
De naam van de Tsjechische kardinaal Štěpán Trochta (1905-1974), bisschop van Litoměřice en slachtoffer van zowel het naziregime als het communisme, krijgt mogelijk eerherstel. Een rechtbank buigt zich over de vraag of zijn internering door het communistische regime tussen 1950 en 1953 onrechtmatig was.
De districtsrechtbank van Litoměřice behandelt een verzoek om gerechtelijk vast te stellen dat Trochta destijds onterecht van zijn vrijheid werd beroofd. Na onderzoek in de archieven oordeelde het Openbaar Ministerie dat het verzoek gegrond was en legde het de zaak voor aan de rechtbank. Een datum voor de behandeling is nog niet vastgesteld.
Dit artikel is niet gevonden
“Ik ben ervan overtuigd dat de naam van Štěpán Trochta, mijn voorganger in Litoměřice, door de rechtbanken zal worden gezuiverd”, zei aartsbisschop Stanislav Přibyl van Praag in een interview met EWTN News.
Een eerdere veroordeling van Trochta in een politiek proces wegens “verraad en samenzwering” werd al in 1968 vernietigd. De Tsjechische rechtbanken spraken zich echter nog niet uit over zijn eerdere internering. Het initiatief voor dit eerherstel kwam van Jan Kratochvil, directeur van het Museum van Tsjechische, Slowaakse en Roetheense ballingschap van de 20ste eeuw, en advocaat Lubomír Müller.
Trochta trad als jonge priester toe tot de Salesianen en studeerde in Turijn, waar hij promoveerde in de theologie. Na zijn terugkeer naar Tsjecho-Slowakije zette hij zich in voor jongeren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij door de nazi’s gearresteerd vanwege zijn contacten met het verzet. Hij werd naar verschillende concentratiekampen gedeporteerd.
Kort voor de communistische machtsovername in 1948 werd Trochta benoemd tot bisschop van Litoměřice. Hij werd woordvoerder van het Tsjecho-Slowaakse episcopaat in de moeizame gesprekken met de nieuwe machthebbers. Uiteindelijk plaatste het regime hem onder huisarrest en werd hij later gevangengezet.
Dit artikel is niet gevonden
Na zijn vrijlating mocht Trochta zijn bisschopsambt niet hervatten. Hij moest als arbeider de kost verdienen. Pas in 1969 keerde hij terug naar zijn bisdom. In datzelfde jaar benoemde paus Paulus VI hem tot kardinaal in pectore (in het geheim).
Toen Trochta vijf jaar later overleed, werd zijn begrafenis bijgewoond door veel gelovigen en verschillende kardinalen uit Midden-Europa. Ook de toenmalige aartsbisschop van Krakau, Karol Wojtyła – de latere paus Johannes Paulus II – was aanwezig.
Aartsbisschop Wojtyła wilde volgens berichten mede voorgaan in de uitvaartmis, maar kreeg daarvoor geen toestemming van de communistische autoriteiten. Wel sprak hij bij de kist enkele woorden waarin hij Trochta een martelaar noemde.
De mogelijke erkenning van het onrecht dat Trochta is aangedaan, past in een reeks vergelijkbare zaken in Tsjechië. Eerder kregen ook kardinaal Josef Beran, voormalig aartsbisschop van Praag, en aartsbisschop Josef Karel Matocha van Olomouc eerherstel voor hun behandeling onder het communistische regime. In 2024 kreeg bovendien pater Josef Toufar eerherstel; hij werd tijdens zijn gevangenschap gemarteld en overleed daaraan.
Er zijn geen artikelen gevonden