Eindredacteur

Religieuze gemeenschappen hebben nog grote stappen te zetten in hun aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag: dat is de conclusie van een uitgebreide overheidsstudie. Wel zien de onderzoekers dat christelijke meldpunten als voorbeeld kunnen dienen voor niet-christelijke gemeenschappen.
Religieuze gemeenschappen hebben seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen twintig jaar steeds meer op de radar gekregen, concludeert het onderzoek. Maar dat wil niet zeggen dat de aanpak van misbruik ‘af’ is: er wordt nog te weinig rekening gehouden met wat slachtoffers nodig hebben.
Het onderzoek Seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen werd op 23 juni gepubliceerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van de overheid. De studie is uniek in zijn soort: nooit eerder heeft de overheid zo uitgebreid naar misbruik bij geloofsgemeenschappen gekeken.
Dit artikel is niet gevonden
Maar liefst drie jaar lang heeft het WODC onderzoek gedaan bij negen religieuze gemeenschappen. Het resultaat is al even uitgebreid: een rapport dat meer dan zeshonderd pagina’s telt. De onderzoekers hebben gekeken naar diverse christelijke gemeenschappen, zoals de katholieke Kerk en de PKN, maar ook naar islamitische, boeddhistische en hindoeïstische groepen.
Het bewustzijn dat seksueel grensoverschrijdend gedrag een machtsprobleem is, is bij de gemeenschappen over het algemeen wel ingedaald, zien de onderzoekers. Er wordt meer over gesproken en er zijn verschillende meldpunten gedaan, zoals stichting Veilige Kerk.
“Het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag staat nog in de kinderschoenen”, waarschuwt het rapport. “Veel religieuze gemeenschappen handelen nog reactief: zij komen pas in actie wanneer seksueel grensoverschrijdend gedrag al heeft plaatsgevonden.”
In de praktijk blijken de erkenning en genoegdoening voor slachtoffers nog tekort te schieten. “Nog altijd geven de meeste slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag aan uiteindelijk de religieuze gemeenschap te verlaten, onder meer vanwege onvoldoende erkenning vanuit de gemeenschap.”
“Om slachtoffers erkenning te geven, zouden religieuze gemeenschappen specifiek slachtofferbeleid moeten ontwikkelen waarin het ruimhartig geven van tijd en ruimte aan de ervaringen van slachtoffers centraal staat”, staat in het rapport.
“Erkenning geven is meestal geen eenmalige actie, maar kan een langdurig proces zijn, waarin het slachtoffer telkens de regie moet kunnen houden over herstel en compensatie. Daarin moet tevens ruimte zijn voor maatwerk, omdat slachtofferbehoeften en -belangen kunnen verschillen.”
Specifiek bij de katholieke Kerk zien de onderzoekers dat tegemoetkoming aan slachtoffers en transparantie over de omgang met misbruikmeldingen een voortdurende uitdaging blijft. “Dat maakt het lastig in te schatten of de kerkleiding niet alsnog in oude valkuilen trapt”, aldus het rapport. Als voorbeeld wordt de kwestie rond de ex-benedictijn Thomas Quartier genoemd: in eerste instantie werden meldingen over grensoverschrijdend gedrag van Quartier toegedekt, maar later alsnog grondig onderzocht.
Dit artikel is niet gevonden
De afgelopen decennia is seksueel misbruik in christelijke kerkgemeenschappen bijna voortdurend gespreksonderwerp nummer één geweest. Een mijlpaal was het misbruikonderzoek van de Deetmancommissie in 2010 en 2011, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse katholieke Kerk. Daaruit kwam naar voren dat er in de tweede helft van de twintigste eeuw meer dan tienduizend minderjarigen werden misbruikt binnen de Kerk.
Doordat misbruik zo prominent op de agenda staat, hebben veel christelijke kerken tegenwoordig professionele en onafhankelijke meldpunten, concluderen de onderzoekers. “Bij deze meldpunten is veel expertise aanwezig op het gebied van seksueel grensoverschrijdend gedrag in christelijke gemeenschappen.”
Aangezien zulke meldpunten bij andere religieuze gemeenschappen ontbreken, moedigen de onderzoekers van het WODC de gemeenschappen aan om inspiratie op te doen bij de christelijke kerken: “Bij het inrichten van beleid over seksueel grensoverschrijdend gedrag en het opzetten van een meldpunt zouden religieuze gemeenschappen het beleid en de meldpunten van christelijke gemeenschappen kunnen raadplegen, die reeds veel ervaring daarmee hebben.”
Deze pagina is niet gevonden
Katholiek Nieuwsblad heeft de Kerk gevraagd om een reactie op het WODC-rapport. Woordvoerder Daphne van Roosendaal geeft aan dat “de bisschoppenconferentie en de Konferentie van Religieuzen in Nederland eerst kennis willen nemen van het rapport” voordat de Kerk inhoudelijk kan reageren.
Er zijn geen artikelen gevonden