlies Hoeksma: “Het bisdom geeft mij altijd wel een duwtje in de rug: hier doe ik het voor.”
Foto: Pauline van Kempen

Marlies Hoeksma (18) uit Leeuwarden is een van die jongeren voor wie de Kerk geen taboe is. Op 2 februari sprong ze met een vriendin in de trein om de viering in Groningen bij te wonen. “Op het laatste moment bleek dat ze nog iemand nodig hadden, dus ik mocht ook de Mis dienen. Dat was heel speciaal”, vertelt ze in de pastorie van de Leeuwarder Dominicuskerk.

Geen garantie

De mbo-student heeft het geloof zelf van huis uit meegekregen, met betrokken ouders en een oudere zus die misdienaar was, maar weet dat dat geen garantie is. “Bij de eerste Communie waren we met twintig, bij het vormsel nog maar met vier. Als de ouders niet gaan, komen de kinderen ook niet meer.”

advertentie

Maar het omgekeerde komt ook voor, zo heeft ze onlangs nog meegemaakt. “Op Eerste Kerstdag kwam er een meisje van veertien de kerk inlopen. Zij kende het geloof niet en was zelf op zoek gegaan. Nu komt ze vaker en wil ze er meer over leren.”

Duwtje in de rug

Voor Marlies was het vormsel een startpunt om steeds actiever te worden: in het koor, bij het kinderwerk, mee op reis naar Rome en Lourdes. En een keer per maand naar Heerenveen voor een jongerenactiviteit van het bisdom, waarbij de bisschop ook aanschuift.

“Ron van den Hout, de vorige bisschop, kende al onze namen”, vertelt ze. “Het bisdom geeft mij altijd wel een duwtje in de rug: hier doe ik het voor. En wij trekken anderen weer mee. Er zijn ook jongeren die in hun eentje komen.”

‘Zolang wij bij elkaar zijn, verbonden met elkaar en met God, is het goed’

Dat herkent diaken Sander Hof uit zijn parochie, waar de afstand tussen de vijf locaties gemiddeld achttien kilometer bedraagt. “Er zijn nu een aantal volwassenen die willen toetreden, daar willen we een groep van maken. Maar dat is best moeilijk als de een uit Termunten komt en de ander uit Houwerzijl.”

Creativiteit

In toenemende mate zal het aankomen op creativiteit, meent Hof. Niet alleen bij de parochianen, die bereid moeten zijn om vaker en verder te reizen, maar ook bij het bisdom, dat de komende jaren naar alle waarschijnlijkheid minder beroepskrachten zal tellen.

“Hebben we de boel zo georganiseerd dat we aandacht en ruimte kunnen geven aan datgene waartoe we geroepen zijn?”

Als voorbeeld noemt hij de nieuwe toetredingen. “Dit is het waaien van de Geest. Hoe gaan wij daarop reageren? Misschien moeten we niet meer alles bij de pastoor neerleggen. En anders naar catechese en toerusting gaan kijken. Maar vooral ook werken aan openheid naar elkaar, ook als je al veertig jaar hetzelfde doet.”

Verbonden

Die woorden zijn Marlies uit het hart gegrepen. “Sommige parochianen zeggen dat de Bonifatiuskerk open moet blijven, omdat daar veel jongeren komen. Maar voor ons maakt het gebouw echt niet uit. Zolang wij bij elkaar zijn, verbonden met elkaar en met God, is het goed. Ik hoop dat meer ouderen ook zo gaan denken.”