fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Pausreis

Paus in Kazachstan: ‘Dit deed God tegen het kwaad in de wereld: Hij gaf ons Jezus’

KN Redactie 14 september 2022
image
Tijdens de Mis in Astana, Kazachstan, zegent paus Franciscus een jongetje. Foto; CNS - Vatican Media

Tijdens zijn bezoek aan Kazachstan sprak paus Franciscus op 14 september in zijn preek over vertrouwen houden op God om het kwaad te weerstaan.

Het kruis is een galg van de dood, maar op deze feestdag vieren wij de verheffing van het kruis van Christus. Want op dat hout nam Jezus onze zonde en het kwaad van de wereld op zich, en versloeg ze met zijn liefde. Daarom vieren we vandaag feest. Het Woord van God dat wij gehoord hebben, vertelt ons dat. Daarin (Num. 21,4 -9, red.) staan de slangen die bijten en de slang die redt tegenover elkaar. Laten we even stilstaan bij deze twee beelden.

Ten eerste, de slangen die bijten. Ze vallen het volk aan, dat voor de zoveelste keer in de zonde van het gemor is gevallen. Morren tegen God betekent niet alleen kwaad spreken en klagen over Hem; het betekent op een dieper niveau dat in het hart van de Israëlieten het vertrouwen in Hem, in Zijn belofte, is verloren.

Ontmoediging

Het volk van God wandelt namelijk in de woestijn naar het beloofde land en wordt overmand door vermoeidheid, het kan de tocht niet meer aan (vgl. Nm 21, 4). Ze raken ontmoedigd, ze verliezen de hoop, en op een gegeven moment is het alsof ze de belofte van de Heer vergeten: die mensen hebben niet langer de kracht om te geloven dat Hij het is die hun reis naar een rijk en vruchtbaar land leidt.

Het is geen toeval dat als hun vertrouwen in God opraakt, het volk wordt gebeten door slangen die doden. Zij doen denken aan de eerste slang die in de Bijbel wordt genoemd in het boek Genesis, de verleider die het hart van de mens vergiftigt om hem aan God te doen twijfelen. In feite bedriegt de duivel, juist in de vorm van een slang, Adam en Eva, misleidt hen door hen ervan te overtuigen dat God niet goed is, maar dat hij jaloers is op hun vrijheid en geluk.

image
Foto: CNS - Vatican Media

Wantrouwen

En nu, in de woestijn, keren de slangen terug, de “giftige slangen” (vers 6); dat wil zeggen, de erfzonde keert terug: de Israëlieten twijfelen aan God, ze vertrouwen Hem niet, ze morren, ze rebelleren tegen Hem die hun het leven gaf en gaan zo hun dood tegemoet. Dit is waar het wantrouwen van het hart toe leidt!

Beste broeders en zusters, dit eerste deel van het verhaal vraagt ons nader te kijken naar de momenten in onze persoonlijke en gemeenschappelijke geschiedenis waarop we het vertrouwen hebben verloren, in de Heer en in elkaar. Hoe vaak zijn we, ontmoedigd en ongeduldig, verdord in onze woestijn, het doel van de reis uit het oog verliezend!

Beproeving

Zelfs in dit grote land is er de woestijn die, hoewel het een prachtig landschap is, ons vertelt over die vermoeidheid, die dorheid die we soms in ons hart meedragen. Het zijn de momenten van vermoeidheid en beproeving, waarin we niet langer de kracht hebben om naar boven te kijken, naar God.

Het zijn ook de situaties van het persoonlijke, kerkelijke en sociale leven waarin we gebeten worden door de slang van het wantrouwen, die ons het vergif van ontgoocheling en ontmoediging, van pessimisme en berusting inspuit, ons opsluit in ons ego en ons enthousiasme dooft.

“Vrede moet elke dag opnieuw worden veroverd”

Maar in de geschiedenis van dit land zijn er andere pijnlijke beten geweest: ik denk aan de giftige slangen van geweld, aan de vervolging van atheïsten, aan de soms moeizame weg waarin de vrijheid van het volk is bedreigd en zijn waardigheid is aangetast.

Opkijken naar Hem

Het is goed om de herinnering aan wat we hebben geleden te koesteren: we mogen bepaalde dingen niet uit onze herinnering wegsnijden, anders zouden we kunnen geloven dat ze een gepasseerd station zijn en dat de weg van het goede voor altijd is uitgestippeld. Nee, vrede wordt nooit eens en voor altijd verdiend, maar moet elke dag worden veroverd, net als het samenleven van verschillende etnische groepen en religieuze tradities, integrale ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid.

