<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Nieuws

Oud-gevangenisdirecteur spreekt parlement aan op Baybasin

KN Redactie 18 februari 2016
image
Hüseyin Baybasin

Bart Molenkamp, oud gevangenisdirecteur, heeft een brief geschreven aan de voorzitsters van de Eerste en Tweede Kamer, mevrouw Broekers-Knol en Arib.

Hij attendeert hen op een “kwestie die een smet kan werpen op het aanzien van het Parlement, en wellicht zelfs op Nederland als rechtsstaat.” Molenkamp: “Het aanzien van het Parlement en het gezag van de rechtsstaat dient prioriteit te hebben boven elk ander politiek belang.”

Verantwoordelijkheid

Niettemin lijkt de inmiddels evidente rechtsstatelijke dwaling van Baybasins veroordeling en levenslange opsluiting “te ontsnappen aan de aandacht van het Parlement, terwijl daar wel mede de verantwoordelijkheid ligt voor de gang van zaken in deze kwestie.”

Vervalst bewijs

Molenkamp wijst erop dat inmiddels door de publicaties van wetenschapsfilosoof Ton Derksen buiten iedere redelijke twijfel is aangetoond dat Baybasin op vervalst bewijs is veroordeeld. Molenkamp verwijst naar Verknipt Bewijs (2014) en De Baybasin Taps, een politiek gevangene in Nederland (2016). Ook noemt hij het nog te verschijnen boek van filosoof Rein Gerritsen.

Molenkamp stipt de belangrijkste punten aan:

“1. Naar inmiddels vaststaat – zie de genoemde publicaties – is Baybasin veroordeeld op basis van list en bedrog. (Baybasin zit dus al meer dan 18 jaar onschuldig in detentie.) Wanneer u twijfelt over de juistheid van mijn vaststelling, kunt u zelf kennis nemen van de genoemde lectuur.

2. De veroordeling van Baybasin is geschied op basis van knip- en plakwerk van taps en van vertalingsbedrog, in een samenwerking tussen de Turkse en Nederlandse politie en met medeweten en wellicht ook actieve medewerking van het OM, waarbij de rechters om de tuin zijn geleid.

3. In deze casus functioneert het Openbaar Ministerie uiterst traag. De herzieningszaak loopt al bijna vijf jaar, terwijl van meet af aan duidelijk was dat er sprake was van bedrog. (In feite was al in 2002 door deskundigen aangegeven dat sprake was van tapfraude. Daar is toen niets mee gedaan.) De advocaat-generaal bij de Hoge Raad beschikt inmiddels over een overvloed aan gegevens waaruit blijkt dat de heer Baybasin de feiten waarop hij veroordeeld is, niet gepleegd heeft en dat de heer Baybasin is veroordeeld is op basis van fraude en bedrog. Het heeft er meer dan de schijn van dat sprake is van opzettelijke vertraging.

4. Het Openbaar Ministerie maakt, ook in het licht van de machtenscheiding, geen deel uit van de rechterlijke macht, valt in die zin onder het bestuur, en is dus onderhevig aan parlementaire controle. Het Parlement onderneemt tot nu toe echter niets van betekenis in deze kwestie.

5. Uit de publicaties blijkt ook dat ruim zes jaar geleden het CEAS c.q. het TCEAS ((Toelating) Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken, red.) zich met de zaak Baybasin hebben beziggehouden. Als toen niet sprake was geweest van een grote mate van amateurisme en onbenulligheid – cf. De Baybasin Taps – was de heer Baybasin nu allang in vrijheid.”

Onder de radar

Molenkamp verzoekt de voorzitsters Broekers-Knol en Arib om de kwestie onder de aandacht te brengen van het parlement. “In ieder geval kan u dan niet het verwijt treffen dat deze kwestie bij hen onder de radar is gebleven.” Rein Gerritsen heeft met een eigen brief zich bij die van Molenkamp aangesloten. Hij wijst bovendien met nadruk op de buitenlandse beïnvloeding van de zaak.