Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Interview

Katie Vlaardingerbroek: ‘Psychologie is óók een geloofssysteem geworden’

19 januari 2026

Katie Vlaardingerbroek.
Foto: Janna Jitske

Waarom kloppen mensen zo massaal aan bij een therapeut? Katie Vlaardingerbroek schreef er een kritisch en zeer persoonlijk boek over. “Net als religie biedt psychologie een kader, een verhaal, een manier om betekenis te ordenen. Alleen doet therapie dat zonder God.”

Katie Vlaardingerbroek (1996) is religiewetenschapper, theoloog en schrijfster. Maar haar nieuwste boek Nederland Therapieland schreef ze niet alleen als academicus, maar vooral ook als ervaringsdeskundige. Opgevoed in een christelijk-evangelisch milieu heeft ze “ook veel narigheid beleefd”, zo vertelt ze openhartig. “Ik heb echt de lelijke kant van religie mogen zien.”

Als klein kind werd ze seksueel misbruikt. Het is bepalend voor hoe ze de dingen ziet, ook de schaduwkanten van godsdienst. En tegelijk ziet ze hoe diezelfde wereld ook schoonheid heeft, ritmes, verhalen, symboliek, warmte. “Het is allebei waar”, zegt ze. “De mooie kanten en de lelijke.”

Van anti naar niet-klassiek gelovig

In haar late tienerjaren werd ze erg anti-religie – logisch, vindt ze zelf. Maar tien jaar geleden schreef ze toch al een boek over haar geloofstwijfel. Het verlangen naar iets onverwoestbaars, iets dat je God kunt noemen of iets dat tussen mensen in gebeurt, is nooit helemaal weggegaan.

‘Eerst maakte de Kerk gedrag ‘zondig’, daarna maakte de psychiatrie het ‘ziek’. Mag het misschien gewoon menselijk zijn?’

“Ik ben nu gelovig, maar niet in klassieke zin”, zegt Vlaardingerbroek. “Ik geloof in wat je weak theology zou kunnen noemen: niet een almachtige God die alles stuurt, maar een onverwoestbaar goede kern die zich vooral toont in machteloosheid, in mens-zijn, in het contact tussen mensen. Dat is misschien een ingewikkeld antwoord. Maar het is wel eerlijk.”

Een seculier verlossingsverhaal

Die eerlijkheid loopt als een rode draad door haar werk: ze is zelf hulpvrager geweest in de ggz, met wachtlijsten, diagnoses, twijfel en hoop. “Nederland Therapieland is eigenlijk een afspiegeling van mijn eigen proces. Ik ben niet objectief, zo dat al bestaat, maar ik ben wel betrokken.”

advertentie

Wat dreef haar om dit boek te schrijven? “Ik wilde laten zien wat er gebeurt buiten het licht”, zegt ze. “Therapie heeft weliswaar veel goeds gebracht, maar is ook een seculier verlossingsverhaal geworden. We hebben therapie zo’n grote rol gegeven in het omgaan met lijden, maar we zien niet altijd de systemen waarbinnen dat gebeurt en de valkuilen die dit oplevert.”

Een taal voor wat ‘normaal’ is

Wanneer ze vertelt over “het systeem achter therapie”, doelt ze onder andere op het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, beter bekend als het DSM-handboek. Dit psychologisch standaardwerk wordt gepresenteerd als een neutraal classificatiesysteem, maar kan volgens Vlaardingerbroek gezien worden als een levensbeschouwing.

Het biedt een taal die bepaalt wat ‘normaal’ en ‘afwijkend’ heet. Een systeem dat bovendien voortkomt uit een westerse, hoogopgeleide bubbel, waar 95 procent van het psychologische onderzoek vandaan komt. “Het is een verhaal dat zichzelf als waarheid is gaan zien”, zegt ze. 

Zingevingssysteem

Die levensbeschouwelijke macht sijpelt volgens haar door in de behandelkamer. Want wie een diagnose krijgt, leert niet alleen welke categorie op hem of haar van toepassing zou zijn, maar ook welke taal voortaan gebruikt mag worden om pijn te duiden. En die taal is bijna altijd individueel, nooit maatschappelijk. “We geven mensen impliciet mee dat er iets mis is met hén. Terwijl psychisch lijden vaak een normale reactie is op abnormale omstandigheden.” 

