
Mehmet Ali Ağca, de man die in 1981 paus Johannes Paulus II neerschoot, is door de Turkse politie weggestuurd uit İznik. Ağca hoopte naar eigen zeggen daar paus Leo XIV te ontmoeten.
Mehmet Ali Ağca was gisteren naar İznik gegaan in de hoop daar paus Leo XIV te ontmoeten, aangezien de paus deze stad vandaag bezoekt. Ağca hoopte volgens Turkse media “twee of drie minuutjes” met de paus te kunnen spreken.
Het lijkt er alleen op dat de Turkse autoriteiten niet van plan zijn om Ağca in de buurt van paus Leo te laten komen. Donderdag moest hij de stad onder begeleiding van de politie verlaten.
Mehmet Ali Ağca werd wereldnieuws toen hij op 13 mei 1981 een aanslag op paus Johannes Paulus II pleegde op het Sint-Pietersplein. De toen 23-jarige Ağca beschoot de paus met een pistool, die daarbij gewond raakte in zijn buik en aan zijn hand. Ook twee omstanders werden geraakt.
Ağca werd overmeesterd, gearresteerd en uiteindelijk veroordeeld tot een levenslange celstraf. Paus Johannes Paulus II zou hem later publiekelijk vergeven voor zijn daad. Ağca heeft zelf ook gezegd berouw te hebben van de aanslag.
In 1983 ontmoetten de mannen elkaar in de gevangenis. In 2000 werd Ağca op verzoek van de paus gepardonneerd en terug naar zijn thuisland gestuurd, waar hij nog tien jaar in de gevangenis zat vanwege de moord op een Turkse journalist die hij in 1979 had gepleegd.
Waarom hij de paus wilde doodschieten, heeft Ağca nooit duidelijk gemaakt. Hij heeft in de loop der jaren verschillende wilde verhalen daarover opgehangen: zo heeft hij beweerd dat de geheime dienst van de Sovjet-Unie, het Iraanse regime en zelfs het Vaticaan hem opdracht hadden gegeven om de paus te vermoorden.
Paus Leo XIV brengt vandaag een bezoek aan İznik in het kader van de 1700ste verjaardag van het Concilie van Nicea. In 325 werd deze kerkvergadering gehouden in de stad, die in de oudheid Nicea heette en later is omgedoopt tot İznik.
Er zijn geen artikelen gevonden