En wil Kazachstan nog meer groeien “in broederschap, dialoog en begrip [...] om bruggen van solidariteit en samenwerking met andere volkeren, naties en culturen te bouwen” (Johannes Paulus II, toespraak tijdens de welkomstceremonie, 22 september 2001), dan is ieders inzet nodig. Daarvoor is een hernieuwde daad van geloof in de Heer nodig: opkijken, naar Hem kijken, leren van Zijn universele en gekruisigde liefde.

https://www.kn.nl/abonnementen/

Gods optreden tegen het kwaad

Zo komen we uit bij het tweede beeld: de slang die redt. Terwijl het volk omkwam door toedoen van de giftige slangen, hoorde God Mozes’ smeekbede en zei tegen hem: “Maak zo'n giftige slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en er naar opziet, zal in leven blijven” (Num. 21,8). En inderdaad: “Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven” (vers 9).

We kunnen ons echter afvragen: waarom heeft God, in plaats van Mozes deze moeizame instructies te geven, de giftige slangen niet gewoon vernietigd? Deze manier van doen openbaart ons zijn optreden tegenover het kwaad, de zonde en het wantrouwen van de mensheid.

Reddende slang

Zowel toen als nu, in de grote geestelijke strijd die in de geschiedenis tot het einde toe woedt, vernietigt God niet de slechtheid die de mens uit vrije wil nastreeft: de giftige slangen verdwijnen niet, ze zijn er nog steeds, ze liggen op de loer, ze kunnen altijd bijten. Wat is er dan veranderd? Wat doet God?

Jezus legt het in het Evangelie uit: “Deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben” (Joh. 3,14-15). Dit is het keerpunt: de slang die redt is onder ons gekomen: Jezus die, genageld aan het kruis, niet toestaat dat de giftige slangen die ons belagen ons naar de dood leiden.

“Aan het kruis nam Jezus het gif van de zonde en de dood op zich”

Tegenover onze laagheid stelt God een nieuwe hoogte: als we onze blik op Jezus gericht houden, kunnen de beten van het kwaad ons niet langer beheersen, omdat Hij aan het kruis het gif van zonde en dood op zich nam en de vernietigende kracht ervan versloeg.

De goddelijke barmhartigheid

Dit is wat de Vader deed tegen de verspreiding van het kwaad in de wereld: Hij gaf ons Jezus, die zichzelf dicht bij ons bracht op een manier die we ons nooit hadden kunnen voorstellen: “Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt” (2 Kor. 5,21).

Dit is de oneindige grootheid van de goddelijke barmhartigheid: Jezus die “zichzelf tot zonde maakte” in onze naam, Jezus die zich, zouden we kunnen zeggen, ‘tot slang maakte’, zodat wij, naar Hem kijkend, de giftige beten van de kwade slangen die ons belagen kunnen weerstaan.

De weg van onze verlossing

Broeders en zusters, dit is de weg, de weg van onze verlossing, van onze wedergeboorte en opstanding: kijken naar de gekruisigde Jezus. Vanaf die hoogte kunnen we ons leven en de geschiedenis van onze volkeren op een nieuwe manier bekijken.

https://www.kn.nl/abonnementen/

Want van het kruis van Christus leren we liefde, geen haat; we leren mededogen, geen onverschilligheid; we leren vergeving, geen wraak. Jezus' uitgestrekte armen zijn de omhelzing van tederheid waarmee God ons wil verwelkomen. En die tonen ons de broederschap waartoe wij geroepen zijn onder elkaar en met iedereen.

De christelijke weg

Die armen wijzen ons de weg, de christelijke weg: niet de weg van oplegging en dwang, van macht en relevantie, nooit de weg die het kruis van Christus hanteert tegen andere broeders en zusters voor wie Hij zijn leven gaf! De weg van Jezus is een andere, de weg van het heil: het is de weg van de nederige, vrije en universele liefde, zonder mitsen en maren.

Ja, want op het hout van het kruis heeft Christus het gif van de slang van het kwaad weggenomen, en christen zijn betekent leven zonder gif: elkaar niet bijten, niet morren, niet beschuldigen, niet kletsen, geen slechte werken verspreiden, de wereld niet vervuilen met zonde en met het wantrouwen dat van de Boze uitgaat.

Meer en meer christen worden

Broeders, zusters, wij zijn herboren uit de open zijde van Jezus aan het kruis: laat er in ons geen vergif van de dood zijn (vgl. Wijs 1,14). Laten we in plaats daarvan bidden dat we door Gods genade meer en meer christen worden: vreugdevolle getuigen van nieuw leven, van liefde, van vrede. (Vertaling Susanne Kurstjens)