Katie Vlaardingerbroek: "Psychisch lijden is vaak een normale reactie op abnormale omstandigheden, maar wij hebben er een individueel defect van gemaakt."
Foto: Janna Jitske

Psychologie is volgens haar dus niet alleen wetenschap, het is óók een zingevingssysteem. “Net zoals theologie dat is”, zegt ze. “Als religiewetenschapper zie ik de mens als een zingevend wezen. We bouwen structuren, verhalen, metaforen om het leven te begrijpen. Religies hebben dat altijd gedaan. Psychologie doet dat nu óók. Allebei geven ze een kader, een verhaal, een manier om betekenis te ordenen. Alleen doet therapie dat zonder God.”

Logica van meetbaarheid

Ook verzekeraars en andere spelers in de verzorgingsstaat, zo vertelt ze, vormen een deel van dat grotere systeem. Niet omdat ze opzettelijk kwaad willen doen, maar omdat ze een logica vertegenwoordigen waarin behandeling meetbaar, afgebakend en controleerbaar moet zijn. Het gevolg: de vorm van therapie wordt minstens net zozeer bepaald door bureaucratische en wetenschappelijke kaders als door menselijke noden.

Het therapeutisch verhaal sijpelt ook steeds meer de bredere samenleving in. Een verhaal dat bepaalt wat de mens waarde geeft, welke vormen van psychisch lijden een ziekte zijn en welke normaal, wie een plek krijgen in de zorg en wie in de marge verdwijnen. Een verhaal dat, zoals Vlaardingerbroek zelf zegt, ook de schuldbepalende rol kan spelen die religie ooit had: “Eerst maakte de Kerk gedrag ‘zondig’, daarna maakte de psychiatrie het ‘ziek’, en nu zoeken we naar de vraag of het misschien gewoon menselijk mag zijn.”

Podcast

“Wat ik miste in veel boeken over dit onderwerp was een meta-perspectief. Niet: werkt therapie? Maar: wat zegt het dat wij therapie zó centraal zijn gaan zetten? Wat betekent dat voor het individu, maar ook voor onze samenleving?”

Met dat uitgangspunt begon ze te schrijven en te spreken. Want al snel merkte ze dat alleen een boek niet genoeg was. Vlaardingerbroek voerde voor haar boek talloze gesprekken met psychiaters, psychologen en denkers. Op een gegeven moment vroeg ze zich af: waarom zouden deze gesprekken alleen in tekstvorm voortleven?

‘Het is een westerse illusie dat je jezelf beter kan praten’

“Er gebeurt in dialoog iets wat papier nooit vangt”, zegt ze. “Non-verbaal, relationeel, impliciet; er ontstaat een soort ruimte waarin mensen anders spreken dan wanneer ze iets schrijven.” Ze besloot de gesprekken daarom als podcast uit te brengen: Nederland Therapieland, de podcast.

Secularisatie

Het kernidee van zowel het boek als de podcast is dat we een cultuur hebben opgebouwd waarin therapie een antwoord is geworden op alles. We medicaliseren emoties die bij het leven horen, individualiseren maatschappelijke problemen en zetten het individu centraal in een context die door en door relationeel is.

advertentie

Maar waarom? Eén verklaring ligt volgens Vlaardingerbroek in de secularisatie: “We verloren de ritmes, kaders, symbolen en verhalen van religie, en we verloren daarmee ook een collectief vocabulaire om over lijden, betekenis en hoop te spreken. Psychologen en psychiaters lijken daarvoor in de plaats te zijn gekomen.”

Psychologen als moderne priesters

In een van de gesprekken die zij voerde, formuleerde psychiater Jim van Os het zo:

Priesters en dominees hadden het vroeger voor het zeggen; nu zijn dat de klinisch psychologen.

