
De enorme verspilling in de zorg ontstemt zuster Jeannette van Paassen al jaren. Ze schreef een brandbrief aan de minister van Volksgezondheid met aanbevelingen voor meer zorg en minder verspilling. Nu is ze op zoek naar 2000 mensen die haar oproep kracht willen bijzetten.
“Het moet stoppen”, stelt franciscanes Jeannette van Paassen. “Per jaar worden miljarden verspild in de zorg. Niet alleen verspild trouwens: bruikbare spullen worden vernietigd.”
“Nu wil onze nieuwe regering bezuinigen op de zorg. Dat is misschien nodig, maar graag met maatregelen die niet ten koste gaan van zieke en kwetsbare mensen”, vervolgt ze. “Er is veel geld uit te sparen door verspilling en vernietiging van medische materialen tegen te gaan.”
Dat dit mogelijk is, weet zuster Jeannette uit eigen ervaring. Via haar contacten in de medische wereld heeft ze ladingen ongebruikte medische materialen uit Nederland, waaronder stomazakjes, incontinentiemateriaal en verband, doorgesluisd naar Indonesië, waar ze lange tijd werkte.
Dit artikel is niet gevonden
Zuster Jeannette ziet de verspilling en vernietiging van bruikbare zorgmiddelen al langer met lede ogen aan. Ook in het klooster Alverna in Aerdenhout, waar zij in 1957 intrad. Ze kreeg er de bijnaam ‘Beter Verdelen’.
“Verspilling in de zorg blijkt nauwelijks terug te dringen. Jaarlijks neemt het alleen maar toe, terwijl echte zorg, zoals handen aan het bed, afneemt.” Via haar brandbrief hoopt ze dat minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maatregelen neemt om een eind te maken aan de verspilling van medisch materiaal.
De 89-jarige zuster Jeannette werd geboren in het Westlandse Den Hoorn, als het zevende kind in een katholiek tuindersgezin van elf kinderen. Als ze in de vierde klas les krijgt van zuster Tarsissa, wordt ze geraakt door de verhalen die de zuster over haar werk in Indonesië vertelt. “Net als zuster Tarsissa wilde ik ook iets terugdoen voor de mensen daar. Na de Nederlandse koloniale overheersing bleven ze ontredderd achter.”
Gaandeweg rijpte het idee om naar Indonesië te gaan en net als zuster Tarsissa haar leven in het teken van God te stellen. “Mijn vriendinnen zeiden dat ik er niet zou aarden vanwege mijn strijdbaarheid. Ze konden me wat.”
Op de lagere school was zuster Jeannette geregeld ziek geweest. Mede daarom schortte het aan haar basiseducatie. Doorleren mocht niet van haar vader; ze zou toch gaan werken op de tuinderij.
In het klooster studeerde zuster Jeannette maar liefst negen jaar lang. Ze behaalde haar diploma verpleegkunde en leerde door voor vroedvrouw ofwel verloskundige. Ook deed ze er veel aan sport; van volleybal tot handbal, roeien, schaatsen en waterskiën.
“In 1969 ben ik op 36-jarige leeftijd naar Indonesië vertrokken, naar Pakat op Sumatra. Samen met mijn beschermengel. Hoewel ik nooit bang ben geweest, heeft die mij vaak heeft gered uit benarde situaties. Bijvoorbeeld de keren dat ik op mijn Honda langs gevaarlijke afgronden moest rijden. Doodeng was dat, maar die brommer en mijn beschermengel brachten mij overal.”
Zuster Jeannette kreeg op Sumatra de opdracht een polikliniek en kraamkliniek op te zetten, zo’n honderd kilometer van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. “Ik ben er begonnen in een schoollokaal, dat heb ik uitgebouwd tot een ziekenhuis met dertig bedden. Ik sliep op de poli. Als er wat gebeurde, bijvoorbeeld als iemand het erf betrad, dan blafte de hond.”

“Gaandeweg heb ik goed Maleis leren spreken”, vervolgt ze. “Die vriendinnen van mij hadden het mooi mis. Mijn strijdbaarheid kwam er goed van pas. Als vroedvrouw heb ik zeker tweeduizend kinderen ter wereld helpen brengen.”
De noeste arbeid die zuster Jeannette verzette, bleef niet onopgemerkt. Van de regering in Indonesië kreeg ze 2,5 hectare grond, waar een revalidatiekliniek verrees – haar grote droom.
Bijna vier decennia verbleef zuster Jeannette met tussenpozen in Indonesië. Voor onder meer de door haar opgezette revalidatiekliniek Harapan Jaya op Zuid-Sumatra wist ze medicijnen en verzorgingsmiddelen te regelen. “Als je ziet wat ik allemaal daar naartoe heb weten te krijgen – dat is ongelofelijk.”
“Mijn vriendinnen zeiden dat ik in Indonesië niet zou aarden vanwege mijn strijdbaarheid. Ze konden me wat.”
“Als je hier in Nederland een open wond hebt, krijg je tien rollen verband en minstens evenveel tubes zalf. Alles wat je niet gebruikt, gaat niet terug naar de apotheek, maar wordt weggegooid. Dat is niet te verkroppen. Mijn advies aan Nederlandse apothekers is minder op voorraad te hebben en minder aan mensen voor te schrijven.”
In Harapan Jaya op Zuid-Sumatra heeft zuster Jeannette zeker vijfduizend mensen gered van een gewisse ondergang. “In de revalidatiekliniek worden jong en oud opgevangen”, vertelt ze. “Vooral veel kinderen met brandwonden en vergroeiingen. Nog altijd gaan er twee keer per jaar Nederlandse chirurgen onbezoldigd aan het werk. Ze zorgen ervoor dat volwassenen en kinderen weer een menswaardig bestaan kunnen leiden.”
Dit jaar bestaat Harapan Jaya 45 jaar. Als het aan zuster Jeannette ligt, komt iedereen die er ooit is geweest feestvieren. Eerder had ze bedacht het feest aan zich voorbij te laten gaan, nu twijfelt ze. “Deo volente – als God het wil”, zegt ze.
Deze pagina is niet gevonden
Maar eerst die brandbrief. “Via de KNR [Konferentie van in Nederland gevestigde Religieuzen, red.] zijn we bezig om tweeduizend handtekeningen te verzamelen. Als we die hebben, ga ik ze samen met drie dozen stomamateriaal ter waarde van vijfhonderd euro per stuk overhandigen aan de minister van VWS.”
Wie de handtekeningenactie van zuster Jeannette wil steunen kan contact opnemen met de KNR.
Er zijn geen artikelen gevonden