Eindredacteur

De oudtante van de Roermondse emeritus-bisschop Frans Wiertz was missiezuster in Amerika en correspondeerde jarenlang per brief met haar familie thuis. Haar vergeten brieven zijn teruggevonden en verwerkt tot een boek dat een kijkje biedt in een bijzondere familie en een bijzondere tijd.
In 2017 nam Frans Wiertz afscheid als bisschop van Roermond. Eenmaal met emeritaat besloot hij zijn huis eens flink op te ruimen. Daarbij stuitte hij op een doos met een merkwaardige inhoud: tientallen brieven, afkomstig van zijn oudtante, die als zuster naar de Verenigde Staten was vertrokken.
Zuster Mechtildis, zoals ze heette, had jarenlang per brief de band met haar Duits-Limburgse familie onderhouden. Die brieven waren na de oorlog in de vergetelheid geraakt.
Mgr. Wiertz besefte dat hij iets bijzonders in handen had en schakelde zijn neef Harm in, die altijd al de nodige belangstelling had gehad voor de geschiedenis van hun familie. Dat leidde tot een projectgroep van familieleden en uiteindelijk ook tot het boek De brieven van Mechtildis, dat eind april in Roermond werd gepresenteerd.
Auteur Saskia Lensink werd ingeschakeld om op basis van de brieven en het werk van de projectgroep een kroniek van zuster Mechtildis’ leven en dat van haar familie in Kerkrade te schrijven. Dat was “een eervolle en plezierige taak”, vertelt ze.
Daarbij benadrukt ze dat de rol van de projectgroep niet onderschat mag worden: “Zij hebben veel onderzoek voor me gedaan, veel uitgezocht, meegelezen en feedback gegeven.”
Zuster Mechtildis (1892-1970) werd als Agnes Nievelstein geboren in het Duitse Kohlscheid, net over de grens bij Kerkrade. Haar zus Annchen trouwde met Frans Wiertz (de opa van de bisschop met dezelfde naam) en kreeg tien kinderen met hem.
In 1917 trad Agnes in bij de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis van de Moeder Gods en nam ze de kloosternaam Mechtildis aan. Ze werd naar Brazilië gestuurd, maar een jaar of twee daarna overgeplaatst naar de Verenigde Staten.
Daar diende ze met haar medezusters in het seminarie St. Bonaventura in de staat New York; de vrouwelijke religieuzen werden voornamelijk ingezet om te koken voor de priesterstudenten. “Daar heeft ze de rest van haar leven gezeten, ver weg van haar familie”, vertelt Lensink. “En al die jaren schreef ze haar zus in Kerkrade en andere familieleden.”
Als voorbereiding op het schrijven van het boek las Lensink niet alleen de ruim vijftig brieven uit mgr. Wiertz’ doos, maar deed ze ook uitgebreid research. Zo deed ze onderzoek naar de congregatie waar Mechtildis was ingetreden, naar de mijnbouw en naar het katholieke Limburgse leven van voor de Tweede Wereldoorlog.
Annchen en Frans, en ook een van hun tien kinderen, overleden in 1944 enkele maanden na elkaar. “Mechtildis hoorde pas van dit drama toen de oorlog al bijna voorbij was. Ze zat tenslotte in Amerika en in die oorlogsjaren was contact met het thuisfront vrijwel onmogelijk, wat natuurlijk heel zwaar voor haar was.”
Een uitdaging bij het schrijven was dat niet alle informatie gelijktijdig beschikbaar kwam. Zo werd pas later in het proces extra familiecorrespondentie gevonden, weliswaar niet afkomstig van zuster Mechtildis, maar wel “een berg aan nieuwe informatie” opleverend.
“Tussen de regels door voel je in haar brieven een zekere eenzaamheid; ze miste haar familie ook gewoon.”
En toen het boek al klaar was, bleek dat het klooster waar zuster Mechtildis woonde een in memoriam over haar geschreven had. “Die informatie had ik graag eerder gehad. Maar desondanks zijn we er goed uitgekomen”, vertelt Lensink.
Dat leidde uiteindelijk tot het portret in De brieven van Mechtildis. Wat voor een vrouw was zij? Dat vindt Lensink enigszins lastig om te zeggen.
“Ze was geboren in de late negentiende eeuw en begin twintigste eeuw volwassen geworden. Daar kijken we nu met onze eenentwintigste-eeuwse blik naar; dan moet je oppassen dat je sommige dingen niet te snel wilt duiden. Je moet dingen altijd in de context van hun eigen tijd bezien.”
In ieder geval was ze “devoot en diep religieus”, wat voor een kloosterling natuurlijk niet heel vreemd is. “Ze zag het bijna als haar taak of missie om zo veel mogelijk van haar familieleden voor de Kerk te winnen. Ze hoopte heel erg dat haar nichtjes ook het klooster in zouden gaan; als die dan toch trouwden, dan voel je wel dat daar toch een kleine teleurstelling onder zat.”
Uiteindelijk zijn twee zoons van Annchen en Frans, en nog een aantal andere familieleden, priester geworden. “Dat vond ze fantastisch”, weet Lensink. Zuster Mechtildis kreeg zelfs een bisschop in de familie – al maakte ze dat niet meer mee, aangezien mgr. Wiertz ruim twintig jaar na haar dood tot bisschop werd gewijd.
Toen zuster Mechtildis begin twintigste eeuw, lang voordat de mens eenvoudigweg de hele aardbol kon overvliegen, naar Brazilië trok, was dat nog met het idee dat ze nooit meer terug zou komen. “In die tijd was het: je ging voor de missie naar de andere kant van de wereld en je zou je familie nooit meer zien. Tussen de regels door voel je in haar brieven een zekere eenzaamheid; ze miste haar familie ook gewoon.”
Deze pagina is niet gevonden
Na de oorlog heeft ze toch een paar keer vanuit de VS haar familie in Nederland kunnen bezoeken. In 1960 kwam ze per boot en in 1969, een jaar voor haar overlijden, nog eens met het vliegtuig. Maar haar voor de oorlog al gestorven ouders en haar zus Annchen en haar schoonbroer heeft ze nooit meer gezien.
Er zijn geen artikelen gevonden