Is Vlaardingerbroek dat met hem eens? “Het is een scherpe observatie”, zegt zij. “Maar je moet hem goed lezen.” Ze legt uit dat priesters en dominees een symbolische bovenmenselijke rol hadden: ze vertegenwoordigden een goddelijke autoriteit. Niet omdat zij perfect waren, maar omdat het systeem dat van hen vroeg.

“En nu dragen psychologen óók zo’n bovenmenselijke rol”, zegt ze. “Voor een uur per week belichamen ze de perfecte ouder, of misschien wel God: onvoorwaardelijk, genadig, beschikbaar, wijs.”

Relatieve vrijheid

Maar, zo benadrukt ze, beide groepen zijn ingebed in enorme systemen. Ook een psycholoog opereert in werkelijkheid nooit vrij of autonoom. Een psycholoog beweegt voortdurend tussen collega’s en hoogleraren, binnen de kaders van zorgverzekeraars en richtlijnen die bepalen wat er mogelijk is. Hoe goed ze ook willen luisteren of begeleiden, hun persoonlijke macht wordt altijd ingeperkt door het grotere systeem dat hen omringt.

“Dus ze hebben macht, ja”, zegt ze. “Maar weinig vrijheid. Die twee worden vaak door elkaar gehaald.”

Bevreemdend en isolerend

Katie Vlaardingerbroek pleit in Nederland Therapieland voor een herwaardering van collectivistisch denken. In veel culturen wordt psychisch lijden gezien als relationeel, maatschappelijk, spiritueel, historisch of als een gedeeld leed, in tegenstelling tot de westerse wereld waar het iets is wat zich overwegend in het individu afspeelt.

“Psychisch lijden is in de meeste gevallen een normale reactie op omstandigheden die eigenlijk abnormaal zouden moeten zijn omdat ze immoreel zijn. Maar wij hebben er een individueel defect van gemaakt. Nadat iets vreselijks je overkomen is, blijf je daar alleen mee achter – iets wat therapie indirect bevestigt en versterkt. Dat werkt vervreemdend, isolerend.”

Holistische trend

Een veel bredere benadering is volgens haar nodig: met meer ervaringsdeskundigheid, meer maatschappelijke steun, meer collectieve verantwoordelijkheid. “Het is een westerse illusie dat je jezelf beter kan praten”, zegt ze. “In veel niet-westerse culturen ontstaat heling juist in gemeenschap, in rituelen, in samen dingen doen en weer rechtzetten.”

‘Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar nodig hebben, veel meer dan we durven toe te geven’

Dat verklaart deels wellicht ook de populariteit van alternatieve, meer lichaamsgerichte therapieën – hoewel Vlaardingerbroek daar ook kritische kanttekeningen bij zet. Maar de groeiende holistische trend leert volgens haar iets belangrijks over wat mensen vandaag de dag zoeken: een betekenislaag die henzelf overstijgt.

Veel mensen voelen kennelijk dat het huidige zorgsysteem een te beperkte blik heeft en een bepaalde breedte mist. “We willen het in ons hoofd houden”, zegt zij. “Daar schuilt een bepaalde individuele controledrang in, die ons mogelijk juist in de weg zit.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

Psychisch lijden, zo besluit Katie Vlaardingerbroek, is geen individueel falen, geen defect in één persoon, maar een begrijpelijke reactie op en symptoom van maatschappelijk onrecht en het lijden dat dit creëert. Vroegkinderlijk trauma, emotionele verwaarlozing, (seksueel) geweld, schulden – al die dingen laten sporen na. Lotgenotengroepen, ervaringsdeskundigheid én niet op de laatste plaats politieke betrokkenheid zijn volgens haar misschien wel net zo helend als therapie.

“Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar nodig hebben, veel meer dan we durven toe te geven. Echt herstel vindt niet alleen plaats in het hoofd van één persoon, maar in de ruimte die ontstaat als anderen meebewegen. Het antwoord op psychisch lijden vinden we nooit uitsluitend in therapie, maar in een verschuiving van ‘mijn probleem’ naar ‘onze gedeelde verantwoordelijkheid’.”